Voedsel
Aller ogen wachten op U, en Gij geeft hun hun spijs te zijner tijd (Ps. 145:15).
Wij kunnen zo onbewust met ons eten omgaan. We vinden het gewoon. Restaurants zitten iedere avond vol en er wordt wat gedineerd. De Bijbel leert je met andere ogen te kijken. Psalm 145 laat je kijken naar de grootheid en goedheid van God. Kijk naar de schepping. Reikhalzend richten de ogen van alle dieren zich naar God. Hij is het, Die voedsel aanreikt aan een ieder op Zijn tijd. Hij hoort de jonge raven als ze om voedsel roepen (Ps. 147:9).
God opent Zijn hand. Hij doet Zijn zegen neerdalen op de tarwe. Het geloof ziet in het voedsel de hand van God, genadig zegenend!
Ik las een prachtig gedicht van Willem de Mérode over een pas getrouwd stel dat onwennig voor het eerst samen eet, en voor het eten bidt. Slechts twee strofen uit dit gedicht :
Hij stamelt over zijn handen, / Vol geluk en nood, Om zegen voor zijn landen / En huis en brood.
Zij ziet ontroerd Gods zegen / Dalen, vlinderlicht, En dankt, blij en verlegen: / ‘t Brood glanst als zijn gezicht.
Brood voor zondaren en dat dag aan dag. Als dat geen teken van Gods goedheid is…
Dirk-Jan Nijsink
eindredacteur
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 november 2014
Daniel | 36 Pagina's