Leid ons niet in verzoeking
Het gebed afsluiten met…
Wat is dat, een verzoeking? Een verzoeking wil eigenlijk zeggen dat je naar de zonde toe gezogen wordt door een bepaalde kracht of persoon. Wat je ziet of hoort, lijkt mooi en aantrekkelijk. Het is verleidelijk, maar dat is het niet! Een verzoeking wil je altijd van God aftrekken.
Daarom is het gebed nodig: “Heere, geeft U genade en kracht, zodat ik de gemene listen en verleidingen van de boze doorzie.” Je moet leren goede keuzes te maken. Dat is niet makkelijk.
Maar de Heere helpt je, als je het van Hem verwacht. Wil je een Bijbels voorbeeld? Jozef in het huis van Potifar. Potifars vrouw verleidt hem. Jozef wordt verzocht door het kwaad. Gelukkig, hij doet het niet. Waarom niet? Omdat de Heere hem bewaart voor de zonde. De Heere is sterker dan welke verleiding ook.
De boze
Je vraagt: wie of wat verleidt me dan? Waarvan moet ik verlost worden? Van de duivel. Je bidt dit toch? Verlos ons van de boze. De grote verzoeker wil niets liever dan dat jij Gods Woord en Gods geboden naast je neerlegt. En… hij vindt aansluiting in je hart! In de catechismus worden er nog twee verleiders genoemd: de wereld en je eigen vlees, je eigen boze hart. Zij zijn doodsvijanden. O ja, ze lijken aardig. Ze doen vriendelijk. Maar ze zijn het niet. Het is schijn.
Wat denk je van Petrus? Hij dacht van zichzelf dat hij een rots in de branding was. Hij vertrouwde op zijn eigen vlees, zijn eigen kracht. Maar zijn Meester waarschuwde hem. Petrus die dacht dat Hij wel voor Jezus zou sterven, verloochende Hem! En wat kan de wereld trekken… met films, met muziek, met genotmiddelen… Wat een verleiders, waarvan je verlost moet worden: de duivel, de wereld en je eigen vlees.
Staande houden
Het lijkt wel een gevecht. Dat is het ook. Het gaat in de catechismus over doodsvijanden. Zwak zijn en vechten. Het leven in de dienst van de Heere is een strijd, een geestelijke strijd. Maar het is wel de goede strijd! Je bent net als een soldaat in de oorlog.
Je moet vechten tegen de drie vijanden die hierboven genoemd worden. Die vijanden zijn zo sterk en jij bent zo zwak. Daarom de vraag: “Heere, wilt U me staande houden? Geeft U me kracht?”
Drie keer Uw
Want Uw is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, in der eeuwigheid. Zo besluiten we het volmaakte gebed.
Het is net alsof Gods kind zegt: “Heere, waarom vraag ik dit alles van U? Omdat U de Koning bent van Uw Kerk. U bent ook gewillig om mij ‘alle goeds’ te geven.”
Zo noemt de catechismus dat: alle goeds. Dat is alles wat je nodig hebt om getroost te leven en zalig te kunnen sterven. Maar dat is allereerst tot Gods eer, de komst van Zijn Koninkrijk. Want het gaat om Uw Koninkrijk. “Ik vraag het van U, want van U is ook de kracht. U bent zo machtig en U regeert alle dingen. Maar van U is ook de heerlijkheid. U zij al de eer en de glorie. U bent het zo waard om grootgemaakt, geëerd en geprezen te worden. En dat tot in alle eeuwigheid.”
Wat een lofprijzing. Nee, het gaat niet om jou. Het gaat om God en Zijn eer. Het gaat om de verheerlijking van Zijn Naam. De engelen in de velden van Efratha zongen toen de Heere Jezus werd geboren in Bethlehems stal: Ere zij God! (Luk. 2:14). En ook de herders gingen God grootmaken. Want als ze met haast naar Bethlehem zijn gegaan, het Kind gezien en bewonderd hebben, nemen ze de klanken van de engelen over. Ze verheerlijken en prijzen God (Luk. 2:20). Alleen door het geloof ga je meezingen met de engelen en de herders. Dan zing je met mond en hart: ‘Het is door U, door U alleen om het eeuwig welbehagen.’ En: ‘Drie-enig God, U zij al de eer.’
Amen
Dit is het laatste woordje van het gebed. Misschien wel het eerste woord dat jij hebt geleerd toen je ouders je een kindergebed leerden. Het is het rijkste woord van heel het ‘Onze Vader’. Het betekent: het zal waar en zeker zijn. De Heere Jezus begon Zijn preken vaak met: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u. Dat is hetzelfde als het woordje ‘amen’. Ja, Hij Zelf is de Amen. Hij is de Waarachtige. Daarom is dit kleine woordje eigenlijk een groot woord van troost en bemoediging. Het is een geloofsbelijdenis. Als je in het geloof bidt, zeg je eigenlijk: “Heere, ik geloof dat U mijn gebed verhoort. Ook al voel ik dat niet, ik geloof het.” Waarom? “Omdat U de Getrouwe bent. Wat U belooft, is waar. U bent de Amen, de Waarachtige. U laat nooit varen de werken van Uw handen.” Amen, ja Amen!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 januari 2015
Daniel | 32 Pagina's