God ontfermt Zich
Zo is het dan niet desgenen, die wil, noch desgenen, die loopt, maar des ontfermenden Gods (Rom. 9:16).
De heiligen in Rome worden behouden door Gods verkiezende liefde. God kiest, als de eeuwige God, naar Zijn welbehagen. Dat is voor ons kleine en tijdelijke mensen moeilijk te verstaan. God heeft Jakob liefgehad en Ezau gehaat (vers 13). De ‘natuurlijke rede’ (ons verduisterde verstand) heeft hier veel moeite mee. Is dat wel rechtvaardig van God om Ezau te haten? En dat al van eeuwigheid. Behandelt God hier de mensen niet ongelijk? Dat zijn vragen die zomaar kunnen opkomen. Paulus gaat er uitvoerig op in. God is niet onrechtvaardig. Integendeel, van onrechtvaardigheid is geen sprake (vers 14). De verkiezing van Jakob is immers uit genade! Er is geen enkele reden in Jakob waarom God naar hem zou omzien. De verwerping van Ezau is rechtvaardig, zoals God altijd rechtvaardig is. Dat is wat Gods Woord ons leert. Let op: Paulus verwijst voortdurend naar de Schrift… Zo komt God tot mensen. Daarin horen we Zijn stem. Ook als het voor ons verstand moeilijk wordt.
Paulus geeft twee voorbeelden van Gods genade en rechtvaardigheid in Zijn verkiezend handelen. Mozes is een voorbeeld van Gods barmhartigheid (vers 15-16). Farao is een voorbeeld van Gods rechtvaardigheid (17-18). Eerst Mozes. De Heere heeft zich over hem en over al zijn kinderen ontfermd. Ontferming is omzien naar ellendige en schuldige mensen. Zo heeft de ontfermende God omgezien, al van eeuwigheid, naar zondige mensen. Deze ontferming is geen onrecht. Het is Gods vrije en schenkende genade aan schuldige mensen. Wie zou daar niet verwonderd over zijn? De heiligen in Rome zijn het zeker. En jij? En u? De verkiezing is dus geen onrechtvaardigheid. Maar de verwerping dan? Wat zegt de Bijbel daarover? Farao is door God verworpen. De Heere heeft hem zelfs verwekt opdat Ik in u Mijn kracht zou bewijzen (vers 17). Maar Farao wilde het volk niet laten trekken. Hij zondigde tegen God. De kanttekenaar merkt op dat ‘er ook geen onrechtvaardigheid is ten aanzien van degenen die in hun zonden worden verlaten en verworpen, dewijl God zulks rechtvaardiglijk doet, en tot eer van Zijn Naam richt’ (kant. 48). Farao zondigde willens en wetens. God heeft hem daarin gelaten en dat is niet onrechtvaardig. God neemt de hardheid van het zondige hart niet weg. En daarom gaat Farao door in opstand en tegenstand tegen God. Farao wil dat en dus gaat hij door.
De Heere verhardt dien Hij wil. Deze wil van God is niet zonder reden. Gods wil is verbonden met zijn wijsheid en rechtvaardigheid. Maar de reden voor verwerping van Farao, reeds van eeuwigheid, is ons niet geopenbaard en gaat ons verstand ook verre te boven. God is niet onrechtvaardig, maar ons verstand is wel beperkt. We kunnen God niet narekenen. Dat moet ons ootmoedig maken. We zijn maar kleine mensen die de hoge God, de Schepper, niet kunnen en mogen doorgronden. Helaas zijn we daar vaak wel mee bezig. Paulus geeft daarvan nog een voorbeeld. Want als Farao om zijn zonden wordt gestraft, is dat dan wel eerlijk van God? Wat klaagt Hij dan nog? Als Farao naar Gods wil is verhard, waarom dan klagen over zijn zondige leven? Dergelijke zondige tegenwerpingen worden makkelijk gemaakt of bedacht. Is het niet oneerlijk geweest van God om Farao te verwerpen? En die tegenwerping moet heel duidelijk worden weerlegd. In vers 20 begint Paulus ermee. O mens, wie zijt gij, dat gij tegen God antwoordt? Vier redenen (zie kanttekeningen) geeft Paulus tegen de gedachte dat God oneerlijk zou zijn. Leerzaam onderwijs voor dwaze mensen. Ook vandaag.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 juni 2015
Daniel | 32 Pagina's