De goede koning
Een koning met de Bijbel op zijn nachtkastje
Je hebt misschien een klasgenoot die bekend staat als een wiskunde-koning. Hij of zij haalt alleen maar negens en tienen voor wiskunde. Misschien val je bij een potje voetbal in het niet bij een vriend die een echte voetbal- koning is. Of ben je zelf zon wiskunde- of voetbal koning?
Eerlijk is eerlijk, iedereen denkt wel eens: was ik maar zo goed als die of die. We willen graag gezien worden, gewaardeerd of zelfs bewonderd worden. Voor je het weet ben je vergeten dat je alles wat je hebt, van de Heere hebt gekregen. Bovendien: wat is dan eigenlijk het doel van je leven? Zelf koning zijn? Zelf de beste zijn? Zelf in het middelpunt staan?
Israëls koning
Het oude Israel zat precies zo in elkaar als wij. Ze keken jaloers naar de andere volken. De volken die hen overheersten hadden wel een koning. Ze dachten: hadden wij ook maar een koning. Die zou ons helpen, die zou ons machtig maken tegen de vijanden. Wat dwaas. Want juist de HEERE had die vijanden gestuurd, omdat Israël Hem ongehoorzaam was. En nu wilden ze nota bene een aards koning om hen van Gods straf te verlossen! Ze wilden een aards koning om van de HEERE, hun hemelse Koning, af te zijn. Om hun eigen gang te kunnen gaan, en toch nog opgewassen te zijn tegen alle vijanden.
Het nachtkastje van de koning
Mozes wist van te voren dat Israël jaloers zou worden op de andere volken. Dat kun je lezen in Deuteronomium 17:14-20. Mozes zegt daar wat de eisen zijn aan een koning. Hij legt ook uit hoe een koning wel en niet moet regeren. God Zelf kiest de man uit die koning wordt. Deze man moet in alles op de HEERE vertrouwen. Hij moet nederig zijn en moet naar God luisteren. Hij moet een kopie maken van de wetboeken, en deze altijd bij zich houden. Al zijn dagen moet hij daarin lezen. Opdat hij de HEERE zijn God lere vrezen, om te bewaren al de woorden van deze wet en deze inzettingen, om die te doen. Een Bijbel op zijn nachtkastje dus.
De koning die zó regeert zal door God gezegend worden. Zijn nageslacht zal altijd mogen regeren. Wat een zegen als een volk zo’n koning heeft! Een koning met op zijn nachtkastje een Bijbel, waarin hij iedere dag leest. Bid jij voor koning Willem-Alexander of hij zó koning mag zijn? De Heere ziet dat zo graag. Het is goed en aangenaam voor God onze Zaligmaker als wij bidden voor alle mensen, maar in het bijzonder voor hen die hoge posities innemen. Paulus beveelt dit aan in 1 Timotheüs 2 vers 1 tot en met 4.
David
Toen Israël een koning wilde, werd Saul gezalfd. David was de tweede koning van Israël. God had Saul verworpen. Hij regeerde het volk niet zoals God van hem vroeg. David was een man, een koning naar Gods hart. Het geheim daarvan lag niet in David. Hij was gezalfd met olie. Dat was het teken van Gods Geest. Vanaf dat moment was de Heilige Geest vaardig over David (1 Sam.16:13). Waarom was David een man naar Gods hart? Hoewel hij koning was over een groot en machtig rijk, diende Hij ootmoedig de HEERE, Zijn God. David erkende Hem als de Koning van Israël en als de Koning van de hele aarde. Lees bijvoorbeeld Psalm 145 eens. Daarin prijst hij de HEERE om het bijzondere van Zijn Koningschap. Hij is tegelijk de Allerhoogste, en Degene Die nabij is. Hij is de Koning boven alle goden, en tegelijk genadig, barmhartig en lankmoedig. Zijn grootheid is ondoorgrondelijk, en tegelijk ondersteunt de HEERE allen die vallen, en Hij richt op alle gebogenen. Hij is rechtvaardig in al Zijn wegen, en goedertieren in al Zijn werken. Zijn koninkrijk is van alle eeuwen, en Zijn heerschappij is in alle geslachten en geslacht. David is een koning die de HEERE de eer geeft.
Was David dan een koning die alles goed deed? Een man zonder fouten? Nee, je weet wel beter. De Bijbel is heel eerlijk over David. Ook over zijn grote zonden. Maar, weet je wat nu zijn geheim was? Davids hart was met God. Want ook nadat Nathan hem had aangewezen als grote zondaar, zocht hij met veel tranen de HEERE. In dat berouw toonde David zijn hart.
