JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Wolodja vertelt over zijn leven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wolodja vertelt over zijn leven

“Ik ben een levend voorbeeld van de sterke kracht van Gods genade”

7 minuten leestijd

Rusland. Een land dat vaak in het nieuws komt. Meestal is dat niet positief. In dit enorme land wonen ook christenen. In Archangelsk, bijvoorbeeld. In januari bezochten zeven Nederlandse jongeren christenen in deze stad in het noorden van Rusland. Stichting Friedensstimme organiseerde deze reis, met als doel dat de jongeren een stukje zouden meemaken van het leven van christenen in deze koude streek. Marieke Kortleven was erbij en interviewde onderweg broeder Wolodja.

Vanuit Archangelsk maken evangelisten iedere maand een tocht richting het zogenaamde Mezèn-gebied, zo’n vierhonderd kilometer ten noordoosten van Archangelsk. Onderweg worden kleine gemeenten (soms bestaan deze uit maar twee personen) bezocht en bemoedigd, en worden het Woord en de sacramenten bediend. Ook proberen de evangelisten in contact te komen met mensen die nog geen christen zijn. Om zoveel mogelijk tijd te kunnen besteden aan hun dienstwerk, reizen de evangelisten ’s nachts. Als Nederlanders hebben we dezelfde tocht gemaakt, maar omdat ’s nachts reizen voor ons te intensief zou zijn, hebben wij alleen de bestaande gemeenten bezocht en niet geëvangeliseerd. De evangelist met wie wij een groot deel van de reis optrokken, is broeder Wolodja. Hij woont met zijn gezin in Mezèn. Tijdens de vele uren in het busje op de besneeuwde wegen van de toendra deelde hij zijn levensverhaal met ons.

Hoe zag uw jeugd eruit?

“Ik ben geboren in 1965 in de provincie Kaliningrad (tussen Polen en Litouwen). Mijn moeder was een wees en zelf groeide ik ook op zonder vader. Toen ik acht jaar was, verhuisden wij naar het noorden, naar Mezèn, waar ik nu nog woon. We waren arm en ik leefde veel op straat. In die tijd was het in Rusland nog verboden om een godsdienst aan te hangen. Ik was atheïst. Ik kwam met verkeerde vrienden in aanraking en dronk veel alcohol. Het snelle geld lokte. Toen ik twintig jaar was, kwam ik voor het eerst in de gevangenis in verband met een woninginbraak.”

Hoe was het in de gevangenis?

“Ik wist toen niet dat er een God bestond, Die liefde en vergeving kan schenken. Voor het eerst begreep ik dat mijn leven een zinloze reeks van dagen was. Er was niets in mijn leven wat oprecht of heilig was. Ik wilde mijn leven graag veranderen: na mijn vrijlating ging ik werken en leven zoals alle normale mensen. Ik trouwde en kreeg een dochtertje.
Maar tot mijn grote teleurstelling moest ik al snel vaststellen dat je niet kunt weglopen voor de zonde. Het ‘gelukkige leven’ werkte niet, alles bleef bij het oude. Mijn familie en zelfs mijn pasgeboren kind konden mij niet stoppen en al gauw werd ik opnieuw voor tweeënhalf jaar in de gevangenis gezet.”

Waardoor veranderde uw leven dan wel?

“In de gevangenis had ik een droom. Ik droomde dat ik gestorven was en dat een engel mij bracht naar een kruising waar twee wegen uiteen gingen. Ik zag twee poorten. Boven de ene poort stond ‘hel’ en de weg erachter was breed. Er gingen drommen mensen doorheen. Iedere keer als er iemand de poort passeerde, hoorde ik een ‘bliepje’ als van een kassa (hoewel zulke kassa’s toen in Rusland nog niet bestonden). Boven de andere poort stond ‘hemel’ en de weg erachter was smal. Niemand koos die kant. Ik dacht: Dan ga ik daar maar heen. Maar ik bereikte de hemel niet.
Een grote zaagmachine versperde de weg. Deze zaag trok mij zo sterk aan, dat ik geen tegenstand meer kon bieden, en ik zag hoe mijn lichaam in kleine stukjes gezaagd werd. Hevig geschrokken werd ik wakker en ik kon deze droom lange tijd niet vergeten. Ik begon me af te vragen: Zou God werkelijk bestaan? Zouden hel en hemel echt bestaan?
Kort daarna werd ik in een kamp met streng regime geplaatst. Daar zat op mijn afdeling een grappige man. Hij heette Viktor en hij was grappig, omdat hij in de Bijbel las en geloofde dat God bestond. Ik heb hem lange tijd gadegeslagen en na een poos durfde ik hem te vragen of hij mij de Bijbel wilde uitlenen. Viktor gaf mij een boekje met de vier Evangeliën en de Psalmen.
Ik begreep niets van het Evangelie. Meteen bij het eerste hoofdstuk van Mattheüs vroeg ik me af: Hoe kan een man een andere man baren? (Abraham gewon Izak, enz.) maar ik bleef stug doorlezen. Uiteindelijk kwam ik bij het zevende hoofdstuk en daar las ik in vers 13 de woorden van Jezus: Gaat in door de enge poort; want wijd is de poort en breed is de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er die door dezelve ingaan. Toen herinnerde ik me mijn droom! Daardoor wist ik dat het waar was wat ik las.”

