Onberouwelijk
Romeinen 11:23-36
Want de genadegiften en de roeping Gods zijn onberouwelijk (Rom.11:29)
De meerderheid van de Joden heeft Jezus als Messias verworpen. Dat is de aangrijpende gedachte waar Paulus mee worstelt. Hoe is het toch mogelijk dat het volk dat God heeft uitgekozen, Jezus niet als Messias heeft aanvaard? De oorzaak is het ongeloof (vers 20). De Joden hebben in ongeloof de Heere Jezus verworpen. Ongeloof is de ernstigste zonde in de Bijbel. Zijn wij daar al aan ontdekt?
Toch zal Israël niet in ongeloof blijven. Er komt een moment - en er zijn ook in de dagen van Paulus Joden die de Heere Jezus door een waar geloof aannemen - dan worden deze natuurlijke takken ingeënt in de gemeente Gods. De kerk van het nieuwe verbond bestaat uit Joden en heidenen. Wilde takken (heidenen) en natuurlijke takken (Joden) worden, door Gods genade, in de olijfboom (de gemeente Gods of het verbond Gods) ingeënt (vers 24). Dat is de onnaspeurlijke rijkdom van Gods genade, waarover Paulus schrijft in Efeze 3. Weliswaar is een groot deel van de Joden verhard en weigert de Heere Jezus als Zaligmaker te aanvaarden, maar dat zal niet altijd zo blijven. Als eenmaal het volle getal van de heidenen zal zijn toegebracht tot Gods gemeente, dan zal ook Israël zich bekeren tot God. Er is gegronde verwachting voor het Joodse volk.
Paulus mag door Gods genade in de toekomst zien. Hij gaat een grote verborgenheid bekend maken. Eenmaal zal de tijd aanbreken dat God de verharding en de goddeloosheid van het Joodse volk zal wegnemen. Dan zal geheel Israël zalig worden. De kanttekenaar merkt bij het woordje geheel op: ‘Niet enige weinigen, maar een zeer grote menigte, en gelijk als de ganse Joodse natie’. Eenmaal zal dit volk massaal terugkeren naar de God van Abraham. Dan zal ook Jezus als Zaligmaker erkend worden. Dit grote gebeuren zal geschieden, omdat Gods genadegiften en Gods roeping onberouwelijk is. De Heere houdt vast aan het verbond dat Hij met Abraham heeft gemaakt. Daarom zullen er steeds Joden worden toegebracht tot de gemeente Gods. Hoe God dat zal doen? Ach, als de Geest gaat blazen dan worden er drieduizend mensen op één dag bekeerd. Die God zal dit grote werk tot stand brengen. Misschien wel in een hele korte tijd.
Op het moment dat Paulus de brief aan de Romeinen schrijft, ziet het er niet erg opwekkend uit. Israël lijkt in meerderheid verhard en ongelovig. Maar God is barmhartig. Daarom heeft Hij omgezien naar de blinde heidenen.
Vanaf de pinksterdag worden er uit de heidenen velen toegebracht tot de gemeente die zal zalig worden. Maar ook de Joden, die nu nog ongehoorzaam zijn, zullen barmhartigheid verkrijgen (vers 32). Nee, het zal niet zijn door eigen werken of verdiensten. Alleen Gods genade zal dit tot stand brengen. Tot eer van Zijn Naam.
Waar zouden we dan, als het gaat over de kerk van de Heere, over roemen. Paulus besluit met de roem in God. De kennis en de wijsheid van God zijn zo diep en ondoorgrondelijk dat we er alleen maar verwonderd over kunnen zijn. Het is bovendien alles vrije en soevereine genade. Dat is de reden dat God Zijn kerk bouwt. Tot op de dag van vandaag. Heil en redding is uit God, door God en tot God. Alles loopt tenslotte uit op de heerlijkheid en de eer van de drie-enige God. Hem zij de heerlijkheid tot in eeuwigheid. Dat is de lof waarmee Paulus dit deel van het onderwijs besluit. Ken jij ook iets van die verwondering over Gods wegen in jouw leven?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 februari 2016
Daniel | 32 Pagina's