Calvijn over geld en goed
Johan Polder: “Hoe kom ik aan geld en hoe kom ik er weer vanaf?”
De meeste mensen weten weinig over Calvijn. Maar calvinisme wordt in de volksmond al snel in één adem genoemd met zuinigheid, soberheid en hard werken. Maar klopt dit beeld? Is Nederland rijk geworden door de economische adviezen van Calvijn? Wat kunnen we van Calvijn leren als het om ons geld gaat?
Calvijn en economie lijken oppervlakkig gezien wat met elkaar te maken te hebben. Dat komt vooral door de bekende stelling van de socioloog Max Weber, dat er een zeker verband is tussen het calvinisme en het kapitalisme. Wij gaan hierover in gesprek met Johan Polder. Wat in ieder geval zeker is: een gesprek met hem over economie en Calvijn leidt tot verassende inzichten.
Kunt u kort iets vertellen over die bekende these van Weber?
“Eigenlijk kan je niet spreken van één these, maar van een verzameling aan stellingen en gedachten. Volgens Max Weber zit er een ziel in het kapitalisme. Hij noemt dat ‘Geist des Kapitalismus’. Volgens hem is er een verband tussen kapitalisme en het calvinisme, want calvinisten zijn bang voor de dood en vragen zich steeds af of ze uitverkoren zijn of niet. Uit hun zakelijke succes leiden ze af dat God hen goed gezind is. Ze leven sober en werken hard. Die combinatie levert een voortdurende toename van geld op. Met de Rotterdamse hoogleraar Van Stuijvenberg zeg ik dat dit een fascinerende gedacht blijft, ook al is het theologisch gezien een volslagen misvatting.”
Maar is er dan helemaal geen verband tussen een christelijke levenswandel en welvaart?
“Reformatorische mensen hebben gemiddeld meer geld, dat is het fascinerende. Maar het is gevaarlijk om daar harde uitspraken over te doen. Als je een direct verband legt met Calvijn, ben je in ieder geval selectief aan het shoppen bij hem.
Vergeet ook niet dat kooplieden in de Gouden Eeuw vaak remonstranten en libertijnen waren. De orthodoxe calvinisten leefden veelal in een sociaal en economisch isolement. De welvaart in de gereformeerde gezindte is iets van de laatste tijd, en eerder het gevolg van een materialistische levenshouding dan van een christelijke levenswandel zoals Calvijn daarover schrijft.”
Een direct verband is er dus niet tussen Calvijn en economische voorspoed. Maar wat zegt Calvijn eigenlijk zelf over economie?
“Calvijn zegt niet direct iets over economie. Economie, in de moderne zin van het woord, bestond niet eens. Calvijn leefde tweehonderd jaar voor Adam Smith. Calvijn is wel heel vernieuwend in zijn tijd. Je zou kunnen zeggen dat Luther met zijn gezicht naar de Middeleeuwen stond, terwijl Calvijn zijn blik op de toekomst richtte. Het belangrijkste is dat Calvijn brak met het renteverbod.
Je moet je realiseren dat er in de tijd van de Reformatie heel veel veranderde. De economie kwam los van de Middeleeuwse orde, het feodalisme. Calvijn pakt eigenlijk dingen op die al langer gistten in de samenleving. Ook de economische omstandigheden waren totaal anders dan nu. Tegen die achtergrond moet je Calvijn lezen. Luxe was toen iets heel anders dan wat wij erbij denken. Geen honger hebben was toen al luxe. Tegen die achtergrond zegt Calvijn in zijn Institutie dat we ook mogen genieten, omdat God bijvoorbeeld kleuren en smaken heeft gemaakt.
Calvijn heeft ook de functie van geld onderkend als rekeneenheid, ruilmiddel en vooral ook als investeringsmiddel. Thomas van Aquino noemde geld onvruchtbaar. Calvijn niet. Geld is productief. Als iemand met geleend geld een akker verbouwd en vruchten inzamelt, dan is het niet meer dan billijk dat de geldschieter in de opbrengst deelt. Calvijn hief daarom het renteverbod op. Wel moet je daarbij twee dingen bedenken. Van Calvijn mag je niet lenen van arme mensen en ook geen consumptief krediet opnemen; geld dat je leent om je luxe te veroorloven. We moeten met rente omgaan ‘zoals een apotheker met gif’, is een bekende uitspraak van Calvijn.”
In de Middeleeuwen hadden gewone mensen geen eigendommen. Alles was van de adel of van de kerk. Hoe ziet Calvijn eigendom?
“Calvijn zag bezit eigenlijk ook als iets dat niet van ons is, maar van God. Ik denk hierbij aan twee Psalmen: De aarde is des HEEREN, mitsgaders haar volheid, de wereld, en die daarin wonen (Psalm 24) en: Bezit deez’ aard’, als ’t erf, dat God hem gaf (Psalm 37). Het geld dat jij verdient is van God en je mag het gebruiken. Calvijn zegt het heel mooi dat als de hemel onze bestemming is, dat we dan onze aardse goederen vooruit moeten sturen. En we doen dat door arme medemensen te laten meedelen in ons bezit, ‘want alles wat we aan hen geven, rekent God als dat het Hem geschonken wordt.’ Eigenlijk zegt Calvijn dat als we ons geld niet uitgeven, dat we het moeten weggeven. Spaardwang, zoals Weber dat noemde kom je bij Calvijn niet tegen. Je kunt Calvijn hier alleen begrijpen als je bedenkt dat dit hoofdstuk over het aardse leven volgt op het hoofdstuk over de overdenking van het eeuwige leven. We zijn vreemdelingen op aarde en we zijn rentmeester. Dat moet de kern van ons leven zijn. Door genade wil de Heere dat leren.”
