Zorg voor de naaste
Ik heb een vraag over Mattheus 25: 31-46. Er staat dat mensen Christus eten, drinken hebben gegeven, Hem geherbergd en gekleed. Ik snap dat ik dit niet letterlijk kan of moet nemen, maar het staat er wel. Hoe moet ik dat dan doen? Hem herbergen en te drinken geven? Wat betekent vers 40? Wim
Het laatste oordeel. Daar gaat het over in de teksten waar jij je vragen over hebt. Christus zal wederkomen op de wolken des hemels en dan zullen we allemaal geoordeeld worden, jij, ik en alle mensen. Mensen die al gestorven zijn en mensen die nog leven. Je krijgt een plaats of aan de rechterkant of aan de linkerkant van de Rechter. Een andere plaats is er niet. Tegen de mensen aan de rechterhand van de Rechter van hemel
Het gebod is geen moeten meer maar een liefdesgezang
en aarde wordt gezegd, dat ze eeuwig bij God in Zijn Koninkrijk zullen zijn. Tot de mensen aan Zijn linkerhand: Gaat weg van Mij, gij vervloekten in het eeuwig vuur, hetwelk de duivel en zijn engelen bereid is. Waar zullen wij staan?
Dat zal wat zijn. Denk je daar wel eens over na? Niets zal verborgen blijven. Wat we gedacht hebben, gedaan hebben, nagelaten hebben, alles!
Nu zegt de Heere Jezus, dat tegen de mensen aan de rechterhand van de Rechter gezegd zal worden, dat ze Hem te eten hebben gegeven, te drinken, enzovoorts. In vers 40 maakt de Heere Jezus duidelijk wat Hij daarmee bedoelt. Als je niet gelijk met de Heere Jezus op aarde hebt geleefd, kun je Hem namelijk niet te eten geven en kleden. De Heere Jezus zegt daarover als je dat aan één van Zijn minste broeders hebt gedaan, dan heb je dat aan Hem gedaan. Als je dus aan een arm kind van God eten gegeven hebt, drinken, kleding dan is dat om die arme te helpen. In dat je die arme helpt, doe je wat Christus vraagt. Je doet het aan Zijn gemeente en daarin aan Hem, tot eer van Hem.
Je helpt armen niet om te laten zien aan de mensen: Kijk eens hoe goed Ik ben. Nee, je doet het, omdat God het van je vraagt tot eer van Zijn Naam. Je toont daarin dat je God lief hebt boven alles en je naaste als jezelf. Het is er alleen als vrucht van Christus’ werk in het leven van mensen.
God eist het van ons om onze naaste lief te hebben als onszelf. Maar wij zijn blind voor die eis. Toch zal God er ons naar oordelen. Vreselijk aan zijn linkerhand. Al die mensen die niets zagen van de nood van hun naasten, alleen hun eigen nood. Gods genade opent de ogen ook voor onze naasten. Christus drijft Zijn kinderen om Zijn vruchten voort te brengen naar onze naasten. Het zijn niet mijn werken, maar Zijn werken en het gaat vanzelf, omdat Gods wet door Gods Geest in de bekering in mijn hart wordt geschreven. Het gebod is geen moeten meer maar een liefdesgezang. Die liefde om in de nood van de naasten te voorzien zag je in de christengemeente na Pinksteren, zag je in de vroege kerk. Het maakte dat mensen gingen vragen naar de God van de christenen. Hoe is dat vandaag in ons leven als kerkelijke jongeren?
ds. L. Terlouw
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 juli 2013
Daniel | 32 Pagina's