JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

God de Schepper

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

God de Schepper

6 minuten leestijd

Het is al weer jaren geleden. Zondag 9 was aan de beurt. Na een week gewerkt te hebben in een omgeving waar ook verstandelijk praktisch niet meer geloofd werd in God de Schepper, klonk het vanaf de preekstoel in Wageningen: Ik geloof in God.

Ds. A.F. Honkoop legde met grote overtuiging uit dat dít het begin is van de twaalf artikelen. Het voelde als een beker koud water op een dorstige ziel. De belijdenis van de kerk, gegrond op Gods Woord is toch zo’n houvast te midden van allerlei wijsheid, of moeten we soms niet zeggen, dwaasheid van de wereld?
We willen dit keer niet uitvoerig ingaan op schepping en evolutie, maar eenvoudig luisteren naar een van de artikelen uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis, artikel 12: ‘Van de schepping aller dingen en met name der engelen.’ Dit artikel begint met de woorden, zoals vele andere artikelen uit deze belijdenis: “Wij geloven”. Hier is een kind van God aan het woord dat met de mond belijdt wat het met het hart gelooft. Nee, bewijzen, dat gaat niet en het hoeft ook niet. Dit is zó rotsvast verankerd in de Schrift én in het hart van Gods Kerk. Daarvoor hoeft geen experiment te worden gedaan.

Wonderlijk
Het is God de Vader Die geschapen heeft. Zo staat het ook in Genesis 1: In den beginne schiep God de hemel en de aarde. Dat heeft Hij gedaan uit niets! Wij hebben altijd iets nodig om iets te maken. De Heere niet. Zó scheppen kan Hij alleen. Voor het ‘in den beginne’ was er alleen God. Niemand heeft de Heere verteld dat Hij moest gaan scheppen of hoe Hij dat moest gaan doen. Dat heeft Hij soeverein besloten (“het heeft Hem goed gedacht”).
Dit werk is zo onuitsprekelijk groot.
Werkelijk álles, de hemel, de aarde en alle schepselen heeft Hij uit niet geschapen. De hemel, de wolkenhemel, de sterrenhemel, ja zelfs de plaats waar die tienduizend maal tienduizenden engelen geschapen zijn en een plaats kregen om te wonen. De aarde, met al die bomen, bloemen, grassen, vogels, vissen, dieren … mensen! Psalm 147 zingt: “Daar Zijn verstand nooit af te meten, ver overtreft al wat wij weten”.
Jonge mensen, als je énige indruk krijgt van die Schepper bij het zien van het geschapene, wordt je zo heel klein. Wat zijn we een stofje aan de weegschaal, dat zo weggeblazen wordt. Wat zijn we een druppel aan de emmer. Wat zijn we klein bij deze grote Heere.
Dat komt nog meer tot uiting als je bedenkt dat de Heere aan een ieder schepsel zijn wezen, gestalte, gedaante en onderscheiden ambten (plichten, functies) gegeven heeft.
Als je voor de spiegel gaat staan en je oog bekijkt met zijn functie om te zien; als je met je tong proeft, heb je dan wel eens bedacht hoeveel receptoren daarop zitten om bijvoorbeeld zoet en zout te kunnen onderscheiden? Als suiker op de tong komt, vindt er een wonderlijk samenspel plaats tussen de stof suiker en de tong. Signalen gaan naar onze hersenen, waardoor we een smaakbeleving krijgen. Wonderbaarlijk!

Dienen
Er staat nog iets belangrijks in de eerste zin: “door Zijn Woord, dat is door Zijn Zoon”. Lees er zelf Johannes 1 maar eens op na. Daar staat het. Als we Johannes 1 en Genesis 1 naast elkaar leggen, geeft de Schrift de uitleg van de woorden: En God zeide. Het is door het Woord geschied, door Zijn Zoon. En dit grote werk heeft een doel gehad: opdat het schepsel de Heere zou dienen. De Heere onderhoudt en regeert Zijn schepping naar Zijn eeuwige voorzienigheid en door Zijn oneindige kracht, “om de mens te dienen”. Nee, dat betekent niet dat de Heere Dienstknecht is van de mens. Het betekent dat de Heere zorgt voor Zijn schepping met als doel dat de mens Zijn God zou dienen. Jonge mensen, Hij is zó dienenswaardig! De Heere heeft er ook zoveel recht op om gediend te worden.

