Trouw en ontrouw
De profeet Hoséa
Hoséa is de eerste profeet van het zogenaamde Dodeka-propheton, de boekrol van de twaalf kleine profeten. Alle twaalf zijn ze klein van omvang, ze pasten op één boekrol. Het Bijbelboek Hoséa is rijk van inhoud ook voor onze tijd.
De tijd van Hoséa
De profeet Hoséa leefde in de tijd van Uzzia, Jotham, Achaz en Hizkia, koningen van Juda. En in de tijd van Jerobeam II. De tijdsaanduiding is heel opmerkelijk. Hoséa is een profeet die in het Tienstammenrijk profeteerde. Hij leefde onder Israël, maar hij noemt hier eerst de koningen van Juda. De laatste zes koningen uit Israël die ook in deze tijd regeerden noemt hij niet. Alleen Jerobeam II.
Je vraagt je misschien af: Waarom doet hij dat? Hoogstwaarschijnlijk omdat hij in Hoséa 8:4 moet schrijven: Zij hebben koningen gemaakt, maar niet uit Mij; zij hebben vorsten gesteld, maar Ik heb het niet gekend. Deze koningen waren er zonder de goedkeuring van God. Al deze koningen regeerden maar heel kort. De een vermoordde de ander. Ze leefden zo goddeloos, dat we zien dat hierdoor de geschiedenis van Israël als een kaars uit gaat, tot de wegvoering uit Israël.
Een bijzondere opdracht
De tijd van koning Jerobeam II en koning Uzzia is een tijd van economische voorspoed (Hos.2).
Het rijk van Israël kwam nog één keer tot grote bloei. Er was overvloed van koren en most.
In deze tijd zendt God Hoséa. Hij geeft Hoséa een bijzondere boodschap.
De Heere zegt: Ga heen, neem u een vrouw der hoererijen en kinderen der hoererijen. Over deze tekst wordt heel verschillend gedacht. Wat Gomer precies voor vrouw is geweest, weten wij niet. Sommige uitleggers zijn er van overtuigd dat zij echt een hoer is geweest. Andere verklaarders houden het bij ‘een naar hoererij neigende vrouw’. We laten dat in het midden.
Waarom geeft de Heere deze opdracht? Er staat in Hoséa 2:2b: Want het land hoereert ganselijk van achter den Heere. De meerderheid van Israël verlaat de Heere. Israël dient de Heere niet meer.
Wat actueel! Wat houdt jou het meest in beslag? Waar ben jij de meeste tijd mee bezig? Kijk in de kerk om je heen, hoe is onze verhouding tot de Heere? Alles wat boven de liefde tot God en de liefde tot onze naaste staat is afhoereren van de levende God.
Gods oordeel
Het volk Israël dient volop de afgoden, vooral de Baäl. De Heere wordt ook nog wel gediend, maar op hun eigen manier. Ze dienen Hem door middel van de gouden kalveren in Dan en Bethel. De Wet die de Heere het volk gegeven had wordt niet meer gehoorzaamd.
De Heere ziet de zonde niet door de vingers. Hoséa moet van de Heere het oordeel over Israëls zonden aankondigen. Hij moet het volk als het ware hun ondergang als door een verrekijker laten zien.
Hoséa volgt de opdracht op. Hij trouwt met Gomer. Zij wordt zwanger en baart een zoon, Jizreël. Deze naam voorzegt de val van de koninklijke familie. Het tweede kind is een dochter. Zij krijgt de naam Lo-Ruchama: niet ontfermd. God is lankmoedig geweest, maar Hij zal niet altijd geduld hebben met een volk dat doorgaat in de zonde. Dan baart zij een derde kind, een zoon. Hij krijgt de naam Lo-Ammi dat betekent: niet mijn volk. Het volk had gehoord dat God zich niet meer over hen zou ontfermen. Deze waarschuwing doet hen niets. Dan verbreekt God de relatie met hen. Wat zien wij hier duidelijk het oordeel over Israëls ontrouw. De Heere zal Zijn volk verstoten en Zijn liefde voor Israël intrekken (Hos.1:6-9).
Gods ontferming
In Hoséa 2:1-12 spreekt de Heere het volk rechtstreeks aan. Ondanks Zijn trouw en liefde, week Israël af. Het volk gaat gewoon door met zondigen. Ze genieten van de zonde en geven afgoden de eer die alleen aan de Heere toekomt.
Het is daarom onbegrijpelijk dat de toon in vers 13 verandert. We zien de grondeloze liefde van God voor Zijn volk Israël. Ondanks de ontrouw van Israël blijft de Heere geduldig en genadig. God zal Zijn volk niet loslaten. Het woord ‘Lo’ voor de namen van de kinderen valt weg. Hij zal Zich over Zijn volk ontfermen (Ruchama) en Hij noemt hen toch Zijn volk (Ammi).
In de verdere hoofdstukken wordt steeds gewaarschuwd voor het oordeel. God gaat straffen. Door alle waarschuwingen klinkt ook de mogelijkheid tot redding. Als zij zich tot God bekeren, is er verlossing te krijgen. God laat zien wie Hij is.
