JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Vakantie in Duitsland

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vakantie in Duitsland

8 minuten leestijd

Langzaam doet Jord zijn ogen open. Zijn ze er al? Oei, wat een fel licht. Hij knijpt zijn ogen weer dicht. Nog maar even verder slapen dan, hij is nog zo moe. Maar dan hoort hij stemmen. Wie zijn dat allemaal? En hoort hij nu ook zijn zusje huilen? Weer doet hij zijn ogen open. Hè? Hij zit niet meer in de auto. Boven hem is de blauwe lucht. De zon schijnt fel en het is warm. Jord wil overeind komen, maar dat lukt niet. Hij voelt een felle pijn en snel gaat hij weer liggen. Wat is dit nu allemaal? Waar is hij? Waarom hoort hij Lisa huilen? En waar zijn papa en mama?

Hij tilt voorzichtig zijn hoofd een beetje op. Hij ziet dat hij in het gras ligt. Naast hem ligt een puzzelboekje en iets verderop de roze slaapzak van Lisa. Wat een rommel, denkt hij. Waarom ligt dat hier zomaar in het gras? Dan hoort hij de sirenes. Komen die nu hierheen? Wat een rare ambulance is dat. Rood en wit. Zo zien ze er toch niet uit? Daar komt al een meneer aanlopen. Hij heeft een koffer bij zich. Hij knielt bij Jord neer en begint te praten. Wat praat die meneer raar, denkt Jord. Hij verstaat er niets van. Het lijkt wel… Duits!

In een flits weet Jord weer waar hij is: in Duitsland, op vakantie. Hij weet ook weer hoe het allemaal begon…

Op vakantie!
“Dit jaar gaan we naar Duitsland!” zegt papa. “Echt waar?” zegt Jord. Hij springt op van zijn stoel: ”Joepie! We gaan naar het buitenland!” Papa en mama lachen. Ook de kleine Lisa heeft plezier. “Gaan we met het vliegtuig?” wil Jord weten. Tjonge, voor het eerst van zijn leven naar het buitenland. Dat is zo ver weg, daar moet je wel met het vliegtuig naartoe. Papa lacht: “Nee hoor, naar Duitsland kun je gewoon met de auto!” “Hoe ver is dat rijden? En praten ze daar Duitslands?” Jord wil ineens alles tegelijk weten. Hij gaat vast oefenen met de taal. Want hoe kun je anders boodschappen doen? De voorpret van de vakantie is al bijna net zo leuk als de vakantie zelf. Samen zoeken ze op de kaart waar ze naartoe gaan. Het is wel meer dan vijf uur rijden! Zó lang heeft Jord nog nooit in de auto gezeten. Mama vertelt dat ze af en toe even stoppen, zodat ze even de benen kunnen strekken.
Op internet zoeken ze foto’s van Duitsland. Jord ziet echte bergen. Wat zijn die mooi! Die ziet hij straks in het echt!
Papa kan al goed Duits praten! Jord wil het ook leren. “Ich bin Jord!” kent hij al.

Buiten is het nog een beetje donker, zo vroeg is het nog. Maar toch gaan ze nu echt op vakantie! Het is een lange reis. Onderweg ziet Jord van alles. “Nu zijn we in Duitsland,” zegt mama na een poosje. Jord is een beetje teleurgesteld. Hij ziet helemaal nog geen bergen! “Die zien we straks echt wel,” zegt mama.

‘Ich bin Jord’
Het huisje staat op een vakantiepark. Eenmaal binnen rent Jord door alle kamers. Wat is het hier leuk! Hij kiest meteen een kamer uit waar hij wil slapen. Als hij uit het raam kijkt, ziet hij een berg. En een klein wit kerkje. Beneden op de straat ziet hij kinderen lopen. Duitse kinderen! Meteen loopt hij weer naar beneden. Hij kan al heel goed Duits praten! “Ich bin Jord!” zegt hij stoer. Het meisje lacht: “Ik ben Elise!” Jord rent weer naar binnen. “Mama, dat meisje kan ook Nederlands praten!” Mama lacht: “Ik denk dat dat ook een Nederlands meisje is! Alle mensen op dit park komen uit Nederland.” “Echt waar?” zegt Jord teleurgesteld. “Ja,” zegt mama “en weet je wat zo fijn is? Omdat er zoveel Nederlanders zijn, kunnen we zondag gewoon naar een Nederlandse kerkdienst, in dat kleine witte kerkje wat je daar ziet. Er is ook een dominee uit Nederland. Die is hier ook op vakantie!” Daar moet Jord even over nadenken. Gaat een dominee ook op vakantie? Maar als hij op vakantie is… gaat hij dan wel preken? Hij is toch vrij? Hij komt er niet uit. Mama legt uit dat een dominee ook rust nodig heeft en daarom ook op vakantie gaat. Maar in de vakantie vindt hij het toch fijn om te preken. Zo kan hij over de Heere vertellen aan de mensen die op vakantie zijn. Dat begrijpt Jord wel. Natuurlijk is het fijn om over de Heere te praten!

Het is een fijne vakantie! Op het park is een zwembad waar ze iedere dag gaan zwemmen. Zo vaak zwemmen ze thuis nooit! Ook wandelen ze veel, zelfs helemaal tot boven op een berg. Dat is klimmen! Terug gaan ze met de kabelbaan. Mama vindt het een beetje eng, maar Jord en papa niet. “Kijk eens wat een mooi uitzicht!” zegt papa. Dat vindt mama gelukkig ook.

Na twee weken gaan ze alweer naar huis. Eigenlijk heeft Jord er nog helemaal geen zin in. Maar maandag moet hij weer naar school. Voor ze vertrekken, geeft mama hem nog een puzzelboekje. “Dan heb je onderweg wat te doen.”

