JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Wereldwijd belijden

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wereldwijd belijden

7 minuten leestijd

Wij hebben de Bijbel. Dat is toch genoeg? Waarom hebben we dan nog een geloofsbelijdenis nodig? Dat kun je jezelf afvragen. Het Sola Scriptura (alleen de Bijbel) is inderdaad één van de vijf solas van de Reformatie. Toch waren ook tijdens de Reformatie al de Twaalf Artikelen en de belijdenissen van Nicea en Athanasius in gebruik.

Al tijdens het leven van Jezus op aarde bleek dat een geloofsbelijdenis niet overbodig is. In Mattheüs 16:13-16 vraagt Hij aan Zijn discipelen: Wie zeggen de mensen dat Ik, de Zoon des mensen ben? Nou, daarover waren allerlei gedachten: En zij zeiden: Sommigen Johannes de Doper; en anderen: Elía; en anderen: Jeremía, of een van de profeten. De Heere Jezus vraagt Zijn discipelen om kleur te bekennen: Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben? Dan volgt de prachtige belijdenis van de discipelen uit de mond van Petrus: Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God. Je kunt dus niet zomaar zeggen: een geloofsbelijdenis is niet nodig. Christus Zelf vraagt Zijn volgelingen om een antwoord op de dwaalgedachten die er leven. Dat was toen zo, en nu nog.

Op leven en dood
Belijdenisgeschriften zijn niet zomaar iets. Ze zijn niet verzonnen door een paar eigenzinnige theologen. Nee, de belijdenisgeschriften zijn het bewijs van een strijd op leven en dood. Dat moet je goed in gedachten houden. In Openbaring 12 lees je dat de duivel (draak) de Kerk (vrouw) altijd al op de hielen heeft gezeten. Voordat Christus geboren was, probeerde hij het nageslacht van David uit te roeien. Toen Hij geboren was, probeerde hij Christus Zelf te verslinden (vers 4). Ook dat mislukte. Christus overwon en vermorzelde satans kop (vers 10). De duivel werd op de aarde geworpen (vers 9, 12). Daar vervolgt hij de vrouw, maar deze wordt door God Zelf beschermd (vers 14-16). Nu voor satan alles mislukt is, staat er: En de draak vergrimde op de vrouw, en ging heen om krijg te voeren tegen de overigen van haar zaad, die de geboden van God bewaren en de getuigenis van Jezus Christus hebben (vers 17). Het is dus duidelijk: satan moet de Kerk hebben. Degenen die Gods geboden bewaren en Jezus Christus belijden. Dat doet hij op meerdere manieren.

Geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel
Het was waarschijnlijk het jaar 96 na Christus toen Johannes op Patmos het visioen van de vrouw en de draak zag. Op dat moment was dit visioen al volop werkelijkheid. Keizer Domitianus vervolgde de christenen. Maar ook in de twee eeuwen daarna ging de duivel tekeer als een briesende leeuw. Er waren perioden van bloedige christenvervolging. Na het edict van Milaan in het jaar 313 kwam er een lange rustperiode voor de kerk. Nu kwam de satan als een ‘engel van het licht’. Op slimme manieren probeert hij Gods Woord te verdraaien. Dat doet hij al zolang de aarde oud is. Hij zei al tegen Eva: Is het ook dat God gezegd heeft...?
Zo ging het ook in de vroege kerk. Ze werd bedreigd door dwalingen. Het Griekse denken was al in de derde eeuw de kerk binnengeslopen. In de vierde eeuw leek het helemaal mis te gaan. Arius, een voorganger in Alexandrië, leerde: Christus is niet van hetzelfde wezen als de Vader. Hij is geen God, net als de Vader, maar het eerste schepsel. Hij is dichter bij God dan alle schepselen, maar geen God. Arius bracht grote onrust in de kerk. Keizer Constantijn riep in 325 een concilie bijeen in Nicea. Dit was een heel bijzondere kerkelijke vergadering. Bijna driehonderd bisschoppen kwamen daar samen. Sommigen van hen droegen nog de littekens van de hevige vervolgingen. Arius werd als ketter verbannen en er werd vastgesteld dat Christus ‘eenswezens’ is met de Vader. Toch woekerde Arius’ dwaalleer voort in de kerk. Daarom werd in het jaar 381 het concilie van Constantinopel bijeengeroepen. Het ging hier ook over de drie-eenheid van God. In Constantinopel werd de geloofsbelijdenis vastgesteld die vaak ‘de geloofsbelijdenis van Nicea’ wordt genoemd. Je hoort hierin de hevige strijd tegen het Arianisme nog naklinken als je leest:
Ik geloof in één Heere Jezus Christus, de eniggeboren Zoon van God, geboren uit de Vader, vóór alle eeuwen; God uit God, Licht uit Licht, waarachtig God uit waarachtig God...

