Geleid tot belijden
Indrukwekkende diensten zijn het ieder jaar weer. Als jonge mensen zich met hun ja- woord verbinden aan de Heere en Zijn dienst. Ze sluiten zich aan bij de zichtbare kerk. Ze doen dat midden in een wereld waar satan koning lijkt. Midden in een kerk, bevlekt met zonde. En door dat alles heen gaat God door om Zijn onzichtbare Gemeente te vergaderen. Hij verlost mensen uit de zonde en bekeert ze tot Hem. Zolang de zon schijnt aan de hemel, plant Hij Zijn Naam voort. Van kind tot kind. Johan, Liselotte en Mirjam ervaren belijdenis doen als iets van groot gewicht. Is het vanzelfsprekend om dat de doen als je rond de twintig bent? Wij hebben het niet aan ons zelf te danken. Veel van onze vrienden zijn afgehaakt.
We praten met Johan Bregman, Liselotte Dorrepaal en Mirjam van Zetten. Johan is 21 jaar en heeft een eigen timmer- en onderhoudsbedrijf. Hij wil volgend jaar de belijdeniscatechisatie gaan volgen.
Liselotte is 19 jaar en heeft samen met haar vriend Johannes vorig jaar belijdenis gedaan. Liselotte werkt als doktersassistente in Den Haag en samen zijn ze druk aan het klussen in hun huis in Koudekerk.
Mirjam, 20 jaar, studeert psychologie in Rotterdam en hoopt met Pinksteren belijdenis te doen in Zoetermeer.
Niet vanzelfsprekend
Als je met drie twintigers praat die allemaal belijdenis gaan doen, of gedaan hebben, zou je kunnen denken dat dit vanzelfsprekend is. Je wordt in een Gereformeerde Gemeente gedoopt, volgt daar de catechisatie en doet belijdenis.
Voor Liselotte geldt dit misschien het meest. Al jong had zij verkering met Johannes. “Op een gegeven moment krijgen je gedachten over de toekomst vastere vorm. Je voelt dat je zelfstandig wordt. En dan ga je ook denken over belijdenis doen. Je leest en praat erover. Vorig jaar hebben we belijdenis gedaan.
Maar vanzelfsprekend? Nee. Van de vriendengroep van Johannes zijn er van de tien nog maar drie van de Gereformeerde Gemeenten. Sommigen gaan naar een andere kerk, maar er zijn er ook die helemaal niks meer met de kerk hebben.”
Voor Johan is dit heel herkenbaar.
Kort geleden is hij op skivakantie geweest met enkele vrienden. Toen hij op zondag niet naar de piste wilde, stond hij daarin alleen.’s Avonds uit zijn dagboek lezen, bleek moeilijk. Sommigen bleven grappen maken en weigerden stil te worden.
Nog eens mee gaan skiën zit er niet meer in, als hij trouw wil blijven aan de Heere en Zijn dienst. “Want het was wel moeilijk hoor. Hoe stel je je dan op? Je voelt gewoon dat er een keuze van je wordt gevraagd. Waar wil je bij horen?”
Zelf verantwoordelijk
Mirjam zag er in het begin best tegenop om belijdenis te doen. En nu heeft ze dat nog weleens. “Ik vind het best eng om verantwoordelijkheid te gaan dragen. Als je belijdenis gedaan hebt, kunnen mensen je daar ook op aanspreken. Als dooplid leun je toch nog een beetje op de keuze van je ouders. Ik heb lang nagedacht of ik wel belijdenis zou kunnen en mogen doen. Na een jaar belijdeniscatechisatie voel ik nog steeds het gewicht ervan. Maar ik denk dat dat blijft, hoe lang je ook wacht.”
Aan Johans beslissing om op belijdeniscatechisatie te gaan, is een lange weg vooraf gegaan. “Ik kwam door vriendschap vaak in een andere kerk. De verschillen met de Gereformeerde Gemeenten zijn groot.
Over zonde, genade en bekering werd heel verschillend gedacht. Dat merkte ik wel. En we hebben veel met elkaar gediscussieerd. Toch hinkte ik op twee gedachten. Maar op een gegeven moment ging het niet meer. Er is bij mij ook wel wat veranderd. Vroeger was de zondag een vast stramien: wakker worden, naar de kerk, chips en weer naar de kerk. In de kerk zat ik te klokken. Zegt de dominee nu nog geen ‘amen’? Nu luister ik veel bewuster. Soms ben ik verbaasd als het ‘amen’ klinkt.”
Thomas’ belijdenis
In de Bijbel staan veel belijdenissen. Met elkaar noemen we er enkele op. Maria Magdalena sprak: ‘Rabouni’ (Meester). En Ruth: ‘Uw volk is mijn volk en uw God, mijn God.’ Mirjam noemt de belijdenis van Thomas: ‘Mijn Heere en Mijn God.’ “Hier kun je zien dat Thomas de hoop buiten zichzelf heeft gevonden. De Heere verandert niet en Thomas mag zich helemaal aan Hem toevertrouwen.” In deze belijdenissen zien we kinderen van God in het hart. De Heere heeft hen stil gezet en tot Hem bekeerd. Daar mochten zij ook van spreken.
