Zo zult gij leven
Maar indien gij door den Geest de werkingen des lichaams doodt, zo zult gij leven (Rom. 8:13).
De inwoning van de Heilige Geest is tot zaligheid nodig en heeft ook grote betekenis. In vers 10 wijst de apostel op het werk van de Heilige Geest in dit leven. Wij krijgen deel aan het ware leven en zijn gerechtvaardigd en worden geheiligd in en door Christus (kant. 36). Het is met woorden niet goed te zeggen wat de rijkdom van de gelovigen en uitverkorenen is.
Maar er zijn ook weldaden na dit leven. Daarop wijst de apostel in vers 11. God de Vader zal door de Geest al Gods kinderen ‘levend maken’. Levend maken ziet hier op de opwekking van de godzaligen op de jongste dag. Wij geloven in wederopstanding van het lichaam. Die opstanding is het werk van de drie-enige God. En zoals God Christus uit de doden heeft opgewekt, zullen ook de gelovigen eenmaal worden opgewekt. In de lichamelijke opstanding van Christus ligt de garantie dat Gods kinderen allemaal zeker zullen opstaan ten eeuwigen leven. Wat ligt er dan een diepe troost in de opstandig van Christus uit de doden. Hij is de Eersteling (1 Kor 15:20). Al zijn kinderen zullen Hem volgen. Ben jij al met een waar geloof aan Christus verbonden? Dat is de meest belangrijke gave in het Koninkrijk van God.
De inwoning van de Heilige Geest geeft ook verplichtingen. De broeders in Rome zijn schuldenaars niet aan het vlees, om naar het vlees te leven (vers 12). De ware gelovigen zijn gehouden en verplicht om naar Gods heilige wet te leven.
De vrucht en het doel van de inwoning van Gods Geest is een heilig leven in godszaligheid en gehoorzaamheid. Gods kinderen worden uit genade zalig. Ze kunnen niets aan hun zaligheid toe of afdoen. Maar ze worden allen behouden in een weg van gehoorzaamheid. Het ware geloof is een levend en werkzaam geloof. Het is door de liefde werkende. Vanuit Christus brengt het goede werken voort. De dankbaarheid of godzaligheid is nodig om te leven in en uit de enige troost.
En als iemand in het vlees (de zonde) leeft en sterft dan is het niet best. Zo iemand zal ‘sterven’ (vers 13). Een zondig leven eindigt in de ‘eeuwige dood’ (kant. 40). Paulus zegt dit niet om de ware godszaligen aan het twijfelen te brengen. Hij wil ze juist aansporen om concreet en volhardend, vanuit de liefde, naar Gods geboden te leven. Dat is leven tot Gods eer. Hij zegt dit echter wel om hen die nog niet wederom geboren zijn, ‘door dit zware dreigement, tot nadenken en tot bekering te brengen’ (kant. 40). De Bijbel vertelt van het grote voorrecht van Gods kinderen. Ze zullen eenmaal in eeuwige heerlijkheid binnengaan. Maar de Bijbel waarschuwt ook voor het lot van de goddelozen. Ze zullen eeuwig omkomen. Door deze vermaningen wil de Heere ons waarschuwen. De zonde is een zeer gevaarlijke macht. Daardoor sleept de satan mensen mee naar de eeuwige ondergang. Maar Christus heeft voor de zonde betaald. Hij heeft de dood overwonnen. Er is verlossing in Hem, door Gods Geest.
Als we door de kracht van de Geest de werkingen van het lichaam (de overblijfselen van de zonde die nog in de gelovigen zijn) doden, zo zullen wij leven. Tegenover de eeuwige dood, staat het eeuwige leven. De gelovige kent de strijd tegen de zonde in zijn leven. Het is een levenslange worsteling die allen in de kracht van Christus en door de Geest kan worden gestreden. Het is ook een worsteling die pas zal eindigen bij de lichamelijke dood. In de kracht van Gods Geest zullen de gelovigen de overwinning behalen. Die overwinning is genade. De genade van de drie-enige God. Wat een rijkdom wordt er in dit hoofdstuk getekend. Kennen we ook het verlangen naar de inwoning van die Geest?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 oktober 2014
Daniel | 32 Pagina's