De Pottenbakker
Maar toch, o mens, wie zijt gij, die tegen God antwoordt? Zal ook het maaksel tot dengene, die het gemaakt heeft, zeggen: Waarom hebt gij mij alzo gemaakt? (Rom. 9:20)
Farao is verdronken in de Rode Zee. God heeft zijn zonde bestraft. God haat de zonde. De Heere heeft Farao verwekt opdat Ik in u Mijn kracht zou bewijzen (vers 17). Al van eeuwigheid heeft God Farao gehaat. Als de zaken zo liggen, kan God dan nog wel klagen over het zondige gedrag van Farao? God heeft hem er toch toe gesteld? Het lijkt oneerlijk van God. Maar die gedachte wordt door Paulus met vier redenen weerlegd.
Maar toch o mens… Laten we altijd bedenken dat wij mensen zijn. Mensen zijn te gering en onbekwaam om met God te twisten over Zijn eeuwige besluiten. Bovendien is ons verstand verduisterd. Hoe zou een nietig mens God kunnen narekenen en God ter verantwoording kunnen en mogen roepen. Nee, mensen moeten hun plaats weten en daarom past het niet om God van oneerlijkheid te verdenken. Dat is de eerste reden waarom wij God niet kunnen antwoorden. Er is echter meer…
Zal ook het maaksel… Mensen zijn door God geschapen. Mensen zijn geschapen om God te verheerlijken. Het is daarom heel onterecht (onbetamelijk, kanttekening 55) dat het schepsel God redenen of oorzaken voor Zijn eeuwig besluit zou af eisen. Dat recht komt een geschapen mens niet toe. Hij is geen schepper maar schepsel. Mensen moeten hun plaats weten. Dat geldt in het algemeen. Dat geldt nog meer in onze verhouding tot God. O, wat is dat voor gevallen mensen moeilijk. Steeds hebben wij wat aan te merken op Gods wegen. De Heere leert Zijn kinderen echter buigen onder Zijn wil die alleen goed is… Heb jij dat ook al, door genade, geleerd?
Of heeft de pottenbakker… De pottenbakker is een bekend beeld in Israël. Uit klei maakt hij allerlei potten. Soms hele sierlijke en soms weer potten die voor huishoudelijk gebruik worden aangewend. Daarin is de pottenbakker vrij. Dat is niet verkeerd of onredelijk. Die macht heeft een pottenbakker. Kijk, zegt Paulus, zo is het ook met God. Hij is de grote Pottenbakker die recht en macht heeft om allerlei vaten te maken. God is God en daarom heeft Hij Farao gemaakt. Dat is Gods soevereiniteit. Hij kan en mag zo handelen, omdat Hij God is. De grote God die wij niet kunnen begrijpen maar in alles rechtvaardig, wijs, soeverein en almachtig is. Wat is toch een mens dat hij deze God in de rede durft te vallen. Laten we buigen voor deze soevereine God. Het probleem was juist dat Farao dat niet wilde… Mozes heeft er hem keer op keer toe opgeroepen. Heb jij al gebogen voor deze God? Als dat zo mag zijn dan valt het alleen maar mee. Dan hoeven we God niet te begrijpen, maar verwonderen we ons. Maar er is nog een reden waarom de hoge God niet oneerlijk is.
En of God, willende Zijn toorn bewijzen… Het verkiezend handelen van God heeft ook een doel! Daardoor komen zijn heerlijke deugden in deze wereld openbaar. God is rechtvaardig. Hij heeft Farao gestraft. O, wat is dat heerlijk voor Gods kinderen. Eenmaal zal God alle onrecht rechtvaardig bestraffen. God is ook lankmoedig. Hij heeft Farao en alle goddeloze mensen heel lang verdragen. God is ook genadig. Door en in Christus zijn er ‘vaten der barmhartigheid’ en daarin blinkt Gods heerlijkheid. ‘Over welke Hij Zich heeft willen ontfermen, om hen door Christus van het verderf te verlossen’ (Kanttekeningen). Deze God is onze God. Heerlijk onderwijs voor dwaze mensen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 23 juli 2015
Daniel | 32 Pagina's