Mirjam denkt dat het eigenlijk wel zo zou moeten zijn dat de belijdenis ook een persoonlijke geloofsbelijdenis is. Tegelijk denkt ze dat je daar voorzichtig mee moet omgaan.
Het is niet goed als de gelovige jongere centraal komt te staan. Want het is niet vanzelfsprekend dat iemand iets van het ware geloof kent.
Wij hebben dat door onze zonde niet verdiend. Het is een genadegave van de Heere. “En als iemand mag geloven, is diegene vaak vatbaar voor twijfel en aanvechting.
Juist de belijdenis van een genadige en onveranderlijke God biedt hoop, ook voor degenen die Hem nog niet kennen.”
In de Gereformeerde Gemeenten doe je belijdenis door ‘ja’ te zeggen. Voor Liselotte betekent dat dat ze het eens is met de leer van de Bijbel, zoals die in de gemeente wordt verkondigd. “Als je een nieuw hart van de Heere mag krijgen, ben je echt gelukkig. Het is je gebed of de Heere dat wil schenken. Daarom wil je ook bij de gemeente horen.”
Mirjam haakt hierop in. “In de belijdenis gaat het om de Heere, Wie Hij is en wat Hij heeft gedaan. Het gaat niet in de eerste plaats om mij, maar het gaat er wel om Wie Hij wil zijn voor zondige mensen. In de prediking komt steeds weer aan de orde wat de Heere van ons vraagt.
Maar ook dat wij dat niet kunnen en hoe schuldig wij zijn. Daarom is het zo bijzonder dat alles in Hem ligt.”
Johan: “Ja, soms denk je: Ik ga het weer proberen. En dan lijkt het dat het lukt. Maar even later ga je weer onderuit. Dan merk je dat een wonder van God nodig is.”
Belijdenis in praktijk
Door belijdenis te doen, verbind je je ook aan de gemeente. “Waardevol”, vindt Liselotte: “Twee jaar geleden hebben we dat als gezin heel sterk ervaren toen mijn broertje kanker kreeg. De gemeente leefde echt met ons mee. We kregen heel veel kaarten. Mensen toonden belangstelling. En er werd ook voor ons gebeden. Dat is op zo’n moment heel betekenisvol.” Inderdaad een groot geschenk om opgenomen te worden in de gemeente.
Hoe breng je je lidmaatschap in praktijk? “In de gemeente waar ik eerst vaak kwam, is er een rechtsreekse verbinding tussen belijdenis en Avondmaal. Na de belijdenis werden er tien stoelen extra aan de avondmaalstafel neergezet. Voor mij is dat moeilijk”, zegt Johan.
“Soms wordt er gepreekt hoe de Heere Jezus naar de aarde is gekomen voor zondaren. Dan wordt er gezegd dat het nog kan, dat je nog bekeerd kan worden. Dat spreekt mij wel eens aan. Maar als ik dan later weer op mijn eigen leven zie.
Dan weet ik het niet.” De belijdenis geeft een kerkelijk recht om aan het Avondmaal te gaan. Maar dat is niet hetzelfde als een Goddelijk recht. Daarom is de zelfbeproeving zo nodig. Of de Heilige Geest door het Woord iets van de drie stukken in je leven heeft gewerkt.
En juist de praktijk van het leven is zo belangrijk. Mirjam: “Bij ons zeggen we alleen maar ‘ja’. Maar ik denk dat daardoor des te meer de nadruk ligt op wie we eigenlijk zijn in de praktijk van ons leven. Het is goed om te beseffen dat wij ook een rol hebben in de gemeente. Dat je leeft naar Gods Woord en daar ook over spreekt. We zijn daar vaak terughoudend in. Ik denk dat dat echt tot zegen van de gemeente zou zijn en tot Zijn eer.
Het is genade. Je bent zo afhankelijk van de Heere dat je om te bidden, eerst al moet bidden of Hij je gebed wil geven.”
Belijdenisvragen van Voetsius
1. Verklaart gij de leer onzer kerk, welke gij geleerd, gehoord en beleden hebt, te houden voor de ware en zaligmakende leer, overeenkomend met de Heilige Schrift?
2. Belooft gij, door de genade Gods, in de belijdenis der zaligmakende leer, volstandig te zullen blijven en daarnaar te zullen leven en sterven?
3. Belooft gij, overeenkomstig deze leer, trouw, eerlijk en onberispelijk steeds uw leven te zullen inrichten en uw belijdenis met goede werken te zullen versieren?
4. Belooft gij, dat gij u aan de vermaning, terechtwijzing en kerkelijke tucht zult onderwerpen, indien het gebeurde (hetwelk God verhoede), dat gij u in leer of leven kwaamt te misgaan ?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 16 mei 2013
Daniel | 32 Pagina's