Doopbelijdenis: het Apostolicum
De twaalf artikelen van het geloof hebben de naam ‘Apostolicum’. Dat betekent niet dat ieder van de twaalf apostelen een artikel heeft geschreven. Het is de belijdenis van de ‘apostolische leer’. Zoals de apostelen van Jezus Christus die verkondigd hebben. Het is de meest oude belijdenis. Er zijn teksten gevonden uit de tweede eeuw na Christus die bijna hetzelfde zijn. Het Apostolicum is ontstaan als doopbelijdenis. Het was dus geen reactie op dwalingen. Daarin is het Apostolicum anders dan alle andere geloofsbelijdenissen.
Het Apostolicum hoort, samen met Nicea en Athanasius, bij de ‘algemene’ belijdenisgeschriften. ‘Algemeen’ betekent: beleden door de kerk van alle tijden en plaatsen. Hoe verdeeld, verbrokkeld en verscheurd de kerk ook is, toch is de kerk één. Christus is het hoofd en de kerk is Zijn lichaam. Eén lichaam. Hoewel er veel verschillen zijn, is de kern hetzelfde: Deze belijdenis is het kloppend hart van de hele kerk. De kerk in Nederland, Schotland, Afrika, Noord-Korea, China en Papua. Overal ter wereld, maar ook in de hemel. De eerste christenen, de christenen in de middeleeuwen en in 2015. Johannes op Patmos heeft iets gezien van de reikwijdte van de kerk. En na dezen zag ik, en zie, een grote schare, die niemand tellen kon, uit alle natie en geslachten en volken en talen, staande voor de troon en voor het Lam. Heb jij al eens zó naar de twaalf artikelen geluisterd op zondag? Ook de Rooms-katholieke kerk kent het Apostolicum. Een opvallend verschil is: ‘Ik geloof in de heilige katholieke kerk’. Wij hebben daar nog het woord ‘christelijke’ tussen staan. Dat heeft Luther toegevoegd. De Rooms katholieke kerk leert dat de kerk in zichzelf gezag heeft. Luther beleed dat de kerk onder het direct gezag van Christus valt.

Oude geloofsbelijdenissen voor jou
In de eerste eeuwen heeft de kerk hevig gestreden tegen de listen van satan. Eerst moest de kerk zich verdedigen tegenover de heidenwereld. Later kwamen de aanvallen meer vanuit de kerk zelf. Deze waren bijzonder fel en gevaarlijk. Het ging niet over onbelangrijke dingen, maar over de zaligmakende leer! Het resultaat van deze strijd zijn de belijdenisgeschriften die wij in 2015 nog in onze handen hebben. In deze geschriften klopt het hart van het christelijk geloof. De drie-enige God, Die zondaren zalig maakt door Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, Die mens wilde worden. Buiten deze belijdenis is er geen zaligheid. Deze belijdenissen zijn scherpgeslepen wapens. Je hebt ze hard nodig. De kerk van alle tijden had die wapens nodig. Denk dan niet dat jij zonder kunt!
Weet je waarom de belijdenisgeschriften vandaag zo belangrijk zijn? Veel dwalingen van vroeger zijn vandaag springlevend. De satan is vandaag niet minder actief dan toen. Zeker niet! En ook zijn (kerk)mensen er niet beter op geworden. Of ben jij nooit geneigd om te denken: Is het eigenlijk wel waar dat Jezus tegelijk God en mens was? Of: als ik netjes op het paadje van fatsoen blijf lopen zal het toch wel meevallen? God is toch liefde? Dat zijn geen nieuwe, maar oude dwalingen. Wat een zegen dat je de belijdenisgeschriften hebt. Ze kunnen je vastmaken in Gods Woord. Ze zijn geschreven met het bloed van de kerk. Het is de belijdenis geweest van hen die nu de strijd te boven zijn. Zij hielden aan deze belijdenis vast (en geen andere!). Daarom hebben zij de zaligheid verkregen.

Drie formulieren van Enigheid:
• 1561: De Nederlandse geloofsbelijdenis door Guido de Brès
• 1563: De Heidelbergse Catechismus door Caspar Olevianus en Zacharias Ursinus
• 1619: De Dordtse Leerregels

Andere belijdenisgeschriften:
Kerk vóór de reformatie:
• 451: Geloofsbelijdenis van Chalcedon

Zwitserland:
• 1534: eerste confessie van Basel door Bullinger
• 1536: De eerste Helvetische confessie
• 1541: Catechismus van Genève
• 1566: De tweede Helvetische confessie

Frankrijk:
• 1559: Confessio Gallicana onder leiding van Calvijn

Engeland en Schotland:
• 1560: Confessio Scottica
• 1647: Westminster Confessie, tijdens de synode van Westminster
• De grote en de kleine Westminster Catechismus

Duitsland:
• 1528/1529: De grote en kleine catechismus van Luther
• 1530: Augsburger confessie door Luther


Het Sjema
Als het volk Israël op het punt staat om Kanaän in te trekken, geeft Mozes hen een belijdenis mee. Aan deze belijdenis moeten ze vasthouden.
“Hoor, Israel, de HEERE onze God is een enig HEERE. Zo zult gij de HEERE uw God liefhebben, met uw ganse hart en met uw ganse ziel en met al uw vermogen.” Deze belijdenis is gericht tegen de afgodendienst die Israel zou bedreigen. “Israël, vergeet nooit: er is maar Eén God. Die moet je dienen.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 2015

Daniel | 28 Pagina's

Wereldwijd belijden

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 augustus 2015

Daniel | 28 Pagina's