JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Omgaan met verschillen in de kerk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Omgaan met verschillen in de kerk

Leren van de jonge kerk in Handelingen

8 minuten leestijd

Het is heel stil geworden in de zaal. Zojuist nog klonken heftige stemmen, was er rumoer. De partijen staan lijnrecht tegenover elkaar. En in het rumoer is iemand gaan staan. Het is een man met gezag en hij is opgestaan om te spreken. Wat zou de apostel Petrus, want die is het, gaan zeggen, nu de felle discussie tijdens de vergadering is uitgelopen op een grote tegenstelling?

Beide groepen in de zaal zijn er diep van overtuigd dat ze gelijk hebben. Aan de ene kant staan de Joden, die tot het geloof in de Heere Jezus gekomen zijn. Aan de andere kant staan de vertegenwoordigers van de heidenen uit Antiochië, voor wie nu ook de deur van het geloof geopend is. Er is enorme onenigheid ontstaan. En de kernvraag is: Hoe moet God gediend worden, nu Jezus Christus van zowel de heidenen als de Joden, Heere geworden is?

Tegenstellingen
Sommige Joden uit Judea wisten het antwoord wel: Als je niet besneden wordt en de wet van Mozes houdt kun je niet zalig worden (Hand.15:1). Uit de heidenen waren er die in Jezus geloofden, maar soms ook nog naar heidense tempels gingen, of offervlees aten, of van het offerbloed dronken (Hand.15:20,29). Jezus is wel Heere en Heiland, maar de oude gebruiken zijn nog niet voorbij. Wat moet je met zo’n tegenstelling tussen Jood en heiden, die nu allebei volgelingen van Christus geworden zijn?

Grote twisting
Een groep (belangrijke) Joden uit Judea zegt dat het zo moet, maar die worden weer tegengesproken door Paulus en Barnabas (Hand.15:2). Zo is er in de vroegchristelijke kerk al verschil van mening. Paulus en Barnabas, de heidenapostelen, waren op deze onenigheid gestuit. Zij komen er niet uit en besluiten de kwestie voor te leggen aan de apostelen en ouderlingen in Jeruzalem (Hand.15:2). Zij moeten zich erover buigen. En zo gebeurt het. De twee heidenapostelen komen in Jeruzalem en vertellen de grote dingen die God met hen en de heidenen gedaan had, maar ook van de onenigheid die is ontstaan. Maar ook op het eerste concilie van de jonge christelijke kerk ontstaat grote twisting tussen groepen met een verschillende mening over dit voorval (Hand.15:7). De eenheid van de jonge kerk wordt bedreigd!

Petrus
Plotseling gaat midden in het rumoer Petrus staan. De zaal wordt stil en kijkt naar de apostel. Petrus vertelt met gezag hoe God hem uitgekozen heeft dat de heidenen door zijn mond het woord van het Evangelie zouden horen, en geloven (Hand.15:7). Hij zegt ook dat ook de heidenen de Heilige Geest gegeven is, net als de apostelen, en dat het onderscheid tussen de heidenen en de joden er niet meer is, want God heeft hun harten gereinigd door het geloof (Hand.15:9). En Petrus legt meteen het probleem bloot: Nu dan, wat verzoekt gij God, om een juk op de hals der discipelen te leggen, hetwelk noch onze vaders, noch wij hebben kunnen dragen? Maar wij geloven door de genade van de Heere Jezus Christus zalig te worden op zulke wijze als ook zij (Hand.15:10- 11). Wat Petrus, als Jood, hier zegt moet je even op je in laten werken: niet heidenen moeten op Joodse wijze zalig worden, maar Joden op de wijze zoals de heidenen. Door de genade van de Heere Jezus Christus. Het is het geloof in Hem dat de tegenstelling overbrugd. Trouwens, hoeveel tegenstellingen over de vraag hoe wij denken zalig te worden zouden door datzelfde geloof overbrugd kunnen worden?

Paulus en Barnabas
Het blijft stil in de zaal. Paulus en Barnabas nemen nu het woord. De aanwezigen luisteren ademloos naar de grote tekenen en wonderen die God door hen gedaan heeft. En als zij ophouden met spreken, staat Jakobus op. Hij legt aan de hand van de profeten uit dat dit precies Gods plan met Israël is, en dat de heidenen in deze zaligheid mogen delen (Hand.15:14-18). Jakobus trekt vervolgens de conclusie: “We moeten het de heidenen die zich tot God bekeren niet lastig maken. Laten we ze een (apostolische) brief schrijven dat ze zich moeten onthouden van de dingen die door de afgoden besmet zijn, en van hoererij, en van het verstikte, en van bloed” (Hand.15:20). En zo gaan Paulus en Bárnabas op pad, met de brief van de apostelen. En in Antiochië, waar de onrust was ontstaan, verblijdden ze zich over de vertroosting. Later schrijft Paulus aan de Galaten dat hij met een broederlijke handdruk is weggegaan bij de apostelen en dat zij de genade van God erkend hebben die Paulus gegeven was. Ook hebben ze de afspraak gemaakt dat hij naar de onbesnedenen (heidenen) en zij naar de besnedenen (Joden) zouden gaan om het evangelie te brengen (Gal.2:9).

