JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Geloof en wetenschap

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geloof en wetenschap

6 minuten leestijd

Onlangs gaf Paul Witteman een opvallende uitsmijter over het thema geloof en wetenschap in de Varagids: Theologie is geen wetenschap, het bestaan van God is onbewijsbaar. Sterker nog, de echte wetenschappen zoals natuurkunde, biologie en wiskunde maken nu meer duidelijk over het ontstaan van de aarde dan de Bijbel.

Deze visie van Witteman wordt breed gedragen. Beweerde Richard Dawkins niet dat de echte wetenschapper geen gelovige kon zijn?
Maar… klopt dat wel?

Verhouding geloof en wetenschap
De relatie tussen geloof en wetenschap is op zes manieren in kaart te brengen, aldus Gijsbert van den Brink in Omhoog kijken in Platland. Van den Brink gebruikt voor één van die posities een mooie naam: consonantie. We kunnen het vergelijken met een piano en een viool, twee heel verschillende instrumenten. Maar wat kunnen die twee instrumenten goed met elkaar overweg! Zo is het ook met geloof en wetenschap. Samen vormen ze een geheel, tegelijk zijn ze onderscheiden van elkaar.

Raakvlakken
Waar liggen de raakvlakken? Geloof en wetenschap onderzoeken beide de schepping. Beide verwonderen zich over processen die zich voltrekken in de natuur en in het leven van de mensen. Hiervan wil ik drie voorbeelden noemen.
God heeft Zich in de tijd in Christus geopenbaard. We spreken van heilsgeschiedenis. God werkt naar de verlossing toe in de tijd. Daarom kunnen we niet zeggen dat het geloof niets met de werkelijkheid, niets met geschiedenis, psychologie of biologie van doen heeft. De Zoon van God was een Mens in de tijd. Hij ervoer emoties, Hij leefde in een bepaalde tijd en een bepaalde streek. Daarom kunnen we het christelijk geloof niet losmaken van de werkelijkheid. Aangezien wetenschap ook geworteld is in de werkelijkheid, ligt daar een raakvlak.
Er is nog een raakvlak. Geloof en wetenschap beschrijven hun eigen werkelijkheid. Maar, in de beschrijving van de werkelijkheid wordt taal op dezelfde manier gebruikt.
Beide doen dwingende uitspraken.
Beide geven kennis door middel van woorden door. We gebruiken daarin voorbeelden, analogieën, metaforen. Theologen kunnen op grond van de Heilige Schrift eigenschappen van God verduidelijken door te zeggen: God is een Rots of Christus is het Brood des levens. Natuurwetenschappers gebruiken ook voorbeelden, analogieën en metaforen.
Er is nog een derde raakvlak aan te wijzen. Natuurwetenschappers willen graag de oorsprong van het leven vangen in een theorie. Geloof heeft daar ook antwoorden op.
Samenvattend kunnen we zeggen dat we aan geloof en aan wetenschap een eigen ruimte gegeven moeten geven, maar tegelijk zijn er raakvlakken. Beide werken positief op elkaar in. Alles wat met geloof te maken heeft, komt voort uit Gods Woord en mond, alles wat met natuurwetenschap te maken heeft komt voort uit Gods hand en scheppingswerk. Einstein zou zeggen: “Geloof zonder wetenschap is lam, wetenschap zonder geloof is blind.”

Botsingen
Toch is de visie van Paul Witteman breed gedragen. Veelal beziet men de relatie tussen geloof en wetenschap als problematisch. Dat Paul Witteman zoiets zegt is te begrijpen, hij is geen wetenschapper en weet dus niet waarover hij schrijft.
Kwalijker wordt het wanneer mannen als Dawkins en in ons land Herman Philipse zulke meningen er op na houden. Zij zijn wetenschappers van naam en moeten weten dat er binnen de wetenschap tal van takken te onderscheiden zijn.
Wetenschap is een familiebegrip.
We gaan een paar leden van de familie langs. De natuurwetenschappen, zoals scheikunde werken met meetbare (empirische) gegeven.
Op basis daarvan zoeken ze naar wetmatigheden. Het gaat in dergelijke vakgebieden om voorspellende kennis via natuurwetten. Daarnaast kennen we de geesteswetenschappen. Deze kenmerken zich door een andere methodiek dan de natuurwetenschap. Dat is begrijpelijk, geesteswetenschappen houden zich bezig met vragen die niet door onze zintuiglijke waarnemingen (empirie) kunnen worden beantwoord (wat overigens niet wil zeggen dat empirie geen rol speelt).
Het gaat om vragen over de zin van het leven, over vragen van goed en kwaad, over het bestaan van God.
Er is nog een lid van de familie te onderscheiden, de literaire wetenschappen. Bij de literaire wetenschappen gaat het om teksten uit het verleden, bij geschiedenis om de gebeurtenissen uit het verleden. In beide gevallen draait het om de interpretatie van teksten of gebeurtenissen. Daarnaast kennen we nog de sociologische wetenschappen.

