Bijbelboek over regeringszaken
Koning zijn is een gewichtige taak
Nog ruim een week en dan hebben we voor het eerst in jaren weer een koning. De afgelopen tijd is al veel geschreven over Willem Alexander en wat deskundigen verwachten van zijn regering. Elke koning heeft z’n eigen stijl en dat gold ook voor de koningen in het Oude Testament. Ook weten wat toen een goede koning was?
Salomo
Het boek Koningen (1 en 2 Koningen zijn eigenlijk een boek) begint met de regering van Salomo. Een belangrijk vorst die veel rijkdom had. Een koning die enorm wijs was in aardse zaken, maar ook veel wist van de dienst van de Heere en daardoor bekend was bij omliggende volken, want de koningin van Scheba komt hem bezoeken. Ze is onder de indruk van zijn rijkdommen en vooral van zijn wijsheid, want ze looft de Heere, de God Die Salomo dient.
Maar plotseling komt er een einde aan de vrede in het koninkrijk van Salomo. De Heere had hem beloofd dat zijn land bijeen zou blijven als hij God zou dienen. Nu krijgt hij de boodschap dat het koninkrijk uiteen zal vallen. De oorzaak is eenvoudig: Salomo had een heleboel vrouwen genomen en zondigde tegen de geboden van God. Daar kwam nog bij dat hij zijn vrouwen volgde in het dienen van de afgoden. Daar werd de Heere erg verdrietig van en Salomo werd terecht gestraft voor zijn zonden, want hij had zich afgekeerd van de Heere.
Juda en Israël
Het is opvallend dat er veel hoofdstukken gebruikt worden om te beschrijven op welke wijze manier Salomo het rijk bestuurde naar het woord van de Heere, maar dat er slechts één hoofdstuk besteed wordt aan de zonde van Salomo en zijn straf. Zo gaat dat ook bij de andere koningen die na Salomo regeerden. Het grote rijk valt uiteen in Israël en Juda. Afwisselend beschrijft het boek Koningen over de koningen van Israël en de koningen van Juda. Na Salomo volgt er een periode van zonde. Zowel koning Jeróbeam I als koning Rehabéam doen wat kwaad is in de ogen des HEEREN.
In het boek Koningen ligt de nadruk
Op achtjarige leeftijd wordt Josia koning en keert het volk terug tot de dienst van de Heere
op het koninkrijk van Juda. De koningen die daar regeerden waren afstammelingen van David, uit wie eens Jezus geboren zou worden. Het is dus niet verwonderlijk dat de nadruk op dat koninkrijk valt.
Josia
Het aantal goede en slechte koningen is ongeveer gelijk. Met goed wordt bedoeld dat die koning regeerde naar het woord van de Heere. Gelukkig waren die er ook. Bekend is bijvoorbeeld Josia, die al heel jong koning werd, maar ook al heel jong de Heere diende. Een goed voorbeeld had hij niet gehad, want zijn vader Amon volgde het spoor van grootvader Manasse en verliet de Heere en diende de afgoden. De geschiedenis van deze koningen is kort beschreven, hoewel Manasse wel 55 jaar regeerde. Blijkbaar is het niet belangrijk om tot in detail de zonde te beschrijven. Dat is bij de regering van Josia anders. Al op achtjarige leeftijd wordt hij koning en onder zijn regering keert het volk weer terug tot de dienst van de Heere. Dat wordt uitgebreid beschreven in 2 Koningen 22 en 23 en ook in 2 Kronieken 34 en 35. Wie die hoofdstukken goed leest, merkt op dat Josia terugkeert tot de dienst van de Heere, oftewel: hij zorgt ervoor dat er weer kerkdiensten gehouden worden. Hij roeit de afgodendienst uit en richt de aandacht van het volk op de Heere. Nu de tempels weer in gebruik worden genomen, komt men ook de wetboeken weer tegen. In 2 Kronieken 34 staat dat Josia die laat voorlezen. De wet wijst immers aan hoe je moet leven tot eer van God.
Jeruzalem verwoest
Merk je hoe belangrijk de invloed van een koning is? Josia gaf het goede voorbeeld, maar van de slechte vorsten van Israël staat vaak: die Israël zondigen deed. Zo’n koning nam het hele volk in zijn zonden mee. Het is dus niet onbelangrijk wie het land regeert! De regering van Juda en Israël eindigt met slechte koningen. En dan voert de Heere Zijn oordeel uit: Jeruzalem wordt ingenomen en het volk wordt in ballingschap weggevoerd. Dat is het einde van beide koninkrijken. Op de zonde volgt altijd straf, soms pas in “het derde of vierde geslacht”. De meeste koningen die zondigden hebben maar kort geregeerd, maar brachten in die korte tijd wel veel narigheid mee. Nergens staat dat het volk er beter van werd.
Het ijkpunt in 1 en 2 Koningen is koning David. Een goede koning over Juda, wandelde in al de wegen van zijn vader David. David kun je zien als een type van Christus, de grote Zoon van David. Deze Koning leid Zijn volk op de goede weg en zorgt voor Zijn onderdanen.
Profeten
Niet alleen koningen speelden een rol in het Oude Testament, ook de profeten waren belangrijk. Blader eens door de profetieën en probeer dan aan de hand van het Bijbelboek Koningen na te gaan welke profeet onder welke koning zijn werk deed.
Welke boodschap had een profeet als een koning de Heere diende?
Welke profeten waren betrokken bij de herbouw van Jeruzalem en de tempel?
Bekijk de volgorde van de profetenboeken: waar horen Ezra en Nehemia eigenlijk als je ze op volgorde van tijd plaatst met de andere profeten?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 april 2013
Daniel | 32 Pagina's