Een ongeluk?
Jord kijkt opzij en ziet het puzzelboekje liggen. Hij was bijna klaar met de puzzel toen… Er komt een vrouw naar Jord toegelopen. Dat is Els, de buurvrouw van het vakantiepark. Zij en haar man Nico gingen vandaag ook weer terug naar Nederland. “Rustig maar, ze komen er zo aan.” “Waar zijn papa en mama?” vraagt Jord. “Jullie hebben een ongeluk gehad en ze komen jullie helpen.” Een ongeluk? Dat is raar, denkt Jord. Papa kan toch heel goed rijden? Zou hij daarom hier liggen? En die pijn… Oei, dat is echt niet leuk. Ineens wordt Jord bang. Een ongeluk! Dat is heel erg! Waar zijn papa en mama? En de auto? Jord probeert overeind te komen. Hij moet weten hoe het met papa en mama is. “Ho, ho!” hoort hij Els zeggen. “Even blijven liggen, hoor! “Maar, maar ik moet… de auto… papa en mama!” zegt Jord. “Dat komt straks, eerst moeten ze even naar jou komen kijken.” De meneer en Els zijn nu met elkaar aan het praten. “Jord, deze meneer gaat jou even nakijken. Heb je ergens pijn?” Pijn, ja dat heeft hij zeker! In zijn zij. Hij kan er bijna niet van ademhalen. Als de meneer hem heeft nagekeken, zegt Els: “Deze meneer gaat jou nu meenemen naar het ziekenhuis, want ze willen dat er foto’s gemaakt worden.” Moet hij naar het ziekenhuis? En papa en mama dan?
Hij kijkt om zich heen. Hij schrikt! Er is ook brandweer! En ze zijn bezig bij… hun auto! Nu ziet hij het. Hij is helemaal kapot! Overal liggen spullen uit hun auto!
Els zegt: ”Kom maar, jij mag nu samen met je zusje naar het ziekenhuis, papa en mama komen straks!” Jord wordt door de ambulancebroeders voorzichtig op een brancard gelegd en dan tilt Els Lisa op. Jord ziet dat ze een beer in haar handen heeft. Ze gaan met zijn allen in de ambulance en langzaam rijden ze weg. Jord krijgt ook een beer van de ambulancebroeder. Hij klemt de beer tegen zich aan. Stoere jongens kunnen toch ook best een knuffel hebben?

In het ziekenhuis
Jord wordt weer wakker als ze in het ziekenhuis komen. Hij wordt naar een klein kamertje gereden. “Hoe voel je je nu?” vraagt Els. “Moe,” zegt Jord. “En misselijk!” Ineens moet hij overgeven! Hij begint weer te huilen. Wat voelt hij zich naar! Hij heeft zo’n hoofdpijn! En zijn zij doet ook weer zeer. Waren papa en mama maar hier!

Hij snapt nu waarom hij naar het ziekenhuis moest. Er zijn foto’s gemaakt met een apparaat. Dat apparaat maakt foto’s van de binnenkant van je lichaam. Röntgenfoto heet dat, vertelde Els. Dan kunnen ze zien of je niks hebt gebroken.
Dat was gelukkig niet het geval. Wel waren er een paar ribben gekneusd, daarom deed zijn zij zo zeer. Ook had hij een hersenschudding dus hij moest wel een nachtje in het ziekenhuis blijven.

Het duurt wel erg lang voor papa en mama komen. Jord is zo moe. “Ga maar even slapen,” zegt Els. Zijn ogen vallen dicht.
Met een schok wordt Jord even later weer wakker. Hij ligt nu in een andere kamer. Waar is Lisa? En Els? Daar stapt een zuster binnen. Ze begint te praten tegen Jord, maar Jord kan toch niet zo goed Duits als hij dacht. “Ich bin…” daar heb je in het ziekenhuis niet zoveel aan.

Dan stapt daar opeens mama binnen! “Mama!” Jord huilt en klemt zich aan mama vast. Mama houdt Jord stevig vast. “Lieve Jord, wat ben ik blij om jou weer te zien! Hoe gaat het met je?”
Als Jord weer rustig is vraagt hij: ”Waar is papa?” Het gezicht van mama betrekt. “Papa wordt nog geopereerd, hij heeft zijn sleutelbeen gebroken.” Jord is er even stil van. “En nu? “Hoe kwam het ongeluk eigenlijk, mama?” “Ik weet het zelf ook niet goed, maar ik denk dat papa verblind is geweest door de zon. De auto is tegen een boom gereden en toen over de kop geslagen. We zullen bidden of de Heere papa weer beter wil maken.” Mama vouwt haar handen om die van Jord: ”Heere, U weet hoe het met papa is. Wilt U de handen van de dokters zegenen en papa weer beter maken?” Jord slikt zijn tranen weg.

Weer op reis
Het is twee dagen later. Ze stappen met zijn allen in de auto van oom Thijs. Hij komt hen ophalen uit Duitsland. De operatie van papa is gelukt, maar hij mag nog geen auto rijden. Oom Thijs start de motor. “Zullen we eerst bidden om een goede reis?” vraagt mama. Oom Thijs knikt en zet de motor weer af. Papa bidt en Jord bidt in zichzelf met hem mee. “Dank u wel, Heere, dat we allemaal zijn gespaard. Het had ook anders kunnen zijn. Wilt U op deze reis voor ons zorgen?”
Even later rijden ze over de snelweg. De vakantie in Duitsland was leuk, denkt Jord. Maar wat zal hij blij zijn als hij weer thuis is!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 2015

Daniel | 32 Pagina's

Vakantie in Duitsland

Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 2015

Daniel | 32 Pagina's