Preken over profeten
Ds. D. de Wit: “In Christus is alles vervuld”
Profeten zijn vaak moeilijk. Ze gebruiken heel veel beelden. Ook beelden die bij ons niet meer bekend zijn. Bovendien staat de boodschap die profeten van Godswege brachten, haaks op hoe wij in het leven staan. Hoe is het voor een dominee om te preken uit de profeten? Hoe bereidt een predikant zich voor? En hoe is Christus aanwezig in de profetieën? Daniël sprak met dominee D. de Wit uit Barneveld over deze vragen. Preken over een profetie zonder de Middelaar, dan heb je het niet goed gedaan.
Wat is de boodschap die de profeten onder Israël brachten?
“Als je naar de oppervlakte kijkt, brengen de profeten een heel diverse boodschap. Jeremia heeft de boodschap van de val van Jeruzalem gebracht in Juda. Amos profeteerde het oordeel over Samaria. Daniël zat in Babel en Maleachi profeteerde in de tijd na de ballingschap. Dus het tijdstip bepaalde de boodschap. Maar de hoogste profeet is Christus. Hij heeft ervoor gezorgd dat alle profeten toch dezelfde boodschap hadden. Het gaat om de komst en wederkomst van Christus. Mozes is de eerste profeet in Israël. Steeds is gekeken of dat, wat de profeten spraken met hem in overeenstemming was. Dat is zelfs bij Christus gedaan. De kern vinden we bij Mozes (Deut.18:15-22). Mozes bracht Wet en Evangelie.”
Op welke manieren verschillen de profeten van elkaar?
“Jesaja is de kunstschilder onder de profeten. Hij is anders dan Amos, die een landbouwer was. Ezechiël is een priesterzoon, dat lees je terug in zijn profetie als het bijvoorbeeld over de tempel gaat. Zacharia is weer anders dan Haggaï, hoewel ze in dezelfde tijd profeteerden. Oog voor deze verschillen is belangrijk. Als je als dominee iets uit een profeet wil preken, dan kost dat echt veel tijd. Zeker de eerste keer. Je moet de tijd waarin hij profeteerde kennen. Je hebt ook veel tijd nodig om vertrouwd te raken met de eigen stijl en het karakter van de profeet.”
Hoe doet u dit?
“Eerst lees ik de profeet aandachtig door. Het helpt als je het Bijbelboek helemaal leest. In de tweede plaats lees ik ook altijd de inleiding van de Statenvertalers boven de hoofdstukken. Dat is echt goud! Daarnaast zijn er handboeken. Ik ben zelf erg verknocht aan Het Godswoord der Profeten van dr. J. Ridderbos (1879-1960). Verder zijn er per profeet de nodige handboeken. Na dit onderzoek volgt het overdenken van de stof. Daar heb ik veel tijd voor nodig, maar bovenal gevouwen handen.”
Maakt u ook zelf een vertaling vanuit het Hebreeuws?
“Het is heel nuttig om een tekst en het gedeelte daarom heen voor jezelf te vertalen. Het vertaalwerk alleen al geeft stof voor de preek. Profeten zijn heel beeldend in hun taalgebruik. Vertalen helpt om die beeldspraak te begrijpen. Laat ik een voorbeeld noemen: Zie, Mijn Knecht zal verstandiglijk handelen staat er in Jesaja 52 vers 13. Hoe wordt het woord ‘verstandiglijk’ hier gebruikt? Hoe gebruikt de profeet het en hoe wordt het door het hele Oude Testament gebruikt? Het woordje geeft licht over de zekere gang van de Knecht des Vaders, Die Zijn doel bereiken zal.”
Wat is het grootste verschil tussen een preek over een geschiedenis en een preek over een profeet?
“Bij een historische stof zoek je de feiten. Je probeert deze nauwkeurig op een rij te krijgen. Een profetie plaats je ook in de tijd van de profeet, maar dan is de belangrijkste vraag: wat bedoelt de profeet? Een profetie zoekt altijd een vervulling. Maar wanneer is de vervulling? Je zoekt allereerst altijd naar een vervulling in de tijd van de profeet of kort daarop. Maar soms kan dat niet. Bijvoorbeeld in Jesaja 7:14: Zie, een maagd zal zwanger worden, en zij zal een Zoon baren. Hier gaat het om een maagd, niet om een jonge vrouw. In Mattheüs 1 lezen we in het woord van de engel tot Jozef de vervulling in de komst van Christus.”
