Zoeken en leven!
De Heere zegt in Zijn Woord: Zoekt Mij en leeft (Amos 5: 4). Dat lijkt heel duidelijk en vast. Maar als ik op de catechisatie of tijdens het huisbezoek vraag hoe dat moet, dan wordt die oproep en de uitkomst vaag en onzeker.De één zegt dan bijvoorbeeld: Neem de middelen waar of ga maar veel naar de kerk, misschien wil de Heere er in meekomen. Een ander zegt: Vraag er maar om, misschien wil de Heere nog op je neerzien. Maar….al die dingen hebben mijn ouders en grootouders, ooms en tantes ook allemaal gedaan en zover ik weet is er nog nooit één van onze familie tot bekering gekomen. Is de uitkomst dan toch vaag en onzeker? Thea
Zoekt Mij en leeft (Amos 5, 4,-6, dat is wat de Heere Israël en daarin jou en mij toeroept. Het is een hele duidelijke uitspraak van God. God kan niet liegen. Dus het is waar. Zo gebeurt het echt ook nog in 2013. Zoekers worden vinders. Die de Heere vroeg zoeken, zullen Hem vinden. Op Zijn Woord kun je aan.
Hij zegt het als de HEERE, de Ik zal zijn Die Ik Zijn zal. In die Naam ligt: wat Ik zeg doe Ik ook. Dus die zoekt zal vinden, die zal leven, eeuwig leven! Aan deze woorden mogen we niet twijfelen! De uitkomst ligt onwrikbaar vast: Zoekt Mij en leeft. De vraag waar we ook bij moeten stilstaan is: hoe komt het nu dat je leeft onder die oproep en toch onbekeerd sterft? We kijken dan eerst naar de tijd van Amos, die deze woorden uitspreekt in opdracht van God. Hij spreekt tot het rijk met tien stammen, dat in Bethel het gouden kalf aanbidt. God zegt: Zoekt Mij en leeft. Het volk zoekt het gouden kalf en gaat er ondanks het indringende bevel mee door. Ze laten Amos, ze laten de Heere gewoon praten.
Hoe is dat vandaag? God zegt tegen ons: Zoekt Mij en leeft. We horen het en vanuit onszelf doen we precies hetzelfde als Israël. We gaan gewoon verder op ons eigen weg. We zoeken het bij onze vrienden, bij onze computer, bij onze... vul zelf maar in.
Je zegt: “Maar ik bid wel hoor. Ik zoek dus.” We vouwen onze handen en zeggen dat we God zoeken. Ondertussen denken we onder het bidden aan andere dingen. We zoeken God op onze manier, maar dat vinden van God kan later ook wel. Van dit zoeken geldt, dat je zo de Heere niet zult vinden en dus niet zult leven.
Moet je dan niet bidden? Jawel, je mag het niet nalaten! Maar ons zoeken moet een zoeken zijn in het besef dat ik niet buiten God kan. Dat het de grootste nood in mijn leven is: Ik ben God kwijt en dat is mijn eigen schuld.
Waar leer je nu, dat je God door eigen schuld kwijt bent en dat dit het ergste is in je leven? Dat leert de Heere door het lezen van Zijn Woord, door het luisteren naar Zijn Woord in de kerk. Je gaat dan zien dat je het belangrijkste in je leven mist. Je bent onbekeerd. Je kunt niet sterven. Als je sterft dan zul je eeuwig omkomen door eigen schuld. Dan ga je anders naar de Bijbel luisteren, dan ga je anders bidden. Je gaat in het gebed, in de Bijbel zoeken. Tegelijk ervaar je dat je geen recht hebt dat God je ooit laat vinden. Wat is het dan een wonder dat God tegen zo’n zondaar zegt: Zoekt mij en leeft. Je gaat nog meer zoeken en je zult vinden. Wanneer? Dat geeft God op Zijn tijd en wijze. David zegt dat Hij zo lang de Heere heeft verwacht, de Heere heeft aangeroepen. God gaf hem het vinden.
Dus ook vandaag geldt van dit zoeken dat er zeker een vinden op zal volgen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 januari 2013
Daniel | 32 Pagina's