Wat betekent het voor onze visie op de economie dat we in een door de zonde gebroken wereld leven?
“De zondige werkelijkheid van ons bestaan is dat we zelf heer en meester willen zijn. Met alle gevolgen van dien. Waar de Heere vraagt om de aarde te bouwen en te bewaren, zucht de hele schepping onder de manier waarop wij ons rentmeesterschap invullen. Waar de Heere vraagt om onze naaste lief te hebben als onszelf, sterven dagelijks duizenden kinderen van de honger, omdat wij zo inhalig zijn. Ik weet het, dit zijn heel hardnekkige vraagstukken, maar is de diepste oorzaak niet dat wij van de Heere zijn afgevallen?”
Moeten we dan als christenen streven naar een verandering in onze maatschappij?
“Ik denk niet dat we met de Bijbel in de hand de economische wereldorde kunnen veranderen. Van menselijke actieprogramma’s verwacht ik eerlijk gezegd niet zo veel. Maar wel van de Heilige Geest, Die mensen krachtdadig vernieuwt. Lees eens na in het Bijbelboek Handelingen hoe na de uitstorting van de Heilige Geest duizenden mensen hun bezittingen gingen delen, naar dat elk nodig had. De eerste christelijke gemeente bracht het Bijbelse ideaal van omgang met goederen het meest in de praktijk. Maar ook dan zie je het bederf van de zonde meteen. Denk maar aan Ananias en Saffira.”
Zou je kunnen zeggen dat we, als we naar Calvijn hadden geluisterd, we geen crisis hadden?
“Lastig. In ieder geval zouden we ook niet de enorme welvaart hebben gehad! Denk eens mee. Je moet het relatief zien. We moeten nog heel lang krimpen om op het welvaartsniveau van 1985 uit te komen. Het aantal auto’s is bijvoorbeeld sindsdien verdubbeld. En hadden we het in 1985 zo slecht?
Misschien is er helemaal geen crisis. Natuurlijk worden mensen persoonlijk hard geraakt, als ze hun werk verliezen. Dan is er sprake van een persoonlijke crisis. Daar had Calvijn juist oog voor. Ik denk ook dat de rol van het diaconaat zal toenemen. Er zijn echt schrijnende gevallen.”
Maar heel ons systeem is gebouwd op economische groei en het verlangen naar meer
“We leven in een consumptiemaatschappij. Er is steeds meer nodig om tevreden te zijn. Maar vergeet nooit dat één plus één altijd minder dan twee is. We noemen dat de hedonistische paradox. Na de eerste keer moet er meer bij om hetzelfde geluk te ervaren. Het is ons eigen dat we hetzelfde willen als onze buurman, en liefst meer. Dat is ook een christen niet vreemd. Maar lees Psalm 49 eens. Is rijkdom goed voor je? Misschien moeten we eens wat minder letten op de mode en wat anderen kopen. Laten we ons maar niet te veel spiegelen aan het consumptiepatroon van anderen, maar aan het Woord van God. Laten we onszelf maar steeds twee dingen afvragen, heel eenvoudig, heel persoonlijk: hoe ben ik aan mijn geld gekomen, en waar geef ik het aan uit? En laten we dan maar niet te gemakkelijk over de waarschuwing van Jesaja heenstappen: Waarom weegt gijlieden geld uit voor hetgeen geen brood is, en uw arbeid voor hetgeen niet verzadigen kan?”
Calvijn was tegen consumptief krediet opnemen, maar daar ligt wel de oorzaak van de crisis?
“Hier ligt inderdaad een rechte lijn naar de huidige crisis. Want de crisis is veroorzaakt, doordat we toekomstige welvaart en toekomstige luxe naar voren hebben gehaald door te gaan lenen. Op die manier omgaan met geld staat haaks op vreemdelingschap. Geld wat je niet hebt, kun je niet uitgeven. De Heere Jezus heeft on niet voor niets leren bidden: Geef ons heden ons dagelijks brood. Iedere dag je dagelijkse portie.”
Maar mag je dan wel een hypotheek afsluiten?
“We leven in een samenleving, waarin we ons ook moeten voegen, maar de vraag is wel of we overal aan mee moeten doen en bijvoorbeeld bij aankoop van een huis gelijk alles moeten verbouwen.
Denk eens aan David, want hij zegt in Psalm 4: Gij hebt vreugde in mijn hart gegeven, meer dan ter tijd, als hun koren en hun most vermenigvuldigd zijn. En Agur: Voedt mij met het brood van het mij bescheiden deel (Spr. 30). Laten we terughoudend zijn in het lenen van geld voor luxe. Rijkdom is gevaarlijk voor een christen.”
In onze samenleving lijkt niets belangrijker dan economie...
“Over die ontwikkelingen maak ik me zorgen. Er is een herwaardering nodig. Waarom werken er zo weinig mensen in de zorg en het onderwijs? Ook het gezinsleven is zo belangrijk. Het gezin is een leerplek voor tijd en eeuwigheid. Dat is pas van waarde voor de samenleving! Laten we niet onze christelijke waarden in de verkoop doen. We moeten daarom ook het tweeverdienersschap heel kritisch onder ogen zien. Zet veel meer het belang van het kind centraal. Laten we ook met zorg om ons heen kijken. Er zijn ouderen die eenzaam zijn, ook daar ligt een taak. Fundamenteel is de vraag: hoe gebruik ik mijn tijd zo goed mogelijk. Dan staat het zoeken van het Koninkrijk van God voorop. Hoe druk we ook zijn, het zoeken van de Heere eerst!”
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 25 juli 2013
Daniel | 32 Pagina's