“Jij bent zeker beter?”
Rotterdamse studentenkring denkt na over uitleggen van het geloof
Hé, wat heb jij dit weekend eigenlijk gedaan? Ben je zondag ook naar Lowlands geweest? Het zal je maar gevraagd worden, terwijl je met een groepje medestudenten achter je broodtrommeltje zit in de kantine. Wat zeg je dan?
Er zijn allerlei situaties waarin opeens van je gevraagd wordt om er voor uit te komen dat je christen bent. Dat is niet altijd even makkelijk. Dat ervaren de Rotterdamse studenten van de ‘gergemkring Rotterdam’ aan den levende lijve. In de gespreksgroepjes - na de inleiding van één van de studenten - blijkt dat iedereen hier mee worstelt.
De boze buitenwereld
Jacolien: “Voordat ik ging studeren zag ik er erg tegenop, omdat ik dacht dat medestudenten allerlei lastige vragen zouden stellen. Maar het bleek heel erg mee te vallen.
Vaak hoor je reacties van: ‘o, cool’, of, ‘oké, leuk!’”. Geerten: “Misschien zijn we ook wel een beetje bang voor ‘de boze buitenwereld’, omdat in onze kring vaak de wereld voortdurend wordt afgeschilderd als een vijandige wereld. Dat is heel eenzijdig.”
Achterlijk
Maar welk soort vragen stellen medestudenten dan eigenlijk? Henri merkt op: “meestal accepteren medestudenten je wel gewoon als persoon, maar vaak hebben ze geen behoefte aan een echt gesprek over het geloof. Janine heeft soms wel gesprekken, maar vaak gaat het over allerlei uiterlijke dingen. “O, mag je dan wel hand in hand lopen met je vriend?” Bertine beaamt dat: “Mensen hebben soms echt het idee dat je achterlijk bent!
Het is dan fijn als je die vreemde denkbeelden kunt wegnemen door gewoon met hen te praten.”
Goed spreken over God
Toch hebben de meesten ook wel eens een moeilijke situatie meegemaakt. “Is het geen gevaar dat je in een moeilijke situatie meer bezig bent met het verdedigen van jezelf, dan met goed spreken over God?”
Henri beaamt: “Ja, het gebeurt heel makkelijk dat je in de verdediging schiet.” Geerten heeft ook wel eens ervaren dat hij alleen tegenover meerdere anderen stond. “Dan schiet je snel in de verdediging, en ga je mee in de felle discussie.” In haar inleiding haalt Willemijn een stukje aan wat ze ergens heeft gelezen: “Je moet oppassen dat je niet de indruk wekt dat het geloof moeilijk, zwaar en ingewikkeld is. Daar wordt niemand warm van. Ook al worstel je zelf met geloofsvragen, je mag toch vertellen dat het voor jou een wonder is dat je de goede boodschap mag horen en lezen.”
Jij bent zeker beter?
Het meest lastigst vindt Jacolien het om uit te leggen wat zonde betekent. Vooral dat het leven zonder God zó erg is dat we daardoor de hel verdienen. “Iemand vroeg wel eens aan me: ‘zeg jij dan dat ik naar de hel ga? Ben ik dan net zo slecht als Hitler dan?’” Piet reageert: “Ja dat is lastig. In de kerk horen we dat we van dezelfde lap gescheurd zijn. Dat betekent denk ik dat we echt naast de ander moeten staan, en dat we niet beter zijn.” Een voorbeeld wat Willemijn in haar inleiding aanhaalt maakt dit nog duidelijker: “Op een vliegveld staan twee vliegtuigen te wachten op vertrek. Het ene vliegtuig heeft een uitstekende piloot, terwijl het andere een dronken piloot heeft. Bij de goede piloot stapt allerlei uitschot in, terwijl de dronken piloot een vliegtuig vol nette mensen heeft. Welk vliegtuig zal veilig de bestemming bereiken? Dat hangt niet af van hoe goed of slecht de inzittenden zijn, maar het hangt alleen af van de piloot. Je kunt dan ook tegen niet-christenen zeggen: ‘Jij bent waarschijnlijk een veel beter mens dan ik. Wees er blij mee. Maar ik heb een betere piloot’.”
Vervolging
Op het vragenblad met stellingen die op de studentenkring behandeld worden staat een stukje over een christin uit Eritrea die twee jaar in een zeecontainer gevangen heeft gezeten om haar geloof. Ze vraagt aan ons, vrije christenen: ‘Als ik in de gevangenis kon zingen tot eer van God, wat kunnen jullie dan wel niet met jullie vrijheid doen ter verheerlijking van God?’ Willemijn reageert: “Hoe komt dat toch? Als die mensen getuigen van God worden ze erom vervolgt. Wij hebben alle vrijheid en wij zeggen meestal niets! Daar snappen die vervolgde christenen natuurlijk helemaal niets van.”
Je buurman
“Maar wat doe je daar aan?” Vraagt Jacolien. “Met z’n allen de stad in om te evangeliseren?” Anderen vinden dat idee ook wel lastig. Piet geeft een reactie: “In de stad evangeliseren lijkt me nog makkelijker dan de mensen in je eigen buurt over God vertellen. Die mensen kennen je, ze weten precies hoe je je gedraagt. Als je buurman zich ergert omdat je je auto verkeerd parkeert, kan het lastig zijn om nog met hem over God te spreken.”
Kun je niet de zeeën trotseren,
dat je naar de heidenen gaat?
Ach, je kunt de heiden al vinden
en hem helpen in je straat.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 4 april 2013
Daniel | 32 Pagina's