Ligt de vervulling altijd duidelijk in het Nieuwe Testament?
“Profeten zien heel vaak de eerste komst en de wederkomst van de Heere Jezus als één. Je kunt dit vergelijken met bergen die je in de verte ziet. Ze lijken dicht bij elkaar te staan. Als je op de eerste berg bent aangekomen, zie je echter dat de afstand naar de volgende nog groot is. Wat ook belangrijk is, is om in het Nieuwe Testament te kijken hoe de profeten worden geciteerd en hoe de vervulling wordt geduid. Als je maar even iets vindt in het Nieuwe Testament, mag je dat niet laten liggen. Zo kun je Schrift met Schrift vergelijkend de profeet uitleggen. Als je Romeinen 9-11 leest, mag je je ook afvragen wat de betekenis is voor het volk van Israël. Als het om de vervulling zelf gaat, moet je zeggen dat in Christus ten diepste de profetie is vervuld.”
De manier waarop de evangelisten, zoals Mattheüs, de profeten soms citeren is opvallend…
“Je zou je bijna afvragen of de schrijvers van het Nieuwe Testament wel nauwkeurig citeren. Op die vraag moet je meteen voluit ‘ja’ zeggen. Wat we dan moeten bedenken is dat ze soms uitleggend geciteerd hebben. Door het verklarend weer te geven, maken ze duidelijk wat de bedoeling is van de profetie.”
Een voorbeeld hiervan is Mattheüs 2:15: Uit Egypte heb Ik Mijn Zoon geroepen.
“Dit is een mooi voorbeeld. Je moet dan eerst kijken naar het Oude Testament. Je leest in Hosea 11:1: Als Israël een kind was, toen heb Ik hem liefgehad, en Ik heb Mijn zoon uit Egypte geroepen. Dit heeft betekenis voor de tijd van de profeet. Vervolgens kijk je naar Mattheüs. Daar gaat het om het Kindeke dat uit Egypte komt. Er is terugblikkend een vervulling, maar ook een vervolgvervulling in Christus. In Hosea lees je hoe God Zijn volk Israël uit de benauwdheid van Egypte leidde. Toen mocht de Heere verwachten dat ze Hem zouden dienen, maar dat hebben ze niet gedaan. Dat tekent de diepe schuld. Toch volgt er in Hosea dat de Heere het schuldige Efraïm getrokken heeft. Dat wordt verklaard in Mattheüs. Christus is op de plaats van de benauwde baarmoeder van Egypte geweest. Nu is Hij uit die plaats geroepen om een volkomen zuiver dienstwerk te verrichten. Omdat Christus uit Egypte is geleid, wordt er een volk geroepen uit de benauwdheid. Op die manier komen beide Schriftwoorden bij elkaar.
Een ander voorbeeld is Psalm 40. Daar lees je: Gij hebt Mij de oren doorboord. Dat ziet ook op Christus. Hij is gaan luisteren, gaan horen. In Hebreeën wordt deze tekst ook genoemd. Dan staat er: Gij hebt Mij het lichaam toebereid (Hebr.10:5). Daar ziet het op de bekwaammaking tot het Middelaarsambt. De Heilige Geest deed Christus als Middelaar luisteren, horen, naar de wil van Zijn Vader en is zo bekwaam gemaakt tot Zijn middelaarswerk.”
Wat betekent dit voor jongeren?
“Dit onderwerp, de eenheid van het Oude en het Nieuwe Testament ligt mij na aan het hart. Ik zou ook alle jongeren willen oproepen om die eenheid te onderzoeken. Daarin moeten we ons ook oefenen. De Statenvertalers leggen de profetie vaak ook in het geheel van de Schrift uit.”
Preekt u ook in een serie door een hele profeet heen?
