Hoe kom ik bij Jezus?
Dat is een levensvraag. Want bij Hem alleen ben je geborgen. Buiten Hem ben je jammerlijk verloren. Daarom, dringt deze levensvraag ook voor jou. De laatste woorden van Johannes de Doper zijn hierover zo helder: Die in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven; maar die de Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem (Joh 3:36).
Het gaat dus om in de Zoon geloven of de Zoon ongehoorzaam zijn. Dat laatste is: nee zeggen; Hem niet nodig hebben; nooit aan Zijn voeten gekomen. Daarbij hoort onlosmakelijk: de dood liever hebben, onder de brandende toon van God blijven. Laat deze twee mogelijkheden eens goed tot je doordringen!
Al eeuwen
Er is geen belijdenisgeschrift dat zo duidelijk deze weg naar Jezus ons vanuit de Schrift schildert als de Dordtse Leerregels. Onze vaderen in Dordrecht (vierhonderd jaar geleden) willen ons leren, onderwijs geven over: hoe kom ik nu bij de Middelaar? Want het afwijkende gevoelen van remonstranten - toen en nu - gaat niet alleen over de vraag: voor wie is de Middelaar gestorven? Maar ook over de wezenlijke vraag voor ons allen: hoe komt een mens nu bij deze Middelaar? Want het gaat om de werkelijkheid van de genade. De vrije genade in Christus Jezus, die God ‘aan niemand schuldig is’ (DL 2,7) en die ‘Hij zonder ons in ons werkt’ (DL 3-4, 12). Dus het is pure genade van de verkiezende Vader (DL 1), van de verdienende Zoon (DL 2) en van de toepassende Geest (DL 3-4). Niets, maar dan ook niets wordt in de handen van een verloren mens gelegd en gelaten. Want dan kwam ik, ellendig mens, er nooit! Daarover gaat het nu hoofdstuk na hoofdstuk in de Leerregels van Dordt. We krijgen onderwijs in de heils-leer: hoe een mens zalig wordt. Dus ook als het gaat om: hoe kom ik nu aan het geloof in de Zaligmaker? Hoe blijf ik nu bij deze Zaligmaker in volharding (DL 5)? Wat is nu het begin van de bekering? (DL 3-4). En hoe ontwikkelt zich dat geloof nu verder in het leven van een kind van God? (DL 5). De redactie vroeg me om vooral over het eerste wat te schrijven. Dus: hoe kom ik bij Jezus? Hoe wordt Hij mijn Zaligmaker? Daarom wil ik samen met jou Hoofdstuk 3-4 lezen, vooral artikel 11-13. Het gaat namelijk niet om de persoonlijke mening van wie dan ook, maar om het gezamenlijke getuigenis van de kerk, al eeuwenlang. Die spreekt ook hier met hart en mond. Hier word je niet bedrogen. Tijdloos Bijbels onderwijs in het genadewerk van God-drie-enig. Dan zwalk je niet mee met de theologische waan van de dag, die morgen weer anders is. Maar in hartelijke overeenstemming met de kerk der eeuwen voelen we ons innerlijk zo verbonden met Gods volk van alle tijden. Doe er wat moeite voor om het te volgen! Om het voor jou wat overzichtelijk te maken: het gaat om 10, 5, 6 en 1. Lees maar verder.
Tien werkwoorden: wie doet wat?
Het gaat om het begin en de voortzetting van Gods genadewerk in het hart. Gods werk in de bekering vanaf het prilste begin, want we lezen in DL 3-4, 11: God…
1. werkt de ware bekering;
2. doet het Evangelie uiterlijk prediken: voor het aanwezig zijn en het aandachtig en biddend luisteren ben jij verantwoordelijk;
3. verlicht het verstand krachtig door Zijn Geest: om te kunnen verstaan en te onderscheiden;
4. dringt door tot de binnenste delen van de mens door de krachtige werking van die Geest;
5. opent het hart dat gesloten is: potdicht gaat open;
6. vermurwt dat hard is: keihard wordt gevoelig en ontvankelijk gemaakt;
7. besnijdt dat onbesneden is: niet meer heidens en onheilig
8. stort nieuwe hoedanigheden (eigenschappen) in de wil: willen wat God wil, haten wat God haat;
9. maakt de wil die dood was levend; die boos was goed; die niet wilde, nu metterdaad wil; die weerspannig was wordt gehoorzaam;
10. beweegt en sterkt die wil zo dat hij als een goede boom vruchten kan voortbrengen.
Dus: Wie doet dit allemaal? Tienmaal, alleen God werkt. En wat doet de mens? Niets, alleen maar tegenwerken. Hier lees je nu dat het werkelijk is: ‘door U, door U alleen, om het eeuwig welbehagen.’
Vijf zelfstandige naamwoorden: hoe noemen we dat?