Davids opvolgers
Gelukkig was David niet de enige koning die God vreesde, maar een koning als David heeft Israël niet meer gehad. Na Salomo scheurde het rijk in tweeën, als straf op de zonde van de oude Salomo (1 Kon.11:11). In Israël dienden de koningen de HEERE niet, maar in Juda, in Davids familie waren er koningen die God vreesden. De schrijver van 1 en 2 Koningen blikt vanuit de ballingschap in Babel terug op de tijd van de koningen. Hoe kon Juda worden weggevoerd? Hoe kon het zo ver komen dat Jeruzalem, met de tempel (waar God in het midden van Zijn volk woonde) werd verwoest? Hoe was het toch mogelijk dat er nu in de stad van de grote Koning geen zoon van David koning was? Juda, om maar niet te spreken van Israël, week af van de HEERE hun God. Keer op keer. Soms gingen de koningen het volk voor in de zonde. Dan weer gaf God een koning die rechtvaardig was. Ook gaf God profeten, die de koningen waarschuwden en de oordelen van God aankondigden.
Van het huis van David was totaal geen verwachting. Alle koningen na David, zelfs de godvrezende koningen waren niet altijd als David. Hun hart was niet zo volledig bij de HEERE als dat van David. De schrijver van Koningen gebruikt David als een meetlat om alle koningen te toetsen. Heel vaak lees je dan: En hij deed wat kwaad was in de ogen des Heeren. Van Hizkia, die een goddeloze vader had, lees je tot verwondering: En hij deed dat recht was in de ogen des HEEREN, naar alles, wat zijn vader David gedaan had (2 Kon.18:3). Ook bij de jonge Josia lees je dat getuigenis: En hij deed wat recht was in de ogen des HEEREN, en hij wandelde in al den weg van zijn vader David en week niet af ter rechternoch ter linkerhand (2 Kon.22:2).
Wie alle koningen naast de meetlat van David legt, ziet dat het afwijken van de God van Israël de reden is waarom God zijn straffende hand moest tonen. De koningentijd roept om de komst van Davids grote Zoon, Die eenmaal op de troon zal zitten. Lang stelde God het oordeel uit. Want ondanks alle zonde lees je: Doch de HEERE wilde Juda niet verderven, om Davids, Zijns knechts wil (2 Kon.8:19).
Christus is Koning
De Heere had David iets groots beloofd. Iets met eeuwigheidswaarde! David werd gezalfd met olie uit een hoorn. Een hoorn kan niet breken. Dat was ook Gods belofte aan David: zijn nageslacht zou eeuwig op de troon zitten. Is in 2016 de minister-president van Israël nakomeling van David? Misschien wel. Maar de Zoon van David Die nu op de troon zit is Christus. Hij is uit het geslacht van David. Er loopt een lijn van David naar de Heere Jezus. Jozef wordt door de engel aangesproken als “zoon van David”. En denk ook eens aan Bartiméüs, de blinde man langs de weg. De mensen zeiden dat “Jezus van Nazareth” voorbij kwam, maar de blinde riep: “Jezus, Zoon van David, ontferm U”.
Er is geen betere koning dan Koning Jezus. Er bestaat geen machtigere koning, geen koning die zo liefdevol en zo getrouw is, als Koning Jezus. Ook jij kunt nog onderdaan van Hem worden. Waarom? Omdat Hij de grootste vijanden overwint. Hij heeft Zelfs gezegd: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Zou Hij dan ook jou niet kunnen bekeren? Miljoenen vijanden zijn je voorgegaan, en Zijn onderdaan geworden. Ze waren niet beter dan jij.
Ben jij een koning?
Jij bent geen koning en je zult dat ook nooit worden. Of toch? Ja, als je Christus als Koning gaat erkennen. Wie de Heere Jezus als Verlosser leert kennen, is door Hem gemaakt tot koning. (Openb.1:6,5:10). Dat begint al in dit leven. Weet je wat dat betekent? Je gaat vechten tegen alle zonden. En door Zijn genade is er ook overwinning. Wie door Gods genade een koning is gemaakt, oefent macht over zichzelf en beheerst zichzelf als vuile begeerten in zijn hart komen. De duivel en de wereld zijn dan in je hart op vijandig grondgebied. De Heilige Geest maakt dat je gaat lijken op de Heere Jezus. Hij is Koning en jij wordt koning. Dat is altijd het werk van de Heilige Geest alleen. Hij zorgt ervoor dat de gehoorzaamheid van de Geest de overhand begint te krijgen over de het zondige bestaan (Dordtse Leerregels 3-4,16). Als je door de Geest van Christus koning af bent in je leven, maakt Hij je, door Zijn kracht, tot koning. Hier is dat altijd maar een klein begin, maar straks zul je dan met Christus als koning heersen. Wat heerlijk is de boodschap van dit Evangelie voor zondaren die de banden van de duivel en de zonde voelen. In Jezus Christus zijn de Zijnen meer dan overwinnaars (Rom.8:37). Strijd jij deze goede strijd? Bedenk dat je alleen kunt overwinnen door het bloed van het Lam (Openb.12:11).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 april 2016
Daniel | 32 Pagina's