JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Het lijden en sterven van Christus

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het lijden en sterven van Christus

7 minuten leestijd

Goede vrijdag, de dag waarop de kerk in het bijzonder het lijden en sterven van de Heere Jezus overdenkt. Heb je er wel eens over nagedacht wat dit nu persoonlijk voor jou betekent? Met het verstand hierover iets te kunnen zeggen is nog heel wat anders dan de betekenis voor je ziel hiervan te verstaan. Onze waardevolle Heidelbergse Catechismus vraagt dan ook niet voor niets in Zondag 15: Wat verstáát gij door het woordeken geleden? Eigenlijk is dat dezelfde vraag die Filippus aan de kamerling stelde: Verstaat gij ook hetgeen gij leest?

Als ik deze vraag nu eens heel persoonlijk aan jou zou stellen, zou je daar een eerlijk antwoord op kunnen geven? Want, als we sterven, komt het er wel op aan, of datgene wat de Heere Jezus deed, Hij dat ook voor jou en voor mij deed? En deze vraag moet in de genadetijd op eerlijke wijze worden beantwoord. Er hangt een eeuwig wel of wee vanaf! Er moet immers voor de zonde betaald worden! Houd dat toch vast. Aan Gods heilig eisend recht moet worden voldaan. Er moet volkomen worden betaald, òf door onszelf, òf door een Ander. Als Christus voor mij stierf, voor mij betaalde, hoe weet ik dat dan? En als ik dat niet weet, hoe krijg ik daar dan deel aan en hoe wordt dit zichtbaar in mijn leven? Dit zijn enkele uiterst belangrijke vragen.

Wat houdt dit lijden in?

Het is niet in woorden uit te drukken wat het lijden van de Heere Jezus inhield. “In deze zee verzinken mijn gedachten.” Dat wij daar totaal geen juiste bevatting van kunnen vormen, is zeker. Zelfs de discipelen begrepen er nog weinig van in de laatste nacht voor het lijden en sterven van Christus. Ook na zoveel jaren onderwijs niet. Ja, ze ergerden zich zelfs aan Zijn lijden. En dat is nu helaas ook ons bestaan. Wat hield Zijn lijden in? Lees eens rustig wat Zondag 16 van de Catechismus zegt. Lees hierbij ook een verklaring. Christus leed “onuitsprekelijke benauwdheid, smarten, verschrikking en helse kwelling, in welke Hij in Zijn ganse lijden, maar inzonderheid aan het kruis, gezonken was”. Nooit te bevatten. Alleen maar door geestelijk, inwendig onderwijs door Gods Geest, kan iets hiervan beleefd worden. Niet om te betalen, maar voetstappen drukkend.

Geperst

Christus is nedergedaald ter helle in onuitsprekelijke verlating van Zijn Vader. Zijn zweet werd zelfs als grote druppels bloed! O, wat een sprake van Gods Rechtvaardigheid, dat God - eer Hij de zonde ongestraft liet - Hij de zonde gestraft heeft aan zijn Zoon. Zijn Enige, Die Hij liefheeft. Maar tegelijk ook weergaloze, onuitsprekelijke zondaarsliefde dat God Zijn Zoon gaf en de Zoon Zich zo gewillig gaf. Zo onuitsprekelijk gewillig. Nee, ze sleepten hem niet naar Golgotha. Hij ging. Dragende Zijn kruis. Hoe word Ik geperst, zegt hij Zelf in Lukas 12 vers 50. En dan niet alleen uitwendig geperst door de ontzaggelijke last van de schuld van Zijn kerk. Hij werd geperst door de onmetelijke toorn Gods; geperst door het geweld der hel. Dat óók allemaal. Zeker, maar meer nog geperst, gedreven, aangedreven door een inwendige heilige, brandende begeerte om de door ons geschonden deugden Gods te verheerlijken. Gedreven door liefde. Allereerst om aan Gods recht te voldoen: wat de dood, de eeuwige dood van de zondaar eist. Dat recht moet worden volbracht. En dat heeft Hij volbracht. Door Zijn bloedig lijden en sterven. Daartoe werd Hij gedreven, geperst. In de grondtekst staat voor het woordje geperst hetzelfde woord dat Paulus gebruikt in 2 Korinthe 5 vers 14: Want de liefde van Christus dringt ons. Die liefde van de Meester bezette ook Zijn apostel. En als het goed is al Zijn geroepen knechten en ambtsdragers.

Verwondering

Onbevattelijk. Eeuwige, onveranderde, onverminderde en onverbrekelijke zondaarsliefde. En dat tot onverbeterlijke, ellendige, doemwaardige zondaren. Mensen die zich in Adam van God losscheurden en niet anders hebben verdiend dan de eeuwige dood. Als mijn verstand dit vatten wil, staat het vol eerbied stil… Dit valt in der eeuwigheid niet te bevatten. Dit is stof van eeuwige verwondering voor Zijn uitverkorenen. En dat de drie-enige Verbondsgod in de eeuwigheid in het Genadeverbond Zich hiertoe al had verbonden. Dit leidt ons tot de laatste vraag: Voor wie deed de Heere Jezus dit alles? Deed Hij dit ook voor mij?

