Het hallelujabusje
Kerk naar buiten
Een verhaal over jongeren en armoede
Als laatste stapt Mijanou het oude VW-busje in. Aan de overkant beweegt een gordijn. Zoals elke zondagochtend staat de buurvrouw te gluren. Ze zal wel denken: daar gaat het hallelujabusje weer. Zo noemen ze het in de buurt. Maar het kan Mijanou niks schelen wat ze denkt. Ze hebben hun eigen kerk waar ze heen gaan en daar schaamt ze zich niet voor. Voordat ze het busje in stapt, kijkt de moeder van Mijanou nog even om. “Kunnen we?”
Haar kinderen knikken, alle acht. Dan draait ze het sleuteltje in het contact om. Met tegenzin slaat de motor aan, de uitlaat blaast een blauwe rookwolk uit. Even later rijdt het busje hikkend en proestend de straat uit.
Ze zijn al snel het dorp uit. Het blijft koud in het busje, omdat de verwarming niet goed meer werkt. Mijanou heeft de capuchon over haar hoofd getrokken. Ze staart door het raampje naar buiten.
Zonder ons geloof zouden we het thuis niet volhouden, denkt ze. Er zijn moeilijke momenten genoeg, maar God is altijd dichtbij. Als het echt nodig is, zorgt Hij voor een wonder.
Mijanou weet niet hoe ze het anders moet noemen. Die ene keer was toch een wonder? Mam moest regelmatig geld van de kerk lenen om rond te komen. Op den duur was dat tot een fl inke schuld opgelopen, al weet Mijanou niet precies hoeveel. Ze weet wel dat mam zich daar veel zorgen om maakte. Toen mam een keer wat geld had kunnen sparen wilde ze een deel van de schuld afbetalen. “U vergist zich mevrouw,” zei de man van de kerk, “Ik zie hier dat uw schuld al helemaal is afbetaald.” Maar niemand wist verder dat ze geld had geleend.
“Zet je straks de radio weer aan, mam?” vraagt Esther.
Mam lacht. “Als jij ook meezingt.”
Het busje rammelt als ze langzaam over de spoorwegovergang rijden. Mijanou vraagt zich af hoe lang dit busje het nog uithoudt. Wat moeten ze dan? Geld voor een ander is er niet, maar ze kunnen het busje ook niet missen met zoveel mensen in huis.
Meteen na de spoorwegovergang slaan ze rechtsaf. In de verte kun je het asielzoekerscentrum zien: een complex van houten gebouwen met rode daken.
Voor het hek staat een groepje al te wachten. Zodra ze het busje zien, beginnen ze uitbundig te zwaaien. Mijanou kent de meesten al van naam. Edu uit Rwanda, een lange broodmagere man, met Mbele, zijn vrouw die altijd lacht. Djabi uit Eritrea. Miro uit Azerbeidzjan of een ander land daar in de buurt. Mijanou telt zes mensen, dan is Ngomi er niet bij, een jonge, verlegen vrouw. Zou ze ziek zijn?
Als het busje stopt, trekt Mijanou de schuifdeur open. Een voor een stappen ze in, lachend en pratend in een grappig mengsel van Nederlands en Engels: “Koede morken, how is het?”
Mbele geeft de moeder van Mijanou een plastic doosje.
“Please,” zegt ze, “made for jou.”
“Dankjewel,” antwoordt ze. Ze tilt een stukje van het deksel op. Het is een gerecht van rijst en vlees.
Het is krap. Iedereen zit tegen elkaar aan gedrukt. Mijanou moet in stilte een beetje lachten. De meesten hebben kleren aan die ze maar al te goed kent. Mbele draagt de wollen muts van mam en een oude spijkerbroek van haarzelf die tot op de draad is versleten. Edu draagt de trui van Christiaan, haar broer, die eigenlijk veel te kort is voor de lange man. Miro heeft het jasje van David aan met de scheur bij de schouder. Apart eigenlijk, denkt Mijanou. Het zijn allemaal kleren die ze zelf in de kringloopwinkel hebben gekocht. Derdehands kleren nu, afgedragen en versleten, maar toch zijn ze er ontzettend blij mee. Mam rijdt het terrein van het asielzoekerscentrum af. Intussen zet ze de radio aan en zoekt net zolang totdat ze een zender met een kerkkoor heeft gevonden.
“Music!” roept Djabi. Hij klapt uitgelaten in zijn handen.
Ze beginnen allemaal luid mee te zingen, ieder in zijn eigen taal. Het klinkt een beetje vals, maar wat maakt het uit? Mijanou zingt ook mee, zo hard ze kan. Voor haar is dit het mooiste moment van de week. Zo gaat het propvolle hallelujabusje op weg naar de kerk.