Hoe ging het toen verder?

“Toen ik na een poosje las over het offer van Jezus Christus op Golgotha, begreep ik daar de betekenis niet van. Waarom zou God zo’n schurk als ik vergeven? Maar ik gaf niet op en begon nog aandachtiger uit het Evangelie te lezen om het antwoord te vinden. En God antwoordde mij!
Als ervaren gevangene kon ik mij heel goed voorstellen wat een rechtszaak inhield. Ik stelde me een geestelijke rechtbank voor, waar ik als zondaar geoordeeld zou worden. Op de plaats van de rechter zat God, op de plaats van de aanklager zat satan, en ik was de aangeklaagde. Satan eiste op grond van de wet de maximale straf - de dood. Ik had er niets tegenin te brengen. Maar toen ze het vonnis wilden ondertekenen, kwam de advocaat tussenbeide. Hij zei dat Hij voor mijn misdrijven al met Zijn dood had betaald en dat ik nu het recht had om te worden vergeven. Het was alsof God de sluier van mijn ogen wegnam. Ik begreep de heilige betekenis van het offer op Golgotha!
Daarna ontving ik bekering, vergeving van mijn zonden door God en een volkomen heilig vertrouwen in de redding die door mijn Advocaat betaald was!”

Wat vond uw omgeving daarvan?

“De rest van mijn straftijd werd ik door mijn medegevangenen behandeld alsof ik gek geworden was. Ik schaamde me er niet voor om aan het hele strafkamp te verkondigen dat God mij genadig was geweest. Na mijn vrijlating uit de gevangenis keerde ik terug naar Mezèn, vond een baan, en begon andere christenen te zoeken. Maar in een straal van driehonderd kilometer vond ik geen enkele gelovige! Dus begon ik te bidden dat God broeders zou sturen in de geest van de apostelen, waarover ik in het boek Handelingen had gelezen. Maar er kwamen geen broeders. Daarom begon ik zelf te evangeliseren. Al snel kwam er in mijn huis een kleine groep broeders en zusters samen. We bestudeerden met elkaar de Heilige Schrift en bleven bidden dat God ons een dienaar van Hem zou sturen.”

En verhoorde God dat gebed?

“Ja! In de winter van 1999 besloot een kleine groep broeders te gaan evangeliseren in regio’s waar nog niemand geweest was. Ze besloten de meest afgelegen nederzettingen van de provincie Archangelsk te bezoeken, waaronder Mezèn. In Mezèn ontdekten ze onze kleine gemeente. Kort daarna werd ik samen met de andere broeders en zusters gedoopt en bevestigd als lid van de gemeente in Mezèn.”

Het thema van deze Daniël is ‘Volg Mij’. Hoe krijgt dat in uw leven gestalte?

“In 2001 trouwde ik met Sveta. Samen kregen we negen kinderen. Omdat ik eerder getrouwd ben geweest, mag ik geen predikant worden. Maar ik mag in mijn omgeving wel vertellen over Jezus! Ik ben gezegend met een extravert karakter. Veel mensen in mijn omgeving hebben het moeilijk. Ze zijn arm en vaak alcoholverslaafd. Als ik hen vertel over God, zeggen ze: ‘Waarom zou ik dat geloven? Laat me een wonder zien!’ en dan zeg ik: ‘Ik ben zelf het wonder!’
Tijdens een evangelisatiedienst in een van de dorpjes op de toendra wilde een dronken agressieve man de predikant aanvallen. Ik kon hem opvangen en kalmeren. Door mijn verleden kan ik zulke mensen begrijpen, en ben ik een levend voorbeeld van de sterke kracht van Gods genade.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 2015

Daniel | 32 Pagina's

Wolodja vertelt over zijn leven

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 2015

Daniel | 32 Pagina's