Voor wie leed en stierf Hij?

Christus Zelf geeft antwoord op deze uiterst belangrijke vraag. Onder andere in Johannes 10 vers 15: En Ik stel Mijn leven voor de schapen. Wie zijn deze schapen? Laat je toch niet zomaar aanpraten dat jij dit moet aannemen en geloven en dat het dan ook voor jou is. Duizenden bedriegen zich daarmee voor de eeuwigheid. In de Dordtse Leerregels lezen we overduidelijk in hoofdstuk 2, paragraaf 8 dat “de levendmakende en zaligmakende kracht van de dierbare dood Zijns Zoons zich uitstrekken zou tot alle uitverkorenen (…) diegenen allen, en die alleen.” Tot hen alléén. Dit is de taal van de Schrift! En hoe weet je dan of dit voor jou, voor mij is? Hoe krijg ik deel aan de vruchten van Christus’ lijden en sterven? Wel, dan is het toch nodig dat we wederom geboren worden en door een geschonken en door Gods Geest gewerkt geloof iets gaan leren van mijn zonde, en van haar bittere aard. Van de diepe kloof tussen God en mijn ziel. Heel persoonlijk.

Toepassing

Bij jullie doop is gevraagd of je Christus mag worden ingelijfd en in Zijn dood begraven mag worden en ook of je met Hem mag opstaan in een nieuw leven! Bédel daar toch om. De Heere laat geen bedelaars staan. Smeek toch om ontdekkend licht en om plaatsmakende genade. Adam niet geleerd, Christus niet begeerd! Het doopwater wijst immers eerst onze onreinheid en daarna ook de kracht van het reinigend Bloed aan. De toepassing hiervan, door de Heilige Geest, is noodzakelijk. Maar het is ook noodzakelijk dat we iets gaan leren van het effen recht des HEEREN. ‘Hij zal leiden ’t zacht gemoed in het effen recht des HEEREN.’ Dan gaan we leren dat het recht is dat de Heere nooit meer naar ons omziet. Een wonder als dan de Parel van grote waarde ons geopenbaard wordt! Groter wonder nog als we leren niet alleen dát we zalig kunnen worden, maar ook in welke weg: in de weg van het Bloed en van het bitter lijden en sterven van Sions betalende Borg. Door Zijn verzoenend sterven.

Zijn dood gelijkvormig

En hoe wordt dat dan in ons leven openbaar? Door heel de dag met een blij gezicht rond te lopen? Welnee. Natuurlijk is het belangrijk en noodzakelijk dat in onze wandel en gesprekken openbaar komt wat er in het hart leeft. Droevig als het niet zichtbaar is in onze wandel, praat, gelaat en gewaad. Maar als we de dood Zijns Zoons gelijkvormig worden, zoals we dit lezen in Filippenzen 3 vers 10, dan blijkt dit uit een dagelijks sterven aan de wereld, de zonde, onszelf. Aan onze hoogmoed. Een stervend leven als het stervende tarwegraan (Joh. 12:24). Een dankoffer moest immers vroeger ook sterven. Een totaal afhankelijk worden van Hem en ook de beleving: ‘Welzalig hij die al zijn kracht en hulp alleen van U verwacht.’ ‘Hij maakt op hun gebeden, gans Israël eens vrij van ongerechtigheden, zo doe hij ook aan mij!’ Laat dit toch je verzuchting, verlangen en uitzien zijn. Dan word je niet beschaamd. Hij heeft niet tegen het huis Jacobs gezegd: “Zoek Mij tevergeefs.” Integendeel!


Wat is een Borg?

In het dagelijks leven is een Borg iemand die in de plaats van een ander een schuld betaalt. Zo betaalt Christus de zondeschuld voor de Zijnen en heeft hij voor de Zijnen heel de wet volkomen gehouden.


Wat verstaat gij door het woordeken: geleden?

Dat Hij aan lichaam en ziel, de ganse tijd Zijns levens op de aarde, maar inzonderheid aan het einde Zijns levens, de toorn van God tegen de zonde van het ganse menselijke geslacht gedragen heeft, opdat Hij met Zijn lijden, als met het enige zoenoffer, ons lichaam en onze ziel van de eeuwige verdoemenis verloste, en ons Gods genade, gerechtigheid en het eeuwige leven verwierve.

Heidelbergse Catechismus, vraag en antwoord 37

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 2015

Daniel | 32 Pagina's

Het lijden en sterven van Christus

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 april 2015

Daniel | 32 Pagina's