Aan het eind van de dienst wordt er gecollecteerd voor een kinderziekenhuis in Afrika. Mijanou ziet hoe haar moeder honderd euro uit haar portemonnee haalt en in de collectezak stopt. Hoe kan ze dat nou doen? Dat was haar laatste geld. Waar moeten ze de rest van de week van leven?
Op de terugweg kost het haar moeite om haar mond te houden, maar ze wil geen ruzie maken waar de anderen bij zijn. Chagrijnig staart ze voor zich uit. Voor het eerst baalt ze van de lachende en zingende mensen om haar heen. Ze wacht tot het groepje asielzoekers is uitgestapt. “Goodbye” roept Edu, “next week!” Ze zwaaien als ze wegrijden, maar Mijanou zwaait niet terug.
“Hoe kon je dat nou doen,” begint ze, “zomaar honderd euro weggeven, je laatste geld.”
Haar moeder houdt haar blik op de weg gericht. “Voor mijn gevoel kon ik niet anders,” antwoordt ze. “Die kinderen daar hebben het harder nodig dan wij. We vinden er wel wat op.”
“Wat dan?” roept Mijanou. “Eten kost geld, benzine kost geld, alles kost geld.”
“Het spijt me,” zegt mam. “God laat ons niet in de steek.”
Natuurlijk laat God ons niet in de steek, denkt Mijanou, maar dat geld zijn we kwijt.
“Krijg ik nu geen nieuwe schoenen?” vraagt Esther.
“Nee, natuurlijk niet,” antwoordt Miujanou, “hoe komen we aan het geld?” Ze denkt aan de Nikes die ze zelf graag wil hebben. Merkkleding interesseert haar niet, maar Nikes vindt ze mooi.
“Kun je dan nog wel een cadeau voor mijn verjaardag kopen?” vraagt Eline. Mam knikt. “Tuurlijk, dat duurt nog meer dan twee weken.”
“Alsof we dan wel genoeg geld hebben,” moppert Mijanou.
“Ik heb ook geen zin om de hele week alleen maar brood te eten,” zegt David, “zoals toen het busje naar de garage moest.”
Mam geeft geen antwoord. Zwijgend schakelt ze terug voor de bocht. Ze zijn niet ver meer van hun dorp. In de achteruitkijkspiegel ziet Mijanou haar gezicht. Ze heeft een verdrietige trek om haar mond die Mijanou maar al te goed kent. Eigenlijk heeft ze alweer spijt van haar woorden. Van de vrolijke stemming op de heenweg is niets meer over.
Aan het eind van de middag wordt er gebeld. Mijanou staat op om open te doen. Voor de deur staat een mevrouw die ze niet kent. Ze ziet er chic uit in haar mantelpakje en op schoenen met hoge hakken.
“Hallo,” zegt ze, “woont hier de familie Schouten?”
“Ja, dat klopt,” antwoordt Mijanou.
“Mooi.” Ze rommelt even in haar handtasje en haalt een witte envelop tevoorschijn. Mevrouw Scholten staat erop geschreven. “Als je die aan je moeder wilt geven, goedemiddag.”
Ze draait zich om en loopt weg.
Mijanou pakt verbaasd de envelop aan. Ze ziet hoe de mevrouw in een zwarte auto staprt, die aan de overkant staat geparkeerd en wegrijdt.
“Het was iemand voor jou,” zegt Mijanou als ze terugkomt. Ze geeft haar moeder de envelop.
“Iemand die je kent?” vraagt haar moeder.
Mijanou schudt haar hoofd. “Nooit gezien, een echte dame, niet iemand van hier en ook niet van onze kerk.”
“Vreemd.” Voorzichtig maakt mam de envelop open en gluurt naar binnen. Ze blijft een paar tellen verstijfd zitten. Dan laat ze zich achterover zakken.
“Wat zie je wit, mam?” vraagt Mijanou.
“Er zit honderd euro in de envelop.”
“Dat kan niet”
“Kijk dan zelf”
Tussen duim en wijsvinger vist Mijanou het geld uit de envelop.
“Zie je wel dat God ons niet in de steek laat,” zegt haar moeder met een bibberstem.
“En ik heb niets een dankjewel gezegd,” mompelt Mijanou.
Bron: Kees Opmeer, Erwtensoep in augustus. Kinderen en armoede (Amsterdam 2008)
ARMOEDE IN NEDERLAND
Voor honger, dorst en armoede hoef je niet alleen naar Afrika te gaan. Je vindt het vlakbij. In Nederland leeft een op de acht gezinnen in armoede. Daar is geen geld voor nieuwe kleren of cadeaus voor de verjaardag. Sommige kinderen krijgen maar drie keer per week een warme maaltijd. Ook in dit verhaal lees je over een gezin dat ver onder de armoedegrens leeft.
De kerk kan helpen. In de jeugdwerkactie steun je diaconale projecten die de betrokkenheid van de kerk bij armoede in de samenleving vergroten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 maart 2014
Daniel | 32 Pagina's