Geen blijvende stad
Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomende. Hebreeën 13: 14
De apostel Paulus schrijft aan de christenen in de verdrukking. Zij waren christenen uit de Joden, die om het geloof werden verstrooid en vervolgd. Zij hadden Jeruzalem moeten verlaten en zwierven in streken buiten Israël.
Jeruzalem
Als de apostel de woorden gebruikt Want wij hebben hier geen blijvende stad… heeft hij waarschijnlijk aan Jeruzalem gedacht. Jeruzalem, dat zo’n grote plaats innam in het leven van de Joden. Daar stond het altaar met de prediking van verzoening door voldoening, de prediking van de plaatsvervanging.
Op veel plaatsen in de Bijbel worden de schoonheid en de ligging van Jeruzalem bezongen. Het grootste was dat de Heere er wilde wonen. Maar deze stad zou tóch verwoest worden. Christus heeft het Zelf voorzegd: Voorwaar zeg Ik u: Hier zal niet een steen op den anderen steen gelaten worden, die niet afgebroken zal worden.
Deze woorden wijzen je op de vergankelijkheid van alle dingen. Van nature begeren wij altijd op aarde te blijven; willen wij een stad bouwen die niet zal vergaan. Maar de dood haalt een streep door onze verwachtingen, want al het goud van de wereld is niet in staat om de dood af te kopen.
Jongeren, het leven gaat voorbij.
Zeker, wij hebben de opdracht om te studeren en te werken, maar wat kunnen we daar veel te druk mee zijn. En het Ene nodige? Wij hebben hier geen blijvende stad. We moeten sterven en dat betekent God ontmoeten. In de loop van de geschiedenis zijn al veel steden gebouwd, maar hun schoonheid is vergaan. Denk maar aan Ninevé en Babel.
Dat wij hier geen blijvende stad hebben, is onze eigen schuld. We hadden een heerlijke plaats in het paradijs. Er was een zalige harmonie tussen Schepper en schepsel, maar de mens is de gemeenschap met God verloren. De mens is door alle eeuwen heen op zoek geweest naar een verloren paradijs, maar dat is niet te vinden. Vanaf de zondeval geldt: de mens gaat naar zijn eeuwig huis.
Daarom is het zo nodig dat wij, door het werk van Gods Geest, ervan overtuigd worden dat we geen blijvende stad hebben; dat wij op reis zijn naar de rechterstoel om rekenschap te geven. Wat is het toch nodig dat door wedergeboorte en zaligmakend geloof onze levensrichting wordt veranderd, dat we gaan zoeken de dingen die boven zijn.
Hemel
De apostel heeft het over het zoeken van de ‘toekomende’ stad. Het is een bemoediging voor vreemdelingen op aarde, voor geestelijke pelgrims. Want de toekomende stad, daar wordt de hemel mee bedoeld. Deze stad is dezelfde stad die Johannes mocht zien op Patmos. Het is de stad die niet met mensenhanden is gemaakt, maar die een onwankelbaar fundament heeft. De uiterste Hoeksteen is de gekruiste, opgestane en verheerlijkte Christus. Deze stad kan nooit bewogen worden of ondergaan.
Deze stad is gefundeerd op de verkiezende liefde van de Vader, op de verlossende liefde van de Zoon en op de toepassende liefde van de Heilige Geest. Wat een stad van de toekomst!
Wat is het nodig dat jij leert geen blijvende stad te hebben; dat we een zoeker gemaakt mogen worden. Zulken vrezen zo vaak de stad niet te zullen bereiken, want de vijanden zijn zo machtig. Maar toch ontmoeten ze op hun weg ook rustplaatsen en de ware zoekers zúllen de stad vinden.
Een eeuwige toekomst is weggelegd voor degenen, die de Heere vrezen. Een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waarop gerechtigheid zal wonen. Is dat ook jouw toekomst?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 2013
Daniel | 32 Pagina's