Zo moet de Koning eeuwig leven!
En Hij zal leven Psalm 72: 15a
Psalm 72 is een psalm ‘voor Salomo’. Er zit veel onderwijs in. Maar ook veel troost. Wanneer is deze psalm geschreven? Het slot leert ons, dat het geweest moet zijn op het sterfbed van David. Ook de gebeden van ‘de man naar Gods hart’ hebben een einde genomen. Ook David is gegaan de weg van alle vlees. Als we een godvrezende vader verliezen, raken we niet alleen zijn woorden en zijn liefde en zijn aanwezigheid kwijt, maar we verliezen ook zijn gebeden. Dan is er geen gebed meer voor ons aan tafel of in het verborgene. Dat valt dan ook allemaal weg. Dan is de priester in het gezin er niet meer. En dat gold nu ook voor Salomo, aan wie deze psalm is opgedragen. Waarschijnlijk heeft hijzelf deze laatste woorden uit de mond van David opgeschreven.
Leve de Koning
David staat dus aan het eind van zijn leven. De Heere heeft hem doorgeholpen. Hij zal David nu ook uithelpen. De aanslagen tegen zijn koninkrijk en tegen zijn koningschap zijn mislukt. Salomo zal het nu gaan overnemen. Als er een nieuwe koning aan het bewind komt, wordt altijd geroepen: “Leve de koning!” Dat heeft David ook geroepen bij de troonsbestijging van zijn zoon Salomo: “De koning Salomo leve!” Daarin ligt de wens van een lang leven opgesloten. Het ga hem goed. De Heere zegene hem! David roept het uit: En hij zal leven! Maar nu hebben deze woorden nog een diepere betekenis. Want we kunnen veel zaken in deze psalm laten slaan op Salomo als opvolger van David. Maar over Salomo heen moeten we hier ook zien op Christus, de opgestane Levensvorst. Voor hem geldt het in de diepste zin van het woord: En Hij zal leven.
Zijn uitgangen zijn vanouds en Hij leeft tot in eeuwigheid. Zeker, Hij is dood geweest. Maar de dood is Hij vrijwillig ingegaan en Hij heeft de dood overwonnen. Hij had macht Zijn leven af te leggen, maar Hij had ook macht Zijn leven weer aan te nemen. Hij is de dood ingegaan om degene die het geweld van de dood had, volkomen te niet te doen: Hij heeft satans kop vermorzeld
Eeuwige Koning
Dus Christus heeft het leven aangebracht. Dat leven deelt Hij nu ook mee aan Zijn Kerk. Dat doet Hij door het werk van Zijn Geest. In het uur van de wedergeboorte maakt Hij Zijn kinderen van dood levend. Ze worden uit de geestelijke doodstaat opgewekt. De brug naar de wereld wordt opgehaald. Dat betekent dat je je geluk niet meer kunt vinden in deze wereld. Dan ga je zoeken en vragen naar de Heere en Zijn sterkte. En als het goed is, rust je niet, voordat je die grote Rustaanbrenger gevonden hebt, Die het Leven is. Want buiten Jezus is geen leven, maar een eeuwig zielsverderf.
Christus heeft het leven aangebracht
Gods volk mag al op aarde leven uit Hem en door Hem en tot Hem. Dat leven is hier nog onvolmaakt. Maar straks mogen ze in de eeuwigheid in Zijn volle gunst delen. Want die Koning leeft eeuwig: En Hij zal leven. Hij is gisteren en heden Dezelfde tot in der eeuwigheid! Wanneer je de dienaar bent van een vorst, is dat een voorrecht. Als die vorst sterft, ben je geen dienaar meer. Maar deze Koning leeft tot in der eeuwigheid! En Hij zal leven. En Gods kinderen zullen leven, omdat Hij leeft! Dat kan ook voor jou. Smeek dan om bekering tot die eeuwig levende Koning.
ds. J. Schipper
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 2 mei 2013
Daniel | 32 Pagina's