Engelen
Onze belijdenis besteedt veel aandacht aan de schepping van de engelen. Ze zijn in één keer in een vol getal geschapen. En in welk een uitnemendheid! Maar sommigen zijn tegen God opgestaan en daarmee in het eeuwig verderf gevallen.
Anderen zijn staande gebleven. De gevallen engelen zijn vijanden van God en van alle goed. Zij loeren met al hun vermogen op de Kerk en een ieder lidmaat ervan. Daarmee zijn ze begonnen in het paradijs… en wij hebben in Adam de duivel geloofd, moedwillig, vrijwillig. In plaats van onze Schepper te dienen, zijn we onszelf en de boze gaan dienen.
Kan het erger?

Herschepper
Door deze diepe zondeval zijn we nu in onze ellende-staat. Onze rechtsverhouding met God is er nu één van straf- en doemwaardig te zijn. Wat is onze ellendestaat toch diep. We zijn wellicht wel eens onrustig, maar kénnen we onze ellendestaat? Ach, als de Heere ons nu had overgelaten aan onszelf, wat zouden we te zeggen hebben? Het hele menselijk geslacht zou met de duivelen en boze geesten in de eeuwige rampzaligheid wegzinken.
Maar hier zijn we niet uitgesproken. God, Die Schepper is, is ook Herschepper. Hij heeft een volk uitverkoren tot de zaligheid. En dat volk zál zalig worden. Daarom gaat de prediking nog door. Daarom verkeren jullie onder de roepstem tot de zaligheid. Deze God, Die hemel en aarde en alles wat daarin is, geschapen heeft, is bij machte een vijand, die de duivel is toegevallen, terug te brengen. Onze Dordtse Leerregels - ook zo’n mooi belijdenisgeschrift - zegt daarvan in hoofdstuk III/IV, artikel 12: “En dit is die wedergeboorte, die vernieuwing, nieuwe schepping, opwekking van de doden en levendmaking, waarvan zo heerlijk in de Schrift gesproken wordt, dewelke God zonder ons in ons werkt. En deze wordt in ons niet teweeggebracht door middel van de uiterlijke prediking alleen, noch door aanrading, of zulke manier van werking, dat, wanneer nu God Zijn werk volbracht heeft, het alsdan nog in de macht des mensen zou staan wedergeboren te worden of niet wedergeboren te worden, bekeerd te worden of niet bekeerd te worden. Maar het is een gans bovennatuurlijke, een zeer krachtige, en tegelijk zeer zoete, wonderlijke, verborgen, en onuitsprekelijke werking, dewelke, naar het getuigenis der Schrift (die van den Auteur van deze werking is ingegeven), in haar kracht niet minder noch geringer is dan de schepping of de opwekking der doden”.
Net als bij de schepping werkt de Heere deze wedergeboorte zonder ons in ons. Daar komt geen mensenhand aan te pas. Het wordt niet voor niets een nieuwe schepping genoemd. Ja, iets verder in dit artikel wordt zelfs gezegd: “in haar kracht niet geringer dan de schepping.” Daarom kan de grootste en meest verharde zondaar nog zalig worden!
Wanneer de Heere ons van dood levend maakt, doet Hij dat door te spreken. Het gaat nooit buiten Christus om. De levendmaking van een zondaar is verdiend door Hem, het Woord dat vlees geworden is.
Wanneer we onze ellendestaat gaan kennen, door de Wet Gods, is dat de toepassende arbeid van de Middelaar. Wat wordt de Heere dan dienenswaardig! Wat blijkt de zondaar vloekwaardig te zijn. Waar dat wordt geleerd, zal er ook plaats komen voor Jezus in Zijn dierbaarheid. Johannes zegt: En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader), vol van genade en waarheid (Joh 1: 14).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 2013

Daniel | 32 Pagina's

God de Schepper

Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 2013

Daniel | 32 Pagina's