Grote droefheid
In de volheid des tijds (Gal 4:4) is de Messias gekomen. Jezus is de ware Messias, de Christus. Door Hem en in Hem worden Gods beloften van heil en redding (Gen. 12:1-3) volledige werkelijkheid. Van die werkelijkheid hebben de apostelen gesproken. God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende (2 Kor. 5:19). Het merendeel van de Joden, het zaad van Abraham, heeft de Heere Jezus echter verworpen. Ze hebben Jezus niet aangenomen (Joh. 1:12). Wat een schrikkelijke realiteit. Ook vandaag. Het is door eigen schuld dat een mens verloren gaat. Zijn vijandschap tegen het kruis staat hem in de weg. Over die ernst gaat Paulus schrijven in Romeinen 9. Het hoofdstuk over de vrijmacht en de soevereiniteit van God.
De joden hebben Paulus, Petrus, Johannes en de andere apostelen horen preken. Christus is aan hun hart gelegd. Sommigen hebben door Gods Geest de Zaligmaker door een waar geloof aangenomen. Denk aan de drieduizend mensen op de pinksterdag (Hand. 2:41). Maar velen hebben Jezus als Messias verworpen. Hoe gaat Paulus daarmee om? Hoe gaan wij om met mensen die het Evangelie niet kennen? Nooit van God gehoord hebben? Hoe kijken we naar kerkgangers, die jaar in jaar uit naar de kerk komen, maar Christus niet als Zaligmaker kennen? Soms worden daar harde woorden over gesproken. We praten soms makkelijk over de ‘boze wereld’. We kunnen ook neerkijken op anderen. Dat doet Paulus niet. Voor hem is het een ‘grote droefheid’ en ‘een gedurige smart’ dat zijn volksgenoten het Evangelie van Jezus Christus niet aannemen. Paulus wenste wel dat alle mensen waren gelijk als hij (Hand. 26:29). De liefde van Christus heeft hem gedrongen (2 Kor. 5:14). Het is geen best teken als er geen gunning in ons hart is naar andere mensen. En dan maakt het niet uit wie die andere mensen ook zijn. De Heere maakt zijn kinderen gunnend. Ze hebben er niet één voor de duivel en de zonde over.
De droefheid van Paulus over de joden gaat heel ver. Hij wenste wel ‘verbannen te zijn van Christus voor zijn broederen’. Paulus bedoelt hier niet mee dat hij Christus niet nodig heeft. Integendeel. Christus is hem dierbaar en noodzakelijk geworden. Niets zal hem kunnen scheiden van de liefde Gods in Christus Jezus. Paulus bedoelt hier wel dat hij bereid is de schrikkelijke straf over het ongeloof van zijn volksgenoten te dragen, indien ze daarmee tot bekering zouden komen. Paulus wenste, net als ooit Mozes (Ex 32:32) zijn leven te geven voor zijn volksgenoten. De liefde van Christus in het hart maakt ook opofferingsgezind. Wat is dat ook een les. Soms zijn we nog niet bereid om ook maar iets te doen voor de Heere en Zijn heerlijke dienst. Dan hebben we geen zin om in de Bijbel te lezen, naar de kerk te gaan, een preek te houden in een kleine gemeente ergens in Noord Holland, bespotting vanwege het Evangelie te dragen… Dat vinden we bij Paulus niet. Voor de zaak van Christus is hij bereid zijn leven te geven. Wat een beschamende les voor ons.
De joden hebben grote voorrechten van God ontvangen. Al in Romeinen 3 vers 2 heeft Paulus een eerste voorrecht genoemd. Hun zijn de woorden van God toebetrouwd. Dat betekent dat hun de instrumenten van Gods verbond zijn geschonken (kant. 3 op Rom. 3:2). Denk daarbij aan de offers, de besnijdenis en het Pascha. Maar er zijn nog veel meer voorrechten die Israël naar het vlees van God heeft ontvangen. Paulus somt een lange reeks op. Laten we nooit denken dat het gering is om te leven onder de openbaring van Gods verbond. De betekenis daarvan kan moeilijk worden overschat. Welke Israëlieten zijn….. (Rom. 9:4-5). Wordt vervolgd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 april 2015
Daniel | 32 Pagina's