We lezen onze belijdenis samen verder in het volgende artikel (12) dat direct hierbij aansluit. Dit alles van artikel 11 samengenomen noemen we:
1. wedergeboorte: het begin van het nieuwe leven en de voortzetting ervan;
2. of vernieuwing: je wordt een nieuw mens, waarbij heel je mens-zijn is betrokken. Dus je gedachten, gevoelens, wil, je innerlijk en je wandel;
3. of nieuwe schepping: een nieuw begin dat niet minder is dan de schepping;
4. of opwekking uit de doden: zoals het dochtertje van Jaïrus, de jongeling te Naïn en Lazarus in de Evangeliën. Je wordt een herschapen mens;
5. of levendmaking: zoals Dorkas en Eutychus in de Handelingen der apostelen.
Met deze vijf zelfstandige naamwoorden wordt het genadewerk Gods in zijn begin en voortzetting uitgedrukt. Dit is dus te vergelijken met een tweede geboorte, als het begin van nieuw leven; je wordt een nieuw mens, een herschapen mens. Een mens die dood was in zonde en misdaden wordt zo levend gemaakt. Gods tienvoudige arbeid maakt van doden levend, maakt nieuwe, herschapen mensen. Dan gebeurt er echt iets in je leven; daar ben je bij. Dan verandert er zo veel, innerlijk en uiterlijk. Dat kan toch niet onbewust gebeuren?
Zes bijwoorden: hoe gaat dat?
Dordt is bezig te belijden hoe God een mens bekeert. Daarbij wordt benadrukt dat dit werk niet is tegen te staan. De mens kan dit niet verhinderen. Hoe vijandig hij ook is. Hoe afkerig we ook zijn. Het gebeurt namelijk met zoveel goddelijke genadekracht, en niet te vergeten, met zo veel goddelijke liefde. Wat gaat er dan in een mens om? Hoe beleeft hij dat? Weer gaat men eerbiedig luisterend naar de Schrift, die door de Heilige Geest is geïnspireerd, zeggen wat er in een wedergeboren hart omgaat. De werking van diezelfde Geest van het Woord in het hart is:
1. gans bovennatuurlijk: het gaat alle natuurlijke vermogens en voorstellingen van een mens te boven. Het is niet aards, maar hemels; niet menselijk maar goddelijk;
2. zeer krachtig: daar kan niets en niemand tegen op. Dit moet, dit mag je altijd verliezen. Te vergelijken met de schepping uit niet;
3. tegelijk zeer zoet: het is zo aangenaam, zo troostvol en zo liefelijk;
4. wonderbaar: het is zo’n wonder, zo verwonderlijk, zo aanbiddelijk;
5. verborgen: niet te peilen in de oorzaak, waarom God zo iets aan zo iemand doet; niet te peilen in de diepte, dat God zo diep wil afdalen;
6. onuitsprekelijk: laten we maar ophouden met het zoeken naar woorden voor dit wederbarende werk van Gods Geest. Want het is in woorden niet uit te drukken. Daar zijn onze woorden te arm voor. Daar zal de eeuwigheid voor nodig zijn, om dat te bevatten en uit te zingen.
Zes aanduidingen waarmee geprobeerd wordt om het onuitsprekelijke wonder van Gods vrije genadewerk toch enigszins onder woorden te brengen. Wanneer je het beleeft voel je het aan. En dan zeg je hierop van ganser harte: ‘Amen, zo is het!’ Want dit moet beleefd worden. Niet besproken, zeker niet beredeneerd of bediscussieerd. Vraag om een kruimel beleving! Het is zo rijk!
Eén kernzaak: waar loopt het op uit?
Zo werkt God altijd dus. Zo gaat men daadwerkelijk geloven. God drijft en beweegt de zondaar ertoe dat hij niet anders kan en niet anders (meer) wil dan onder God te buigen, het Hem gewonnen te geven. Zijn hele leven gaat dan in het teken staan van de hartelijke droefheid naar God over de zonde: zondesmart, zondehaat en zondevlucht. Dit gaat samen met een hartelijke vreugde in God door Christus. Naar deze bekering verwijst artikel 12 in de laatste zin: ‘Waarom ook terecht gezegd wordt dat de mens door de genade die hij ontvangen heeft, gelooft en zich bekeert’. Dus wanneer gaat een mens geloven? ‘Door de genade die hij ontvangen heeft’, zoals die hierboven omschreven is. En wanneer gaat een mens zich bekeren? ‘Door dezelfde genade’, die éérst ontvangen is. Dan zijn er veel vragen en veel bestrijdingen. Ook is er veel verschil onder Gods kinderen in uiterlijke omstandigheden, karakter en, niet te vergeten, leeftijd. Maar zo werkt Gods Geest nu altijd: een onuitsprekelijke liefde tot de Zaligmaker. Over Hem raak je helemaal niet uitgesproken. Dat blijkt ook zo duidelijk in de hele belijdenis van Dordrecht. Want in Hem valt er licht over het werk en de weg Gods in ons leven. Want op Hem loopt alles uit! Gods verkiezing in Christus, Zijn wederbarende genade in Immanuël. En dan zijn we bij de vraag in het begin van ons artikel: ben je bij Jezus gebracht? En hoe is dat gegaan?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 september 2015
Daniel | 32 Pagina's