JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Wij hebben gezondigd

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Wij hebben gezondigd

Gescheurde kleren en een verbroken hart

5 minuten leestijd

Wat wil je bereiken in dit leven? Misschien droom je wel van een goede baan, waarin je veel geld kan verdienen. Een belangrijke positie, eer en aanzien. Daniël had dit bereikt. Hij was de vertrouweling van de koning van Babel. Veel mensen waren jaloers op hem.

Toch bleef Daniël klein en nederig. Iedere dag vernederde hij zich voor de Heere. Dan gingen zijn ramen open, richting Jeruzalem. Ook las hij vaak in de boeken van Mozes en de profeten. In de profetie van Jeremia las hij dat de straf van God, de verwoesting van Jeruzalem, 70 jaar zou duren. Die jaren zijn inmiddels voorbijgegaan. Zie je dat het lezen in Gods Woord en het bidden nauw met elkaar verbonden is in Daniëls leven? Daniël begint zijn gebed met het aanroepen van Gods naam. Het lijkt een tegenstelling. Gij grote en verschrikkelijke God, Die het verbond en de weldadigheid houdt dien die Hem liefhebben en Zijn geboden onderhouden. Daniël en zijn volk hebben moeten ervaren dat God de zonde moet straffen.

Zonden belijden
Maar God is ook een God van Zijn verbond. Gaat Daniël dan direct op Gods beloften wijzen? Daniël weet dan hij nergens recht op heeft en begint met het belijden van de zonden van hem zelf en van zijn volk. Hij benoemt de zonden heel concreet in Daniël 9 vers 10: Maar geheel Israël heeft Uw wet overtreden, met af te wijken, dat zij Uw stem niet gehoorzaamden. Ze hebben hun eigen godsdienst gemaakt. De Heere heeft daarop niet direct gestraft, maar Hij heeft Zijn knechten, de profeten, gestuurd. Nog dieper vernedert Daniël zich, als hij moet vervolgen in vers 6: Wij hebben niet gehoord naar Uw dienstknechten.
Hoe ga jij om met de waarschuwingen die iedere keer weer in de preek naar voren komen? Denk niet: Het zal vast wel mee vallen! Later heeft de Heere zijn dreigingen uitgevoerd. Daarom is over ons uitgestort die vloek en die eed, die geschreven is in de wet van Mozes, den knecht Gods, dewijl wij tegen Hem gezondigd hebben.
Legers uit omringende landen zijn steeds weer het land van Israël binnengevallen. Zelfs dat bracht Israël niet bij de Heere, Daniël moet het toegeven: En wij smeekten het aangezicht des Heeren onzes Gods niet. Dan komt het dieptepunt in Daniëls gebed. Daarom heeft de Heere over ons het kwade gebracht. Uiteindelijk is het volk weggevoerd naar Babel. Daar ligt Daniël, in gescheurde kleren, met een verbroken hart. Hij moet het belijden tegenover de Heere: “Het is rechtvaardig wat God heeft gedaan.” Kan jij dat ook zeggen, als je terug kijkt, naar het leven dat achter je ligt?

Rechtvaardig
Zo belijdt Daniël alles voor de Heere. In zijn hart en in zijn volk zijn alleen maar die zwarte zonden te vinden. Maar de Heere is zo anders! Hij is niet alleen rechtvaardig in zijn straffen en zijn dreigingen, maar ook in zijn beloften. Dan kijkt Daniël naar boven en roept hij het uit: Bij den Heere onzen God zijn de barmhartigheden en vergevingen, alhoewel wij tegen Hem gerebelleerd hebben. Hoor je het meervoud? Barmhartigheden: een hart dat van grote liefde brandt. Vergevingen: om de zonde te verzoenen. Niet zo maar één keer, maar steeds weer! Gods gerechtigheid bestaat uit het uitvoeren van de straf. Maar de Heere is ook rechtvaardig als Hij uit genade Zijn verbond houdt. Daar gaat Daniël op pleiten. Hij voelt dat hij niets verdiend heeft. Daarom wijst hij naar het verbond: Heere, naar al Uw gerechtigheden, laat toch Uw toorn afgekeerd worden.’

Gods eer
Waarom wil Daniël zo graag dat zijn volk terugkeert naar hun oude land? In Babel hebben de meeste Joden het goed. Er is werk en woonruimte. Ze hebben hun plaats gevonden. Het gaat Daniël niet om hemzelf, of om mensen. Het gaat hem om Gods eer. Gods volk leeft in schande. Gods heilige plaats, Jeruzalem, is verwoest. Buurvolken lachen erom, spotten met de God van Israël. Daarom bidt Daniël dit gebed. Zijn doel is dat God de eer weer krijgt. Als Daniël al zijn zonden heeft beleden, dan laat hij zijn lege handen zien. Hij roept het uit: O Heere, hoor, o Heere, vergeef, o Heere, merk het op en doe het, vertrek het niet. Hij heeft alles wat hem bezig houdt in Gods handen gelegd. Hij bad niet voor zichzelf. Daniël is waarschijnlijk zelf niet meer teruggeweest in Jeruzalem. Hij was al oud. De Heere heeft het gebed wel verhoord. Het volk is teruggekeerd, de tempel is herbouwd. Daniël mocht binnengaan in het hemelse Jeruzalem. Daar mag hij altijd de Heere alle eer geven, die Hem toekomt


Lezen: Daniël 9: 1-19

Belangrijk:

 Daniël belijdt al zijn zonden én de zonden van het volk, eerlijk voor de Heere.
 Daniël pleit op de beloften, waarmee de Heere tot hem gesproken had.
 Het gaat hem er om dat God de eer weer krijgt.

Voor jou:

 Belijd eerlijk, al je zonden voor de Heere. Benoem ze concreet.
 Bid voor ons land en voor ons volk. Ook jij maakt daar deel van uit. Bidt om vergeving en een terugkeer naar een leven volgens Gods Woord.
 Onderzoek de Bijbel, biddend om Gods boodschap voor jou te mogen verstaan.
 Wijs in je gebed de Heere op Zijn eigen Woord en op de beloften die Hij daarin doet.
 Richt je in je gebed op Gods eer.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 januari 2014

Daniel | 32 Pagina's

Wij hebben gezondigd

Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 januari 2014

Daniel | 32 Pagina's