De woorden Gods
Viva Vox Dei (de levende stem van God) is een boek over de Bijbel en het lezen ervan. Het is een dissertatie van J.H. van Doleweerd, die met dit boek een onderzoek heeft verricht naar het lezen van de Bijbel in een zendingssituatie. Hoewel het boek niet altijd eenvoudig is, is het wel leerzaam.
Het boek gaat over de ‘autopistie’ van de Bijbel. Autopistie betekent dat de Bijbel het waard is om geloofd en vertrouwd te worden op grond van haar eigen spreken. De Bijbel is niet zomaar een boek. Het zijn de woorden van God die diepe betekenis hebben. Het hart van de Emmaüsgangers ging branden toen de Heere de Schriften ging uitleggen.
Het boek is opgebouwd uit zeven hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk bevat de probleemstelling. Het probleem is dat we allemaal de Bijbel lezen, maar dat er toch “een veelheid aan interpretaties” ontstaat. Hoe kan dat als de Bijbel vanuit zichzelf overtuigend is? Dit probleem wordt nader in kaart gebracht. Ik citeer uit het eerste hoofdstuk een treffende zin: “Waar de Bijbel opengaat, overtuigt de Heilige Geest de lezer binnen de eigen context van zijn of haar bestaan of inhoud”. Weliswaar zijn er meer factoren die een rol spelen, maar dit lijkt mij cruciaal. Ook voor de kerk in Nederland.
Hoofdstuk 2 gaat in op een aantal factoren die bij het Bijbellezen van belang zijn. Het gaat om drie zaken. In de eerste plaats de tekst. In de Bijbel is God aan het woord. In de tweede plaats de lezers. Die zijn niet allemaal gelijk. Het maakt nog nogal verschil of we de Bijbel lezen in een rustige studeerkamer of in een sloppenwijk in Zuid-Amerika. Maar wereldwijd zijn er miljarden mensen die de Bijbel lezen. Dat stemt ootmoedig. De omgeving beïnvloedt het lezen en verstaan van de Schrift. Tenslotte is er de context of traditie waarin de Schrift wordt ontvangen en uitgelegd. We lezen niet alleen en ook niet voor het eerst de Bijbel. In de hoofdstuk 3 worden enkele historische lijnen getrokken. We moeten wachten tot de twintigste eeuw voordat het bijbelvertaalwerk, in de zending, krachtig ter hand wordt genomen.
Overigens is dit begrijpelijk, want rond 1900 kan nog maar 23 procent van de wereldbevolking lezen. Rond 2010 is dit inmiddels 80 procent. Het is een zegen dat inmiddels zoveel mensen op aarde kunnen lezen. Trouwens nog iets: toen de Statenvertaling in 1637 verscheen kon maar 10 procent van de bevolking in ons land lezen! (blz. 73). We moeten wachten tot de negentiende eeuw, voordat ‘zelf kunnen lezen’ in ons land algemeen is.
In hoofdstuk 4 wordt de autopistie als eigenschap van de Bijbel verder uitgewerkt. Er wordt gewezen op het innerlijk getuigenis van Gods Geest. Tevens kunnen we lezen hoe onze belijdenis daarover spreekt. Een mooie zin is de volgende: “Het is bemoedigend voor gelovigen dat de kerk van alle eeuwen de autoriteit van de Schrift belijdt en dat christenen in de wereldwijde kerk de Bijbel lezen en de stem van de levende God horen”. Een troostvolle constatering.
Hoofdstuk 5 is het meest boeiend. Hier wordt nagegaan hoe mensen in een zendingsgebied de Bijbel lezen en welke lessen ze aan het lezen van Lukas 15 (gelijkenis van de verloren zoon) verbinden. Dit is de kern van het onderzoek. Het is opmerkelijk hoe verschillend lezers omgaan met de woorden van de Bijbel. Vervolgens worden ook enkel publicaties besproken over het lezen van de Bijbel. Het blijkt dat in bevindelijke kring het lezen van de Bijbel “dermate technisch van aard kan worden, dat het hart van de persoon wordt buitengesloten”. Een schokkende conclusie…
Hoofdstuk 6 zet het hele onderzoek in een totaalkader. De tekst, de lezer en de context worden opnieuw bezien en Van Doleweerd reikt aan hoe op een vruchtbare manier de Bijbel ter sprake kan komen in de zending. Het hoofdaccent moet blijven liggen op de tekst, de Bijbel. Daarnaast doen de lezers en de leestraditie ter zake.
In het laatste hoofdstuk geeft Van Doleweerd enkele conclusies en lijnen. Ook voor de eigen kerkelijke praktijk in Nederland geeft hij enkele zaken aan. Paragraaf 7.2 is onthullend. Het blijkt dat ook bevindelijk gereformeerden “beïnvloed zijn door het moderne paradigma van optimisme, wetenschappelijkheid en objectiviteit”. Dat is toch best een pijnlijke spiegel. Kortom, een zeer boeiende en waardevolle studie, die het verdient gelezen en ter harte genomen te worden. Aanbevolen.
J.H. van Doleweerd, Viva Vox Dei
(Apeldoorn: De Banier 2012)
ISBN 9789033633133; 261 blz.; € 19,95.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 2012
Daniel | 36 Pagina's