Ergernis
Kinderen van God worden vaak zo benoemd: het arme, ellendige, missende, door onweder voortgedreven volk. Ik erger me aan deze benaming om drie reden: Dit is geen eerlijk beeld van de kinderen van God. Zeker het is één van de bevindingen, maar zeker niet de enige. Het motiveert niet echt om bij dit volk te gaan horen. Zo worden ze (bijna) nooit in de Bijbel genoemd, integendeel. Waarom dan altijd deze benaming?!Christiaan
Het is heel lastig als je je aan woorden in een preek gaat ergeren. Je hoort dan het woord, je wordt een beetje boos en denkt: daar heb je het weer. Ondertussen hoor je de volgende woorden en zinnen niet. Er zal toch altijd gesproken worden over wat armen en ellendigen nodig hebben en door genade kunnen en zullen ontvangen van God.
Prachtig toch als David zingt: Ik ben wel ellendig en nooddruftig maar de Heere denkt aan mij (Psalm 40: 18). David wil niets van zijn ellende afgedaan hebben. Zo is zijn toestand als kind van Adam, als zondaar. Maar hij zegt er gelijk bij dat in die ellende God aan hem denkt. Dat maakt hem rijk, vol van geluk, welgelukzalig. Zou David zich aan het woord ‘ellendigen’ ergeren? Johannes de Doper spreekt over het minder worden van zichzelf. Hij krijgt van de Heere Jezus de boodschap dat armen het Evangelie wordt verkondigd. Paulus roept uit: Ik ellendig mens wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods (Romeinen 8: 24). Gods kinderen kunnen van ellende niet leven. Ze zullen vragen om genade. Genadeschatten uit Christus’ verdiensten. Die genade maakt rijk. Luister eens of je dat in de preek ook hoort. Zou je daar dan niet jaloers op worden.
De aanspraak ‘Gods kinderen’ zal in de preken ook steeds klinken. Je gebruikt de uitdrukking zelf ook. Kinderen van God worden ‘ellendigen’ genoemd. Dit betekent toch dat ze arm zijn in zichzelf, vanwege hun zonde, maar dat ze rijk zijn in God. Johannes schrijft: Ziet hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft, namelijk dat wij kinderen Gods genaamd zouden worden (1 Johannes 3: 1). Door Christus’ werk zijn ze tot kinderen van God aangenomen. Hoor je wat een rijkdom daar in klinkt als in de preek de aanduiding kinderen van Gods klinkt?
De Zaligmaker is gekomen niet om rijken rijk te maken. Hij zendt rijken ledig weg. Armen vervult Hij met goederen. Sprak de Heere Jezus zelf niet: Zalig zijn de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk van God.
Als je goed luistert naar de teksten waar jij naar verwijst, daar schrijft Paulus misschien wel hetzelfde… Geroepen heiligen, dat wil zeggen door God geroepen en daardoor heilig. Ze waren het zelf dus niet. Ze missen het zelf, ze zijn arm aan heilig zijn, maar door de roep van Christus, het werk van Christus geheiligd. Daarop volgt de zegen die spreekt van genade en vrede bij God vandaan. Genade en vrede die de kinderen van God in Filippi en Rome ook niet hadden.
Erger je dus niet, maar leer op de rijkdom zien die ellendigen krijgen van de Heere, waar Gods Woord en preken van spreken!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 november 2012
Daniel | 36 Pagina's