Onoverbrugbaar
Omgaan met verschillen is soms moeilijk in de kerk. Zeker als je voor je gevoel onoverbrugbare verschillen ziet. Er zijn mensen die hele stellige opvattingen hebben, bijvoorbeeld over een manier van preken. Anderen zijn het daar weer volstrekt niet mee eens. Er wordt veel gediscussieerd over de kerk en iedereen geeft zijn mening. Dit is te zwaar, dat is te licht. Dit is te oppervlakkig en over dat ene wordt vreselijk zwaarmoedig gedaan. Die dominee preekt te bevindelijk, die andere te weinig over de gangen van Gods volk en zo kun je de lijst wel aanvullen. Misschien is het dan juist goed om de betekenis van de geschiedenis uit Handelingen eens op ons in te laten werken.
Want welke verschillen werden daar in Jeruzalem nu eigenlijk overbrugd? Is het nou zo’n punt dat je de wet van Mozes achterwege laat, inclusief de besnijdenis? Moet je er moeilijk over doen dat je geen offervlees meer mag eten, of bloed, of van het verstikte? En dat je je van hoererij (ontucht) moet onthouden is natuurlijk nogal logisch. Met een Reformatie achter de rug en een aantal kerkscheuringen in de twintigste eeuw kunnen wij toch wel wat andere dingen verzinnen waar de eenheid van de kerk op stuk kan lopen.

Opgeven of vasthouden
Toch is dat niet zo. De verschillen waren toen veel diepgaander dan wij reformatorische christenen uit de eenentwintigste eeuw kunnen vermoeden. Het ging in Jeruzalem over de vraag of je nu alleen door het geloof in Christus zalig wordt, of als gelovige ook de wetten van Mozes moet onderhouden. Hier gaat het over de kern! Paulus schrijft later zelfs een brief aan de Galaten om met alle klem te wijzen op het werk van Christus alleen! Maar leven uit Christus’ verdienste alleen is voor zowel Joden als heiden, zo’n grote verandering! Zowel de Joden als de heidenen geven alles op wat hun juist tot een Jood of een heiden maakt. Jood ben je als je besneden wordt. Zo maak je deel uit van het verbond met de Allerhoogste. De leefwijze die bij dat verbond hoort staat in de wet van Mozes. Geef je dat op, dan lever je eigenlijk je identiteit in. Voor heidenen is dat niet anders. Je hebt deel aan de goden en aan de goddelijkheid door mee te doen met de tempelrituelen. Daar hoorde ontucht bij, het eten van offervlees en het drinken van offerbloed. Wie dat dus opgeeft, heeft afscheid genomen van dat wat hem tot een religieuze heiden maakt. Je begrijpt dat de verschillen onoverbrugbaar moeten zijn geweest.

Overbrugd
Toch zijn ze overbrugd. Het getuigenis van Jezus Christus door de apostelen is het middel geweest om Jood en heiden samen te brengen in één gemeente. Niet meer gescheiden, maar één. Het is het werk van de Heilige Geest Die het getuigenis van de apostelen met kracht in het hart bracht. Zowel Joden als heidenen zijn door de Geest overtuigd van hun grote nood buiten Christus en vonden in Hem alleen behoud, door het geloof. Paulus zegt het prachtig tegen de christenen van Efeze: Maar nu in Christus Jezus, zijt gij, die eertijds verre waart, nabij geworden, door het bloed van Christus. Want Hij is onze Vrede, Die deze beiden (Jood en heiden) één gemaakt heeft, en de middelmuur des afscheidsels gebroken heeft (…) (Ef.2:14-15). Laat eens op je inwerken dat twee groepen mensen, die voorheen gescheiden waren, nu één lichaam vormen, het lichaam van Christus. Want dat is wat de kerk is.

Eenheid
Als wij onze kerkelijke verschillen in de reformatorische gezindte nou eens langs de meetlat leggen van wat er toen in Jeruzalem gebeurde, wat zouden we daar dan van moeten denken? Ik ga dat niet voor je invullen. Dat kun je zelf wel. Garandeert dat vrede en nooit eens onenigheid? Bepaald niet. We lezen in Handelingen nog regelmatig van verschillen die soms wel, soms niet overbrugd worden. Paulus roept echter regelmatig op om rekening te houden met elkaar, vooral op punten die niet de meest wezenlijke dingen betreffen. Eenheid gaat hem boven alles. Die eenheid is er in de belijdenis van de enige Naam tot zaligheid gegeven (Hand.4:12. Juist om deze eenheid weert de kerk wat deze belijdenis weerspreekt. Hoe ga jij dan om met verschillen in de kerk? Probeer je de eenheid van de kerk(en) te bevorderen? Neem een voorbeeld aan de apostelen door goed na te denken waar het echt om gaat. Doe dat met het oog op Christus, Die mensen met God verzoend en door Zijn Geest ook menselijke verschillen overbrugt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 2016

Daniel | 32 Pagina's

Omgaan met verschillen in de kerk

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 mei 2016

Daniel | 32 Pagina's