Wat betekent muziek voor jou?
Je hebt vast weleens gehoord van Die Schöpfung (Haydn) of het Weihnachtsoratorium (Bach). Deze muziekstukken vertolken respectievelijk de schepping en het Kerstevangelie. Gods lof wordt op indrukwekkende wijze bezongen. Hier past alleen stille verwondering dat de Heere deze mensen met zoveel muzikale talenten heeft bedeeld. Deze muziek kan je diep raken. Paul Baan (dirigent en kerkorganist), Karin Boot (speelt panfluit) en Lydia Thomassen (speelt dwarsfluit) – alle drie begeistert door muziek. Alle drie zijn ze lid van de Gereformeerde Gemeente Ede. Ze geven hun mening over muziek.
In de gezellige huiskamer van dirigent en kerkorganist Paul, waar de haard heerlijk brandt, staan verschillende instrumenten. In de hoek staat een elektronisch orgel (met daarop een buste van Bach), dat vooral gebruikt wordt ter voorbereiding van het begeleiden van de erediensten. Paul: “Ik ben daar zeker zo’n drie uur zoet mee.” Boven het orgel hangen de portretten van Luther, Calvijn en Bach. Deze drie zorgen voor een juist evenwicht, vindt Paul. “Calvijn was helemaal niet zo van de orgels in de kerk. Gelukkig hebben we Luther nog,” zegt hij met een knipoog. In het midden van de kamer staat een prachtige vleugel. Bij het raam staat een klavichord, een klein klavierinstrument met snaren. “Als ik speel op dit juweeltje, dan gaat er een wereld open. Het is zo’n gevoelig instrument, dat concentratie een ‘must’ is.” Enthousiast gaat hij erachter zitten en brengt een prachtig stuk van Bach ten gehore.
Betekenis van muziek
Zowel Paul, Karin als Lydia kunnen zich geen leven zonder muziek voorstellen. “Nooit meer koor, nooit meer zingen. Nee, dat kan ik me echt niet voorstellen,” zegt Lydia. “Je kunt je gevoel kwijt in het maken van muziek. Als je onrustig bent of juist vrolijk, dan helpt muziek.
Als ik aan het leren ben, dan zet ik rustige pianomuziek op. Dat zorgt ervoor dat ik rustig word.” Karin ervaart hetzelfde. “Tegelijkertijd kun je er ook heel ingespannen mee bezig zijn. Als ik op m’n panfluit aan het oefenen ben, is dat te vergelijken met schoolwerk. Dan moet je er hard voor werken, maar als het lukt, dan geeft dat ook voldoening.”
Of Paul zonder muziek kan? “Ik kan wel tegen stilte hoor. Twee weken op vakantie zonder muziek kan ik wel,” zegt hij stellig. Maar dan bedenkt hij zich. “In de auto staat wel muziek aan…”
Paul vergelijkt het kennismaken met muziek met zwemles. “Elk kind zou op muziekles moeten, net als dat het leert zwemmen. Het hoort bij de algemene ontwikkeling. In dit digitale tijdperk is het nodig dat kinderen zich leren concentreren. Door muziek ontwikkelen hersenen van jonge kinderen zich beter. Het is vormend om muziekles te krijgen.” Hij geeft zelf orgel- en pianoles aan zijn zoontjes. “Een vader hoort zijn kind eigenlijk geen les te geven, maar Bach deed het ook,” grijnst Paul.
Muziek in de kerk
Paul zingt in een koor en is naast dirigent van het gemeentekoor Sela ook organist in de Gereformeerde Gemeente in Ede. De organisten krijgen richtlijnen mee van de kerkenraad, zoals het uitsluitend spelen van psalmen. Hij heeft daar geen problemen mee. “Ik vind dat je ten dienste moet staan van de eredienst. Soms combineer ik ook wel een klassiek stuk met de psalmen. Het mooie van kerkorganist zijn, is dat je ook anderen kunt laten genieten van muziek. Je doet het ergens voor en daar geniet ik ook weer van.”
Met muziek kun je heel veel zeggen. Paul vertelt dat hij bij de begeleiding van Psalm 103 vers 9 (In eeuwigheid altoos dezelfde wezen) dezelfde toon vasthoudt in het pedaal of hoog in het manuaal. Dit om de tekst extra kracht bij te zetten met het orgel. “Dat gebeurde onlangs ook nog bij het begeleiden (in octaven) van Psalm 40 vers 4: ‘Toen zeid’ ik: Zie, ik kom, o Heer’. ‘Dat klonk als een eenzijdig Godswerk door de kerk,’ aldus een gemeentelid. Dat doet wat met je, als je dat hoort.”
Hoe zit het met de instrumenten die in de Bijbel genoemd worden, zoals de fluit, trompet, trommels en cimbalen? Moeten we die ook in de eredienst toelaten? Karin is daar geen voorstander van. “Ten eerste om de lieve vrede wil. Ten tweede, omdat de eredienst is bedoeld om het Woord te horen. Muziek is bedoeld als begeleiding, het is een hulpmiddel. Daarnaast is het muziekinstrument cultuurgebonden.” Paul is het daar mee eens. “Het mooiste is als Woord en muziek elkaar versterken.” Toch heeft hij ook een kritiekpunt. “Als je kijkt naar de gereformeerde-protestantse muziektraditie, in de lijn van Luther, Calvijn en Bach, dan heeft het ritmisch zingen veel betere papieren dan het niet-ritmisch zingen. Maar het is geen kerkscheuring waard om die verandering door te voeren.”
