JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

“Juist in een ziekenhuis kun je iets betekenen”

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

“Juist in een ziekenhuis kun je iets betekenen”

4 minuten leestijd

Lijden is er na de zondeval altijd geweest. Als je in een ziekenhuis werkt, word je er dagelijks mee geconfronteerd. Joanne Kroneman (20) uit Bodegraven en Astrid van Rossum (19) uit Melissant vertellen over hun studie verpleegkunde en werk in het ziekenhuis. Joanne volgt de opleiding tot verpleegkundige (vierde jaar) in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) en Astrid zit op het Albeda College (tweede jaar) en werkt in het Maasstad Ziekenhuis in Rotterdam.

Het ziekenhuis is een plek waar je veel lijden tegenkomt.
Astrid: “Er is altijd iets aan de hand met de mensen die er komen. Je kunt hun situatie niet zomaar veranderen. Maar je kunt er wel voor die mensen zijn.”
Joanne: “Het is altijd weer aangrijpend om mensen te zien, die pijn lijden. Gelukkig zijn er veel mogelijkheden om de pijn te bestrijden.
Er kan onderscheid gemaakt worden tussen lichamelijk lijden en geestelijk lijden. Denk bij geestelijk lijden aan angst, moedeloosheid en depressiviteit. Dit lijden kan in sommige opzichten zelfs zwaarder zijn als lichamelijk lijden. Vaak heeft dit ook te maken met de moeite van de acceptatie van een ziekte die een patiënt heeft. Dit is soms lastig om hier mee om te gaan, al zijn patiënten vaak al blij met een luisterend oor.”

Patiënten reageren op verschillende manieren op hun ziekte.
Joanne: “Af en toe kom je patiënten tegen die ook gelovig zijn. Je merkt dat mensen dan troost uit hun geloof krijgen en gaan dan op een andere manier met lijden om. Helaas gebeurt het vaker dat mensen niets van God en geloof willen horen, opstandig naar God toe zijn en Hem de schuld van al dat lijden geven.
Het is moeilijk om dan een ‘goed’ gesprek aan te gaan. Ik merk dat ik er alles in te kort kom om dan juist wel over God te praten.”
Astrid: “Belangrijk hierbij is om het lijden niet aan God toe te schrijven.
Hij is niet verantwoordelijk voor het lijden. Ik zou het lastig vinden als iemand aan mij zou vragen wat het doel van het lijden is. Bij die vraag moet ik zelf altijd denken aan wat de Heere Jezus heeft geleden, terwijl Hij alleen maar goed had gedaan.”

Tijdens de opleiding worden er goede handvatten gegeven om met lijden om te gaan.
Joanne: “Gedurende de opleiding krijg je er meer ervaring mee en vooral door de praktijk leer je met lijden om te gaan. Ook leer je veel van collega’s die al meer ervaring hebben.” Astrid heeft wel lessen gehad over gesprekken die je kunt voeren met patiënten, die zich in moeilijke situaties bevinden.

Op de werkvloer zijn verschillende opvattingen over lijden en sterven.
Astrid: “Ik heb te maken met niet onchristelijke collega’s en patiënten. Toch mag ik mezelf zijn en accepteren de meesten mijn levensinrichting. In het team waarmee ik nu werk is openheid over het geloof.
Ik krijg vragen wat ik precies geloof. Dat vind ik moeilijk, maar ook waardevol.”
Joanne: “Collega’s die niet christelijk zijn doen hetzelfde werk als wat ik doe. In dat opzicht is er geen verschil. Wel zit er verschil in bepaalde opvattingen. Er wordt bijvoorbeeld heel gemakkelijk gepraat over: ‘dood gaan, dat iemand een mooi leven gehad heeft en dat het zo goed is.’ Maar ik geef hier natuurlijk een andere invulling aan. Ik heb er moeite mee dat collega’s hier zo anders over praten en denken. Al respecteren collega’s wel dat ik er anders over denk.”

Wat heeft je bijzonder aangesproken in je werk?
Joanne: “Wat ik nooit zal vergeten is dat ik een patiënt verpleegd heb die Jehova’s getuigen was. Ze was erg ziek en er moest bloed bij deze patiënt gegeven worden, maar dit mocht zij niet toegediend krijgen vanwege haar geloof. Menselijk gezien zou deze patiënt in leven gebleven zijn als zij bloedtransfusie had gehad, maar zij weigerde dit vanwege haar geloof. Dit heeft mij wel tot nadenken gezet en ik denk dat wij hier zeker een voorbeeld aan kunnen nemen!”
Astrid: “De Heere God geeft iedereen een plek in de maatschappij.
Het is onze taak om van daaruit Hem en de naaste te dienen. Ik kan op dit moment niets verzinnen wat mij heeft aangesproken, tijdens mijn werk.”

Wat maakt dit beroep nu zo speciaal? Elke dag word je geconfronteerd met lijden, pijn en verdriet.
Astrid: “Werken met mensen heeft me altijd getrokken. Juist in een ziekenhuis kun je iets voor hen betekenen door hen te helpen of er te zijn met je aanwezigheid of een gesprek.”
Joanne: “Ik vind het bijzonder om te zien hoe patiënten zo verschillend met hun ziekte omgaan. Het werk is heel variërend en je werkt met allemaal verschillende mensen. Wat het beroep speciaal voor mij maakt, vind ik de waardering van patiënten die je krijgt bij je werk. Tenslotte maak je niet alleen droevige dingen mee, maar ook bijzondere en mooie dingen. Het is mooi om te zien als mensen weer gezond naar huis mogen gaan. Zo zie je dat het werk gezegend mag worden.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 2013

Daniel | 28 Pagina's

“Juist in een ziekenhuis kun je iets betekenen”

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 maart 2013

Daniel | 28 Pagina's