Sterven en begrafenis
Toen de Heere de hemel en de aarde schiep, was er geen verdriet en ook geen dood. Maar het bleef niet zo. Adam en Eva zondigden tegen het gebod van de Heere. De straf die de mens verdiend heeft door de zonde, is de dood.
Het is altijd verdrietig als iemand sterft. De familie die achterblijft, moet te midden van het verdriet en gemis een begrafenis regelen. Dat is bij ons zo, maar dat was in de tijd van de Bijbel natuurlijk ook.
De eerste begrafenis in de Bijbel is van Sara, de vrouw van Abraham. Als zij sterft, koopt Abraham een stuk land met een rots erop. In de rots is een spelonk of grot, en daar wordt Sara begraven. Het was in de tijd van de Bijbel de gewoonte om een dode in een grot in een rots te leggen en de opening af te sluiten met een grote steen. Zo konden er geen wilde dieren bij het lichaam komen.
Bij een overlijden hoorde ook een periode van rouw. Vooral in het Nieuwe Testament kunnen we lezen over rouwklagers die bij een gestorvene kwamen om te huilen. Denk bijvoorbeeld aan het sterven van Tabitha, de dienende vrouw uit Joppe. Als Petrus bij haar komt, staat het huis vol met huilende vrouwen. En bij het overlijden van Lazarus lezen we dat er velen van de Joden gekomen waren om Maria en Martha te troosten.
De begrafenis waarover het meest geschreven is in de Bijbel, is die van de Heere Jezus. Toen Hij gestorven is, heeft Jozef van Arimathea gevraagd aan Pilatus of hij het lichaam van Jezus mocht begraven. Het lichaam werd eerst gewikkeld in nieuwe zachte doeken met specerijen en daarna in een nieuw graf gelegd in een rots in de tuin van Jozef. Voor de opening werd een zware steen gerold. Jullie weten hoe de geschiedenis verder gaat. De Heere Jezus is niet in het graf gebleven, maar Hij is opgestaan. En weet je wat zo mooi is? Doordat Jezus de dood heeft overwonnen, hoeft sterven voor mensen niet meer zo erg te zijn. Als je van de Heere een nieuw hart hebt gekregen, mag je na het sterven voor altijd bij de Heere in de hemel zijn. Verlang jij daar naar?
Pak je Bijbel
1. Lees in je Bijbel Deuteronomium 34: 5-8.
a. Wie sterft er en hoe oud is hij?
b. Waar wordt hij begraven?
c. Hoe lang wordt er gerouwd?
2. In de Bijbel kun je lezen over twee mensen die niet gestorven zijn maar meteen naar de hemel mochten. Kun jij ze noemen?
(Zie 2 Koningen 2:11 en Genesis 5: 23-24 en Hebreeƫn 11:5)
3. In de Bijbel lees je vaak over mensen die door de Heere Jezus weer zijn levend gemaakt.
a. Kun jij er een paar noemen?
b. Zouden deze mensen kinderen van God zijn geweest? En waarom denk je van wel of niet?
4. Om over na te denken: Zou jij het erg vinden als je moest sterven? Wanneer is het heel erg, en wanneer niet? Ken jij mensen voor wie het niet erg is als ze moeten sterven?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 november 2012
Daniel | 36 Pagina's