Gevoel
Muziek appelleert ook aan je gevoel. De drie musici zijn het erover eens dat muziek niet foutloos gespeeld hoeft te worden, maar wel gevoelvol. Tegelijkertijd moet je ervoor ijveren om de techniek onder de knie te krijgen. Lydia vond het eerst lastig om de dwarsfluit met gevoel te bespelen. “Het heeft best lang geduurd voordat ik dat kon. Hoe minder je speelt, hoe minder goed dat ook gaat.”
Karin, die ook in het koor zingt, heeft na het zingen altijd een voldaan gevoel. “Heerlijk is dat! Als we dan een uitvoering hebben, dan zit ik er helemaal in. Dan zie ik niemand meer en dan zing ik alleen maar. Als je zingt, of ernaar luistert, en het is zó mooi, dan krijg je soms een indruk van de almacht van God. In de kerk, tijdens het zingen van de psalmen, heb ik dat soms ook. Of als je de kerk uitloopt en het uitleidend orgelspel mooi aansluit bij de preek.” Ze denkt even na, voordat ze verdergaat: “Met zingen kun je soms Gods lof mooier brengen dan als je het zegt. Er komt veel meer gevoel bij. Hoewel de afstand tot God onoverbrugbaar is, kun je zingend soms beter je gevoelens uiten.” Paul vult aan: “Van Augustinus is de uitspraak bekend: ‘Wie goed zingt, bidt tweemaal.’” Hij vertelt dat hij begin dit jaar in TivoliVredenburg (Utrecht) is geweest. “Daar zong ik mee met zo’n veertienhonderd man, onder begeleiding van een orkest, in een uitvoering van het Requiem van Brahms. Dit stuk geeft Bijbelse vertroosting in tijden van rouw en beproeving. Het raakt me diep als je dan zingt: ‘Selig sind die Toten, die in dem Herrn sterben, von nun an. Ja der Geist spricht, daβ sie ruhen von ihrer Arbeit, denn ihre Werke folgen ihnen nach.’ (Openb.14:13)”
Kwaliteit
Muziek is bedoeld om God te eren en te danken. In Psalm 33 vers 3 staat: Zingt Hem een nieuw lied; speelt wel met vrolijk geschal. De kanttekeningen zeggen daarbij: ‘maakt het spelen of slaan goed, dat is, speelt wel, vernuftiglijk, kunstiglijk’. Paul verklaart dit als volgt: “Je moet geen platgetreden paden bewandelen, maar vernieuwen en kwaliteit brengen. Opperzangmeesters in de Bijbel waren ook mensen die er echt verstand van hadden.”
Wat is goede muziek? Lydia is daar kort in: “Alle muziek tot Gods eer. Voor mij is dat bijvoorbeeld klassieke en instrumentale muziek.” Karin vult het praktisch in en vindt muziek goed als ze het na een uur nog niet zat is. Paul: “Goede muziek moet ook aan de muziekregels voldoen. Als je een huis bouwt, heb je bepaalde uitgangspunten. Zo heeft de muziek ook regels. Populistische muziek voldoet niet altijd aan de regels. Dat doet vaak een appel op je gevoel. Ik vind dat er een balans moet zijn tussen gevoel en verstand. Je moet er iets van opsteken.” Jongeren maken op een gegeven moment muzikale keuzes. Paul benadrukt het belang om kinderen al vroeg te vormen als het gaat om muziek. “Als je eenmaal een keuze voor popmuziek gemaakt hebt, is het moeilijk om terug te keren. Er is zo’n rijkdom in onze gereformeerde- protestantse muziek. Laten de jongeren daar dan door bevangen worden.”
Muziekinstrumenten
Geen van drieën sluit bij voorbaat bepaalde instrumenten uit om bespeeld te worden, hoewel ze hun persoonlijke voorkeuren hebben. Ze concluderen dat het instrument geschikt moet zijn om er geestelijke muziek op te spelen. Een orgel of piano is daar erg geschikt voor, maar Bijbelse argumenten zijn daar niet voor. Paul: “In 2 Kronieken 5 vers 13 lezen we dat het volk allerlei muziekinstrumenten bespeelt. Door de muziek heen komt God mee, en vervult Zijn huis met Zijn tegenwoordigheid. God gebruikt muziek dus ook als middel.”
Als het om muziek gaat, gaat dit in de Bijbel ook weleens gepaard met dansen (in positieve zin). De vraag wordt opgeworpen hoe het komt dat in deze tijd dansen juist een negatieve lading heeft. Lydia denkt dat het dansen van nu veel meer gericht is op het lichaam dan op de geest. De kleding en de muziek die er tegenwoordig bij hoort, geeft het dansen een negatieve associatie.
“Op grond van de Bijbel is dansen heel goed verklaarbaar,” denkt Paul. “In veel psalmen komt het begrip dansen voor. In Psalm 68 (berijmd) staat: ‘Maar ’t vrome volk, in U verheugd, zal huppelen (dansen) van zielevreugd’. In de oorspronkelijke tekst (Ps.68:4) staat: ‘van vreugde opspringen’. Dansen is echter verwereldlijkt.”
Nogmaals blijkt Pauls voorliefde voor Bach, als hij afsluit met een citaat van de grote meester: “Bij geestelijke muziek is God altijd aanwezig met Zijn genade.”
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 maart 2016
Daniel | 32 Pagina's