Groeipijn
De Gereformeerde Gemeenten zijn gegroeid, kopte het Reformatorisch Dagblad naar aanleiding van nieuwe cijfers in het Kerkelijk Jaarboek. De secularisatie zet door, maar dit lijkt voorbij te gaan aan de Gereformeerde Gemeenten. Ons kerkverband groeit. Iets om dankbaar voor te zijn! Vorige week zaterdag waren er overal Bondsdagen, met meer dan zesduizend jongeren! Aan de andere kant vertrokken er ook 1727 mensen. Een aantal van 342 mensen onttrok zich; zij gaan niet meer naar een kerk.
Al die cijfers zijn voer voor sociologen. Ik kan er zelf eigenlijk nooit zoveel mee. Wat zeggen cijfers nu echt? Achter ieder cijfer zit een mens. En ieder mens heeft een eigen verhaal.
Dit is nu precies de reden waarom ik toch gemengde gevoelens heb bij het bericht dat de Gereformeerde Gemeenten (opnieuw) zijn gegroeid. Die groei komt alleen doordat er kinderen worden geboren, of doordat er mensen uit een ander kerkverband overkomen. Er komen helaas niet veel mensen van buiten de kerk. Maar er vertrekken wel veel mensen, waaronder veel jongeren. Daar zit de pijn. De Gereformeerde Gemeenten groeien, maar wie goed naar de cijfers kijkt, voelt ook pijn. Groeipijn dus.
Hoeveel verdriet zit er achter deze cijfers? Intens verdriet van ouders, die met hun kind bij het doopvont stonden. Verdriet en pijn van ambtsdragers en predikanten, omdat - als het goed is - zij de schrik des Heeren weten en daarom door de liefde van Christus gedreven worden om mensen te behouden. Verdriet en pijn ook van de mensen die vertrokken, de deur achter zich sluitend. De kerk waarin ze geboren zijn, is slechts herinnering geworden.
Dan de andere kant. Mensen buiten de kerk komen moeilijk binnen. De kloof tussen kerk en samenleving is groot. Als het gaat om de boodschap die God in Zijn Woord verkondigt, dan moet dat ook zo zijn. Daar mogen wij niet op aanpassen, maar dat betekent allerminst dat kerken en kerkgangers onneembare vestingen zijn.
Kan het anders? Ik heb het antwoord niet. De kerk moet wervend zijn, maar is het heel vaak niet. Alles wat de gemeente doet, moet allereerst gericht zijn op God, daarna op elkaar en naar de wereld. Als ik naar mezelf kijk, zakt de moed mij in de schoenen en begrijp ik het meteen. Ik voel de pijn ook. Wat een Voorbeeld heeft Christus ons nagelaten, maar hoe weinig vertoon ik Zijn beeld, als vader, als ambtsdrager, als jeugdwerkleider, als buurman, als vriend.
Bij deze cijfers kan ik alleen maar zeggen: als de toekomst van de kerk in onze handen ligt, is het hopeloos. Alleen het gebed tot de Koning van de kerk en het hopen op Zijn Woord biedt uitkomst. Want Christus alleen is de wijze Bouwmeester van het Godsgebouw!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 juni 2016
Daniel | 32 Pagina's