Moestuintje
Het is nog koud buiten, maar af en toe kijk ik alvast naar een hoekje van onze tuin. Daar hebben we namelijk sinds vorig voorjaar een vierkante meter moestuin en daarnaast een grote pot met aardbeienplanten. Ik kan niet wachten tot ik er weer mee aan de slag kan. Tot verbazing van familie en vrienden, en niet het minst van mijzelf, is (moes)tuinieren namelijk een grote hobby geworden. Samen met mijn oudste dochter kijken of de aardbeien al rijp zijn; met blote handen in de aarde wroeten; slakken vriendelijk, maar beslist naar de andere kant van de tuin verbannen en raargevormde radijsjes oogsten. Heerlijk!
Maar voordat je kunt oogsten, moet je natuurlijk zaaien. En eerlijk gezegd kon ik me niet echt voorstellen dat er uit zo’n klein zaadje een plant zou groeien, laat staan dat er iets eetbaars te oogsten zou zijn. Maar na enkele weken zagen mijn dochter en ik her en der groene sprietjes en blaadjes en na enkele maanden was daar een goedgevulde moestuin, inclusief vruchten. Hoe is het mogelijk, dacht ik bij mezelf. Je stopt een zaadje in de grond en zonder dat je het in de gaten hebt, ontkiemt het en groeit het uit tot een enorme plant.
Eerder stond ik daar nooit echt bij stil. Terwijl er juist in de Bijbel regelmatig wordt gesproken over zaaien en vrucht voortbrengen. Bijvoorbeeld in Markus 4, met daarin de drie gelijkenissen: over de zaaier, over het zelf uitspruitende zaad en over het mosterdzaad. Maar wat mij het meest trof is een gedeelte uit Johannes 12; de reactie van Jezus toen enkele Grieken aan Filippus vroegen of ze Hem konden zien. Jezus antwoordt dan: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Indien het tarwegraan in de aarde niet valt, en sterft, zo blijft hetzelve alleen; maar indien het sterft, zo brengt het veel vrucht voort (Joh. 12:24). Graan moet sterven om vrucht te dragen. Het leven afleggen om leven te kunnen geven. Het lijkt een tegenstelling, maar het is de enige manier waarop graankorrels, of de zaadjes in mijn moestuin, kunnen uitspruiten en vruchten voortbrengen.
Met het tarwegraan bedoelt de Heere Jezus hier Zichzelf. Hij moest gezaaid worden, moest sterven, om het leven te kunnen geven aan anderen. Anders zou Hij alleen zijn gebleven, zonder vrucht. En Jezus zegt nog meer: Die zijn leven liefheeft, zal hetzelve verliezen (Joh. 12:25a) De vergelijking met het tarwegraan geldt blijkbaar niet alleen voor Hem, maar ook voor allen die Hem willen zien en volgen. Als je gericht bent op het hier en nu, hetzelfde blijft, zal je niet sterven, maar dus ook geen vrucht dragen en uiteindelijk je leven verliezen. Aangrijpend, want wie wil er nu zijn leven verliezen? Niemand toch?
En die zijn leven haat in deze wereld, zal hetzelve bewaren tot het eeuwige leven (Joh. 12:25b). Alleen als je door genade niet langer vasthoudt aan je wereldse, zondige leven, zal je in plaats daarvan het eeuwige leven ontvangen, om Jezus’ wil. Zoals een zaadje dat sterft en uitgroeit tot een plant die vruchten voortbrengt.
Ik kijk nog even naar mijn braakliggende moestuin en bedenk me dat ik niet moet vergeten om mest en voeding aan de potgrond toe te voegen. Waar voeden wij onszelf mee? Lees je Bijbel en bid elke dag. Bid om het werk van de Heilige Geest. Zaaien heeft immers alleen zin als het in goede aarde valt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 januari 2016
Daniel | 32 Pagina's