Bij de Heere brengen
Heere, mijn knecht… Matt. 8: 6a
Als jij eens veel pijn had, en niet wist hoe beter te worden. Wat zou je graag willen dat iemand je bij een goede dokter bracht.
In deze geschiedenis gaat het over een hoofdman. Een officier in het leger. Hij heeft honderd militairen onder zich. Ook heeft hij een knecht. Mogelijk een soort slaaf die huiselijke dingen moest doen. Welgestelden leefden immers vroeger in grote huizen. Nu is deze knecht erg ziek. Volgens Lukas ligt hij zelfs op zijn sterven.
Zijn baas denkt blijkbaar niet: dat is dan jammer; ik huur wel een ander. Nee, hij is echt bezorgd over hem. Hij gaat voor hem naar de beste Medicijnmeester Die er ooit geweest is. Naar de Heere Jezus.
Het is een bijzonder voorrecht wanneer we mensen om ons heen hebben die echt het goede met ons voor hebben. Met wie we niet alleen plezierige dingen delen en doen, maar die er juist zijn als het moeilijk wordt. Als ons leven gevaar loopt. Wees zuinig op je ouders, want die stellen ongetwijfeld echt belang in jou. Zowel in je ‘gewone’ leven als in je ziel.
Door de zonde
De wonderen die de Heere Jezus deed waren tekenen. Dat wil zeggen: wat Hij deed in het natuurlijke heeft een geestelijke boodschap. We mogen dus geestelijke lessen trekken uit deze geschiedenis.
Deze jongen was erg ziek; hij lag op zijn sterven. Wij zijn ook erg ziek. Door de zonde. We zijn in groot gevaar. Want als we onbekeerd sterven, zijn we eeuwig verloren. Dat is ernstig. Dat moeten we maar goed tot ons laten doordringen.
Nu is er één Medicijnmeester Die zulke mensen helpen kan. De Heere Jezus kan mensen, die in dodelijk gevaar verkeren, redden. Hij kan geestelijk doden levend maken. Wij zijn van nature geestelijk dood. We weten niet eens hoe erg dat is. Er is echt een wonder van God nodig in ons leven. Anders komen we eeuwig om. Nu is de Heere Jezus gekomen. Hij maakt Zijn volk zalig van hun zonden.
Heb jij mensen om je heen die jou bij Hem zoeken te brengen? Je ouders, ambtsdragers. In het gebed kunnen ze dat doen. En soms er door met jou over spreken
Onwaardig
Deze hoofdman kwam met deze nood bij de Heere Jezus. De Heere zegt: “Ik zal komen en hem genezen.” Daar schrikt deze man van. Dat de Heere gewillig is, vindt hij ongetwijfeld heel groot. Maar hijzelf is het zo onwaardig. Hij is zo onheilig. En de Heere zo heilig. Die heilige Heere kan toch niet in zijn onheilige huis komen?
Hier merken we echte ootmoed.
Hoe nodig hij de Heere ook heeft, hij blijft heel eerbiedig. Hij weet zich klein en zondig. En de Heere ziet Hij groot en rechtvaardig.
Daar moeten we altijd maar op letten. Als iemand door het echte geloof bij de Heere komt, is dit zeker kenmerkend. “Ik ben het niet waardig”.
Echt geloof
Komen tot de Heere gebeurt alleen door het ware geloof. De Heilige Geest werkt dat geloof. De Heilige Geest werkt dan ook beleving van nood en verlorenheid. We leren onze zonde en onwaardigheid kennen. Voor de heilige God zijn we schuldig en strafwaardig. Ootmoedig wordt naar de Heere gevraagd. Door de nood gedreven.
En dan het grote wonder. De Heere helpt. De jongen wordt genezen. De hoofdman krijgt een rijk antwoord. De Heere zegt zelfs dat deze man een groot geloof heeft.
Geloof jij je nood? En voel jij je onwaardigheid? Wat een wonder: De zoon des mensen is gekomen om te zoeken en zalig te maken dat verloren was.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 februari 2013
Daniel | 32 Pagina's