Standaardbeeld
Het standaardbeeld dat theologie geen wetenschap is, komt voort uit het beeld dat men heeft van de wetenschapper. Mensen denken dan aan een man in een witte jas, die in een laboratorium allerlei proeven doet en zo tot ware kennis komt.
Maar Dat beeld van wetenschap is te smal. De familie is breder en natuurwetenschap komt niet de eerste plaats toe in de familie. Alle leden zijn van gelijk gewicht. Sterker nog, vandaag de dag zien we juist dat de natuurwetenschappen gewicht verliezen. Wie de wetenschapsfilosofie volgt, merkt dat de waarheidsaanspraken van natuurwetenschap onder druk staan.

Relatief
Wetenschap is relatief. Onderzoeksprogramma’s komen tot stand door subsidies. Subsidie moet aangevraagd worden. Subsidieverstrekkers letten erop wat zulke onderzoeksprogramma’s betekenen voor de samenleving. Dat maakt wetenschapsbeoefening en waarheidsvinding kwetsbaar. Als men een programma niet ziet zitten, gaat het niet door. Misschien wordt een belangrijk stuk waarheid dan wel niet ontdekt!
Er is nog iets aan de hand. Wetenschap wordt bedreven binnen een paradigma. Een paradigma is het geheel van theorieën, aannames en vooronderstellingen, de gereedschapskist van een groep wetenschappers. Paradigma’s staan niet vast, maar kunnen wisselen. Hoe komt het tot een paradigmawisseling? Dat gebeurt doordat voorstanders van een theorie overlijden, nieuwe voorstanders minder goed communiceren, tegenstanders beter argumenten, een alternatief verder aannemelijk kunnen maken.
En zo vindt op een gegeven moment een kanteling plaats. Welke gevolgen heeft dit voor de waarheden die men eerder heeft vastgesteld? Zo vast staat wetenschap dus niet.
Wetenschap is niet een eiland in de samenleving. Alles hangt met alles samen. Onze waarneming stuurt onze theorievorming. Onze taal, ons intellect, onze omgeving, onze verwachtingen, onze aannames sturen ook mee. Alleen dit gegeven relativeert de waarheidsaanspraken van de (natuur)wetenschap.

Voorbeeld
Een voorbeeld van een paradigmawisseling uit het recente verleden.
Albert Einstein ontvangt in 1921 de Nobelprijs. Wat werd in de laudatio genoemd? Niet de relativiteitstheorie uit 1905, maar een ander, veel onbelangrijker onderzoekje uit 1905. Wetenschappers aanvaardden de relativiteitstheorie toen nog niet. Dat is begrijpelijk, als tijd en ruimte relatief zijn, is alles relatief.
Dat kan niet. Dus wilde men blijven werken vanuit de klassieke natuurkunde zoals Newton die ontworpen had. De grote veranderingen kwamen pas later. Kennelijk was de tijd nog niet rijp voor de gedachten van Einstein. Anders gezegd, het paradigma dat Einstein aanreikte, durfde men toen nog niet te aanvaarden. Het was te vreemd, te vervreemdend. Tijd en ruimte samen plakken tot ruimtetijd? Men kreeg het niet voor elkaar. Toen niet. En nog steeds is het lastig, zoals de discussie over de status van het creationisme en het evolutionisme laat zien. Lang niet iedere wetenschapper wil erkennen dat het evolutionaire denken niet meer dan een soort geloofsvooronderstelling is.

Conclusie
Geloof en wetenschap hebben ieder hun eigen ruimte en kunnen goed samenwerken. Daarnaast is het goed te weten dat wetenschap een familiebegrip is, en dat natuurwetenschap binnen het geheel daarvan niet de eerste plaats inneemt.
Ook de waarheidsaanspraken van natuurwetenschap zijn relatief.
Een christen zal wetenschap altijd plaatsen in het licht van Gods Woord. Om het met H. Bavinck te zeggen: “Een christen neemt vanuit het christendom positie. Hij mag het meerder licht dat hem geschonken is niet verwerpen, maar zal bij dat meerder licht heel de natuur en geschiedenis bezien.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 maart 2013

Daniel | 32 Pagina's

Geloof en wetenschap

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 maart 2013

Daniel | 32 Pagina's