Gomer, als beeld van het volk Israël, maar ook ons hart, bedriegt de Heere. Misschien heb jij ook al vaak beloofd dat je de Heere gaat dienen. Toch ga je door in de zonde. Wij gaan van de Heere vandaan, maar zo is de Heere niet. De Heere zoekt Zijn kinderen op. Ook jouw genadetijd is nog niet voorbij. Zoek de Heere en Leef!
In het kort
Periode: Tussen 755 en 710 voor Chr.
Indeling: 1-3 -> Het huwelijk van Hoséa
4-10 -> Ontrouw van Israël
11-14:1 -> Gods oordeel over Israël
14:2-9 -> Beloften van herstel
Bijzonder: Het woordgebruik van Hoséa is bijzonder. Er komen heel veel woorden in voor die maar een keer in de Schrift voorkomen, en dan ook nog alleen maar in Hoséa.
Bijbelstudies over Hoséa
In de serie Kleine profeten heeft ds. B. Labee (Veenendaal) het eerste deel geschreven. Het is een toegankelijk boekje met Bijbelstudies over de profeet Hoséa. Elk hoofdstuk heeft een vaste indeling: de letterlijke betekenis, lijnen naar andere delen van de Schrift, brug naar vandaag en tot slot een drietal gespreksvragen. Hierover een kort interview met ds. B. Labee.
U schreef een Bijbelstudieboek over Hoséa. Wat heeft Hoséa ons in deze tijd nog te zeggen?
“Hoséa tekent Gods verbond met Israël als een huwelijksverbond. Als Israël afgoderij bedrijft, is dat als overspel. Ook wij - de meesten van ons - zijn verbondskinderen. Als de Heere met het licht van Zijn Geest in ons hart werkt, gaan we zien dat wij niet beter zijn dan het volk van Israël. Zonder dat er enige aanleiding voor is, gaat de Heere spreken over Zijn liefdesgedachten tot Zijn volk. En als die boodschap van Hoséa doorloopt in het heden, schittert Gods genade: Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons lief heeft gehad, en Zijn Zoon gezonden heeft tot een Verzoening voor onze zonden (1 Joh.4:10).”
In het Bijbelboek staan ook enkele moeilijk te begrijpen passages. In het begin krijgt Hoséa de opdracht om te trouwen met een hoer. Hoe gaat u te werk om dit op een goede manier uit te leggen?
“Het is erg belangrijk om héél het profetenboek nauwkeurig door te nemen. Hoséa spreekt in beeldende taal en het is niet altijd eenvoudig om dat uit te leggen. De opdracht om te huwen met een makkelijk te verleiden vrouw, die een hoer blijkt te zijn, is wel de moeilijkste vraag in dit Bijbelboek. Uiteindelijk denk ik - in lijn met de kanttekening op de Statenvertaling - dat het niet om een werkelijk huwelijk gaat.”
Hoséa kondigt het indringende oordeel aan over Israëls zonden. Dat is een scherpe boodschap.
“God laat niet met Zich spotten! Als in een samenleving ‘trouw, weldadigheid en kennis’ gaan ontbreken, komt God met Zijn oordelen. Ze moeten ook vandaag worden aangezegd. Niet alleen in het algemeen tot ons volk, maar ook tot ons volksdeel, onze gemeenten, gezinnen en ons persoonlijk. We moeten oprecht de Heere gaan dienen en vrezen door het wonder van wedergeboorte. Zonder die kennis zal het volk worden uitgeroeid (4:6a) of zal het volk worden omgekeerd (4:14b). We hebben allen persoonlijk zaligmakende kennis nodig, die de Heere wil geven uit Zijn Woord, toegepast door Zijn Geest.”
Tegelijkertijd spreekt Hoséa ook over de eenzijdige liefde en trouw van God, Die Zijn volk niet kan loslaten.
“Als de Heere mensen in het gerichtsdal van Achor brengt, moeten ze wel beven. Hoséa verwijst naar Jozua 7:26. In de vlakte van Achor werd Achan gestenigd vanwege zijn diefstal. Het was ook de plaats waar de schuld over Israël werd verzoend. Zo werd de deur naar het beloofde land geopend. God is recht en moet de zonde straffen. Maar wat een wonder als ze erdóór worden gevoerd. Dan krijgen de woorden van onze kanttekeningen glans: ‘Gelijk de gelovigen in deze vallei des kruises, door de genade van de Heere Christus, een beginsel des eeuwigen levens en een open deur hebben van de levende hoop van het volkomen bezit der eeuwige heerlijkheid’ (kt.38b). Vanouds heeft men in dit dal een profetie gezien van Golgotha, dé plaats waar het gericht van God over de zonde tot een deur der hoop is geworden.”
Hoséa - Serie kleine profeten
Ds. B. Labee, 107 blz.
€ 8,90
Uitg. Den Hertog, in samenwerking met Jeugdbond Gereformeerde Gemeenten ISBN: 978 90 331 2728 1
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 februari 2016
Daniel | 32 Pagina's