Geloof je dat echt?!
Geloof je dat echt?! Vol verbazing keek mijn Joods-Israëlische medestudente me aan. Geloof je echt dat Jezus opgestaan is uit de dood? Even bleef ik stil, Eh, ja, dat geloof ik echt. Ze keek me niet-begrijpend aan. Ze zei niets, maar ik kon wel raden wat ze dacht. Want hoe kun je nou werkelijk geloven dat een dood mens weer levend wordt? Dat druist tegen alle natuurwetten in!
Het is inmiddels jaren geleden dat dit gesprek plaatsvond, maar ik heb er nog vaak over nagedacht. Over wat voor gevatte reacties en steekhoudende argumenten ik had kunnen geven, in plaats van mijn wat aarzelend overkomende belijdenis. Maar ook over Jezus’ opstanding als onderwerp voor een evangelisatiegesprek. En eigenlijk was ik tot de conclusie gekomen dat ik bij volgende gesprekken over het christelijk geloof maar uit de buurt moest blijven van het Paaswonder. Te ongeloofwaardig voor mijn moderne medemens.
Totdat ik onlangs weer eens de toespraak van Paulus op de Areopagus las (Hand.17:22-34). Hij begint zijn preek door te vertellen dat God de Schepper van hemel en aarde is, Die niets of niemand nodig heeft om gediend te worden. Hij vervolgt dat de Heere de mens een plek gegeven heeft op aarde met als doel dat zij God zouden zoeken, hoewel Hij niet ver van ons is. Hij benadrukt dat God geen menselijk verzinsel of maaksel is, maar dat Hij de tijden overzien heeft en nu alle mensen verkondigt dat zij zich bekeren. Want God heeft een dag vastgesteld waarop de aarde rechtvaardig geoordeeld zal worden door een Man, door de Heere Jezus. En dan eindigt Paulus zijn betoog dat God het bewijs hiervoor aan allen heeft geleverd, doordat Hij Jezus uit de doden heeft opgewekt. Letterlijk staat er verzekering daarvan doende aan allen, dewijl Hij Hem uit de doden opgewekt heeft (vers 31).
Het lijkt de wereld op zijn kop. Paulus komt bij die heidense Areopagieten niet aan met allerlei spitsvondige argumenten om te bewijzen dat Jezus uit de dood is opgestaan, integendeel. Zijn opstanding draagt hij juist aan als bewijs voor Gods heilplan. Het is het sluitstuk van zijn redevoering, het ‘amen’ na de preek. Zo had ik het nog nooit bekeken.
We moeten er natuurlijk voor uitkijken dat we in een gesprek plompverloren het Evangelie bij de ander over de schutting werpen, zonder dat we aansluiten bij onze gesprekspartner. Dan praat je ‘langs’ in plaats van ‘met’ de ander. Maar laten we het tegelijk niet van onze eigen inzichten en technieken verwachten, maar van de Heere en Zijn Woord. In Romeinen 1 vers 16 zegt Paulus: Want ik schaam mij des Evangelies van Christus niet; want het is een kracht Gods tot zaligheid een iegelijk, die gelooft, eerst den Jood, en ook den Griek.
Dus als je onkerkelijke collega, medestudent, familielid of buurvrouw je vraagt wat je hebt gedaan met de Paasdagen, doe als Paulus en vertel ze dat de Heere waarlijk is opgestaan. En neem die ongemakkelijke stilte, verbaasde blik of dat smalende lachje dan maar op de koop toe. Want ook Paulus werd bespot toen hij over de opstanding van Jezus sprak. Maar, zo getuigt het laatste vers van Handelingen 17, God heeft Paulus’ woorden gebruikt tot uitbreiding van Zijn Koninkrijk. Doch sommige mannen hingen hem aan, en geloofden; onder welke was ook Dionysius, de Areopagiet, en een vrouw, met name Damaris, en anderen met dezelve.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 april 2016
Daniel | 32 Pagina's