JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Maar nu…

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Maar nu…

4 minuten leestijd

Maar nu is de rechtvaardigheid Gods geopenbaard geworden zonder de wet, hebbende getuigenis van de wet en de profeten Romeinen 3: 21

Hoe staan we recht voor God? Daarover gaat het in de brief aan de Romeinen. Paulus heeft daar in het eerste hoofdstuk op gewezen (Rom. 1: 17). Inmiddels is wel duidelijk dat mensen niet vanzelf recht staan voor God. Door de zonde is ieder mens verdoemelijk voor God. Van mensen is geen heil te verwachten.
Dat is de boodschap die klinkt in de eerste hoofdstukken van deze brief.
Zelf Gods goede wet kan geen heil brengen. Door de wet is de kennis der zonde (3: 20). Nergens lijkt er enig zicht op heil en redding. Reddeloos verloren ligt het mensdom voor God. En dan… Maar nu… Maar wijst op een tegenstelling. Nu wijst op iets wonderlijks, iets wat we niet zelf kunnen bedenken.

Redding
Maar nu wijst op Gods rechtvaardigheid. Paulus bedoelt een rechtvaardigheid die voor God geldt en die God schenkt. Een middel waardoor mensen weer in een goede verhouding komen met God. Van dat middel is in het Oude Testament al gesproken. Mozes en de profeten hebben ervan getuigd. Steeds opnieuw en op verschillende manieren liet God de boodschap van redding klinken (Hebr. 1: 1-2). Maar nu wijst op het wonder van Gods opzoekende zondaarsliefde. Het wijst terug op Gods vrije en onverdiende genade voor schuldige mensen. Van die genade gaat Paulus in de komende hoofdstukken spreken. Het Evangelie van redding mag hij voor de gemeente van Rome bekendmaken. Opdat zondaren daar houvast in zouden vinden. Toen en nu.
Maar nu wijst op de persoon en het werk van Christus. In de verzen 22- 26 geeft Paulus aan dat Christus gekomen is om zondaren te redden.
God heeft Zijn Zoon voorgesteld tot een verzoening door het geloof in Zijn bloed. Al in zijn eeuwige raad heeft God Zijn Zoon gegeven als Middelaar tussen God en mensen.
In de tijd heeft Christus de straf gedragen en de wet vervuld. Dit heeft Hij gedaan, opdat zondaren met God verzoend zouden worden. Dat is de kern van de blijde boodschap.
God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende. De Bijbel wijst voor heil en redding niet naar mensen, niet naar engelen of heiligen. De Bijbel wijst op Christus en op Zijn bloed. Dat is het enige en volkomen middel tot zaligheid. Niet de wetswerken van de Joden, niet de wijsheid van de Grieken, maar Christus de Gekruisigde brengt heil en redding. Door Hem staan verloren mensen weer recht voor God.
Alleen door Hem. Een ander middel is er niet.

Rijkdom
Wie hebben deel aan dat grote heil wat God Zelf tot stand brengt? Afkomst en waardigheid tellen niet mee. Laat niemand denken dat hij of zij wel waardigheid heeft om behouden te worden. Besnijdenis, doop of andere voorrechten tellen hier evenmin. Jood en heiden staan maar op één manier recht voor God. Allen die geloven delen in de verdiensten van Christus. Zonder geloof is het onmogelijk God te behagen. Het ware geloof verbindt een zondaar aan Christus. Door dit ware geloof worden verloren mensen behouden. Het is een gave van de Heilige Geest. In het volgende hoofdstuk zal Paulus de aard en de kracht ervan aangeven. De leer van het geloof bevestigd de wet (3: 31). Christus heeft voor Zijn kinderen de wet volbracht en de vloek gedragen. Dat is de rijkdom van het Evangelie. Ook vandaag.
Maar nu wijst op Gods genade en op de noodzaak van het ware geloof. God wandelt zondaren na. Door het geloof krijgen we deel aan Christus.
Het geloof klemt zich vast een Gods belofte. We kunnen veel dingen doen en zeggen. Maar het geloof is nodig. De Heere wil het schenken: Dit is het werk Gods, dat gij gelooft in Hem, Dien Hij gezonden heeft (Joh. 6: 29).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 2013

Daniel | 32 Pagina's

Maar nu…

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 september 2013

Daniel | 32 Pagina's