JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

“Jij kunt toch ook anderhalf uur naar voetbal kijken?”

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

“Jij kunt toch ook anderhalf uur naar voetbal kijken?”

Hoe leg je uit wat je gelooft?

5 minuten leestijd

Jij gaat s zondags naar de kerk? Waarom eigenlijk? Zo simpel kan een gesprek over geloof met iemand van buiten de kerk beginnen. En wat zeg je dan? Dat blijkt soms nog verdraaid lastig te zijn. Jongeren van de JV in Zoetermeer: In de kerk leer ik Wie God is.

Apologetiek gaat over het uitleggen, verdedigen en aanprijzen van wat je gelooft. Op catechisatie heb je geleerd wat de kern van het geloof is. Maar hoe leg je dat nu goed uit aan iemand die er niets van weet?

Heb je je mail nog gezien?
De eerste casus die de jongeren in Zoetermeer bespreken, gaat over een gesprekje over de zondag. Een medestudent vraagt of je op zondag nog naar je email hebt gekeken en de opdracht hebt gezien die doorgestuurd is. Dat is niet het geval, want op zondag ben je naar de kerk geweest. “Ik snap niet wat er interessant aan is om op zondag naar de kerk te gaan. Heb je niets beters te doen op zondag?”, zegt één van de jongeren die zich inleeft in iemand van buiten de kerk. Iemand reageert: “In de kerk legt de dominee uit wat in de Bijbel staat. Anderhalf uur is toch niet lang? Jij kunt toch ook anderhalf uur naar voetbal kijken?”

Wat staat in de Bijbel?
“Wat is dat geloof in God nu precies?” Een jongere vat het kort samen: “Ik geloof dat God de mensen gemaakt heeft. De mensen wilden alleen niet naar God luisteren en toen is als straf alle ellende in de wereld gekomen. De Bijbel vertelt echter dat niet de mens, maar dat God het weer goed wil maken, door Zijn Zoon Jezus te sturen. Door het geloof in Jezus kun je gered worden uit de ellende.”
“Kun je dan bewijzen dat God bestaat?”, vraagt een kritische ‘buitenstaander’. “Jazeker, dat staat in de Bijbel”, reageert een ander, “zal ik je er één geven, dan kun je het zelf lezen.” Een heldere reactie, maar de ‘buitenstaander’ is niet erg overtuigd: “Moet ik dan eerst dat hele boek lezen? Wat staat er precies in?” Iemand anders geeft het antwoord: “In de Bijbel staat bijvoorbeeld van alles beschreven over het leven van Jezus. Of over hoe we moeten leven. Heel praktisch, zoals dat we niet moeten stelen en elkaar doodslaan.” Helemaal overtuigd is de ‘buitenkerkelijke’ jongere nog niet: “Waarom is de Bijbel daarvoor nodig?” De ander reageert: “Dat is een goede vraag. Waar komt het idee vandaan dat we niet zouden mogen stelen of elkaar niet mogen dood maken? Volgens de Bijbel komt dat doordat God dat aan de mensen geleerd heeft.”
“Oké”, zegt de ‘onkerkelijke’ jongere, “maar waarom ga je dan naar de kerk, als je het al in de Bijbel kunt lezen?” Een kerkelijk meisje heeft een mooie reactie: “Waarom ga jij als student naar college? Je kunt toch ook je boek lezen? Ik ga naar de kerk omdat ik daar leer Wie God is en daar ook andere christenen ontmoet.”

Mijn boterham is niet lekkerder
Dinsdagmorgen, 12 uur. Mark parkeert de werkbus op de parkeerplaats. “Zo, voedertijd. Ik kan wel Mijn boterham is niet lekkerder Dinsdagmorgen, 12 uur. Mark parkeert de werkbus op de parkeerplaats. “Zo, voedertijd. Ik kan wel een rund op.” Zijn collega Bert pakt z’n broodtrommel en neemt een hap van z’n boterham. Mark doet snel z’n ogen dicht en doet snel een gebed. Bert ziet het. “Hé, Mark, wat doe je toch weer vroom. Waar is dat nu voor nodig? Smaakt die boterham van je anders soms niet? Mijn pindakaas is anders zo ook gewoon lekker.”
De jongeren in Zoetermeer maken het gesprek verder af. Iemand geeft een prachtig antwoord: “Het is niet zo dat mijn boterham lekkerder is. Ik ben wel dankbaar dat ik hem gekregen heb. Ik geloof dat God me deze boterham heeft gegeven.” Iemand die zich in de onkerkelijke Bert verplaatst, zegt: “Maar je hebt die boterham toch gewoon gekocht? Toch niet gekregen?” De ander reageert weer: “ Ik geloof dat we alles van God krijgen wat we nodig hebben.” De ‘onkerkelijke’: “Ik heb niet gebeden en toch heb ik ook brood, waarom zou ik dan nog moeten bidden?” Hij krijgt als reactie: “Dan zie je hoe goed God is, dat hij het ook geeft als je er niet om bidt.” Je zou nog kunnen aanvullen: Toch zou ik wel bidden als ik jou was. Want zonder Gods zegen groeit er niets op het land. Ook gezondheid is niet vanzelfsprekend. Het is een gave van God. Zonder Zijn genade kunnen we niet leven en niet sterven.


Tips voor een goed gesprek

1. Een gesprek heeft twee kanten, vraag dus ook naar wat de ander bezig houdt.
2. Ga niet direct een heftige discussie aan, maar probeer eerst helder samen te vatten wat het geloof in God is.
3. Blijf respectvol en vraag dat eventueel ook van de ander.
4. Houd je bij de kern, hou het eenvoudig. Later kun je de details invullen en uitleggen. Als je wiskunde uitlegt, begin je ook eerst met eenvoudige sommetjes.
5. Neem vooroordelen weg: “Wat jammer dat je zulke negatieve ervaringen hebt. Christenen zijn ook net als andere mensen. Gelukkig heb ik ook positieve ervaringen.”
6. Als je weinig tijd hebt: “Ik vertel er graag meer over. Zullen we daar een andere keer even over doorpraten.”
7. Blijf positief: “Joh, wat leuk dat je daarover nadenkt!”
8. Wees ontspannen en eerlijk: in je dagelijks doen en laten laat je meer zien dan door met een groot verhaal te komen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 2013

Daniel | 32 Pagina's

“Jij kunt toch ook anderhalf uur naar voetbal kijken?”

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 2013

Daniel | 32 Pagina's