Vrijgemaakt van de wet
Maar nu zijn wij vrijgemaakt van de wet, overmits wij dien gestorven zijn, onder welken wij gehouden waren; alzo dat wij dienen in nieuwigheid des Geestes, en niet (in) de oudheid der letter (Romeinen 7:6).
Paulus staat in het zevende hoofdstuk van deze brief uitvoerig stil bij de betekenis van de tien geboden voor gevallen mensen en voor gelovigen.
Eerst gaat hij in op de wet en de gevallen mens (vers 1-13). Daarna gaat hij in op de betekenis van de wet voor de gelovigen (14-26).
Paulus begint, zoals zo vaak in deze brief, met een vraag. Weet gij niet, broeders… Paulus leert de gelovigen in Rome. Hij wijst erop dat de tien geboden gelden voor alle mensen, zolang als ze leven. Paulus doelt dan op een leven zonder genade, zonder Christus. Alle levende mensen zijn verplicht om de wet gehoorzaam te zijn. De wet geldt voor de levenden. Niet voor de mensen die gestorven zijn. Met een voorbeeld van het huwelijk maakt Paulus dat duidelijk. Als een man nog leeft, dan mag een vrouw niet van man verwisselen. Dan is ze een overspeelster. Als de man gestorven is dan liggen de zaken anders. Zo is het ook met de wet. Door de dood zijn mensen niet meer onder de wet…
Zo zijn dan ook de gelovigen ‘der wet gedood’ (vers 4). Paulus bedoelt dat de wet niet meer kan vloeken, dreigen, benauwen, prikkelen. Want doden worden niet geprikkeld. Door de dood van Christus aan het kruis zijn wij verlost van de wet, opdat we ‘eens Anderen’ zouden worden. Wij worden der wet gedood door het werk van Christus.
Het doel van dit sterven aan de wet is ‘Gode vruchten dragen’ (vers 4). Sterven aan de wet leidt dus niet tot losbandigheid en zelf maar uitmaken wat ik wil of doe. Integendeel, sterven aan de wet betekent dat er een totaal nieuw leven komt, een leven tot eer van God. Een leven vol heiligheid en rechtvaardigheid. Zonder dergelijke vruchten is er alleen maar hol en leeg gepraat. Genade maakt altijd werkzaam en vruchtbaar.
Paulus kijkt met de gelovigen terug (vers 5). Het zondige leven van voor de wedergeboorte was een leven van ‘bewegingen van zonde’ en het leidde tot vruchten van dood en verderf. Zonder wederbarende genade brengt een mens niet anders voort dan rotte vruchten. Zo scherp liggen de zaken. Buiten Christus heeft een mens totaal niets. En is hij of zij tot alles in staat. Maar ‘vrijgemaakt van de wet’ (vers 6) gaat hij of zij dienen ‘in nieuwigheid des Geestes’. Door de prediking van het Evangelie vernieuwt de Heilige Geest zondaren en brengt hen tot een nieuw leven in oprechte heiligheid en gehoorzaamheid. Dat is de heerlijke vrucht van de Geest (Gal 5:22). Het eerste wat de apostel dan noemt is liefde. Waar nijd, vijandschap, hoogmoed en leugen is, daar is Christus niet. En de vrucht van de Geest ook niet.
Waar liefde woont gebiedt de Heer zijn zegen.
Maar zit de zonde dan in de wet? Nee, natuurlijk niet. De wet is Gods volmaakte, goede en heilige wil. Daar liggen de problemen niet. De problemen liggen bij de zondige en onvernieuwde mens. Die wil en kan aan God niet gehoorzaam zijn. Met een voorbeeld uit zijn eigen leven en aan de hand van het tiende gebod maakt Paulus dat duidelijk (vers 7-12). Hij is der zonde gestorven. Opdat hij voor God zou leven (Gal. 2:20). En zo werkt de Heere ook vandaag. Kom, ken jij de dodende kracht van de wet? En ben je al ‘eens Anderen’ geworden? Dan alleen zijn er vruchten die aangenaam zijn voor God en mensen.
Lezen: Romeinen 7
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 2014
Daniel | 32 Pagina's