Goed luisteren
Maandagavond, 4 april. Op het donkere vliegveld Halim in Jakarta staat een Boeing 737 van de Indonesische maatschappij Batik Air klaar voor de start. De piloot wacht tot hij het bericht krijgt dat de baan vrij is om op te stijgen. Hij ziet de baan helder voor zich, verlicht door de helder gele lichten in de baan. De verkeerstoren zegt dat hij kan gaan en hij duwt de hendels voor de motoren naar voren.
De passagiers voelen een duw in de rug; een teken dat het goed gaat. Het vliegtuig versnelt en rijdt al snel met meer dan honderd kilometer per uur over de baan. Ineens ziet hij voor zich een ander vliegtuig. Met een sukkeldrafje wordt een vliegtuig van Transnusa dwars over de startbaan naar de hangar gesleept door een zogenaamde push-truck.
De piloot van het vliegtuig van Barik Air breekt de start af: het vliegtuig remt hard, door de lucht uit de motoren naar voren te blazen. Een botsing is echter niet te vermijden. Met de linkervleugel snijdt de Boeing de staart van het Transnusa vliegtuig af. Olie uit de leidingen spuit alle kanten uit en er breekt brand uit. Als de Boeing eindelijk tot stilstand komt, volgt daar ook een brandje bij de schade van de vleugel. Gelukkig loopt het verder goed af: alle 49 passagiers en zeven bemanningsleden komen veilig uit het vliegtuig.
Wat ging er mis? Had de piloot toch geen toestemming gekregen om te vertrekken? Of heeft de chauffeur van de push-truck niet goed geluisterd, of misschien zelfs de verkeerde route genomen? Onderzoek moet ophelderen wat er precies mis ging. Maar vaak gaat het in dit soort gevallen om een kleine fout. Net iets verkeerd begrepen. Of iets juist niet gehoord. Goed luisteren dus, als je piloot bent of chauffeur.
Goed luisteren. Daar draait het ook vaak om in het geloof. De Bijbel geeft legio voorbeelden van mensen die luisteren, maar niet helemaal goed. Zoals de profeet uit Juda, die tegen het altaar van Jerobeam in Bethel profeteert, maar op de terugweg luistert naar een andere profeet in plaats van naar wat God gezegd had (1 Koningen 13). Of Saul, die zo graag wil offeren, dat hij niet op Samuël wil wachten, maar zelf maar gaat offeren (1 Samuël 15). Op zich goed, maar God had gezegd dat hij moest wachten op Samuël. Het luistert nauw. Een beetje met je pet ernaar gooien is er niet bij. God wil heel ons hart. Geen hoekje van ons hart mag overblijven dat alleen naar onze eigen wil luistert. Onze wil moet helemaal op Hem gericht zijn.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 2016
Daniel | 32 Pagina's