“Het is voor de gemeente goed om door een hele profeet heen te preken. Het kost veel werk en het is voor de gemeente niet makkelijk. Toch is het goed. In Rijssen heb ik dat gedaan met Amos en in Barneveld met Hosea. Als je er dan helemaal doorheen gaat, krijgt de gemeente ook een beeld bij de profeet en zijn tijd. Maar het moet altijd met de spits naar Christus toe. Preken zonder de Middelaar? Dan heb je het niet goed gedaan. Ook voor een dominee is het goed. Da sta je onder de tucht van Gods Woord. Je preekt dan niet hier en daar een tekst, maar je moet het hele Bijbelboek doorpreken.”
Is er altijd een spits te maken naar Christus vanuit een profetie?
“Soms is dat moeilijk. Maar een tekst staat nooit geïsoleerd. Je preekt een tekst in het verband. Dat gaat soms over de hoofdstukken heen. Als je de tekst in het verband preekt, is er altijd een weg naar de Middelaar, zonder dat je dit geforceerd hoeft te doen. In Zacharia 8:5 staat: En de straten dier stad zullen vervuld worden met knechtjes en meisjes, spelende op haar straten. Dit heeft een vervulling in de tijd van Zacharia. Jeruzalem en de tempel worden herbouwd. Er zullen weer kinderen op de straten spelen. Maar als je dit in het verband plaatst: Alzo zegt de HEERE der Heirscharen: Omdat het wonderlijk is in de ogen van het overblijfsel dezes volks in deze dagen, zou het daarom ook in Mijn ogen wonderlijk zijn? Waar de ouderdom heerst en alles spreekt van sterven, spreekt dit beeld, van spelende kinderen, van het nieuwe leven dat in Christus is.”
Welke lijnen trekt u nog meer vanuit de profeten naar nu?
“In de profeten vind je het genadeleven zo teer terug. De noodzakelijke kennis van de ellende; de openbaring van de Middelaar; de weg van de Middelaar; de staat van Zijn vernedering en verhoging. Ik vraag me dan ook af in de voorbereiding: wat tekent de profeet hier van het genadeleven? Dat probeer ik dan ook te preken. In Zacharia 12 kom je dit tegen: Doch over het huis Davids en over de inwoners van Jeruzalem zal Ik uitstorten den Geest der genade en der gebeden, en zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben; en zij zullen over Hem rouwklagen als met de rouwklage over een enigen zoon (Zach.12:10). Johannes Calvijn wijst bij deze tekst op de opstand tegen God en op de rechterstoel van God. Als Gods Geest ontdekt, krijg je met God te doen, die wij, figuurlijk gezegd, doorstoken hebben. Er komt ook plaats in de tekst voor Chistus: Zij zullen over Hem rouwklagen. Dat zegt de Vader van Christus. Ik mag dan niet vergeten om bij Zacharia 13:1 uit te komen: Te dien dage zal er een fontein geopend zijn voor het huis Davids en voor de inwoners van Jeruzalem, tegen de zonde en tegen de onreinheid. Opnieuw proef je dan diezelfde woorden: zonde, schuld, onreinheid, maar het wijst ook op het bloed van Christus.”
Over welke profeet preekt u zelf graag?
“Jesaja. Jesaja ligt mij heel erg na aan het hart. Jesaja is ook door de Heere gebruikt, vooral het veertigste hoofdstuk. Dat was een tijd waarin alle wegen werden toegesloten. Vanaf vers 12 toont God Zijn ontzaglijke majesteit. Hij is zo oneindig groot en wij zo klein. Wat is een druppel en een stofje? Ik wist echt de weg niet meer. Maar daarin klonk: Bij wie dan zult gijlieden Mij vergelijken? En: Waarom zegt gij dan, o Jakob, en spreekt, o Israël: Mijn weg is voor den HEERE verborgen, en mijn recht gaat van mijn God voorbij? (…) Weet gij het niet? Hebt gij niet gehoord dat de eeuwige God, de HEERE, de Schepper van de einden der aarde, noch moede noch mat wordt? Er is geen doorgronding van Zijn verstand. Toen was het een zaak van de Heere geworden.”
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 2016
Daniel | 32 Pagina's