Uitzicht op een ander Vaderland
Dr. W. Aalders: varen op het kompas van de hoop
Er hebben zich in de Nederlandse samenleving belangrijke veranderingen voorgedaan. Sinds de jaren 60 van de vorige eeuw is ons land geleidelijk steeds meer seculier geworden. De meeste mensen gaan niet meer naar de kerk. We leven in een niet-christelijk land. Dat is een harde maar ware realiteit.
Veel mensen hebben deze ontwikkeling zien aankomen. Sommigen waren er verblijd over. Anderen hebben deze ontwikkelingen doorzien en een antwoord geformuleerd. Iemand die heel indringend over deze ontwikkeling heeft gesproken en geschreven is dr. W. Aalders. Hij heeft de tijdgeest doorzien en weerstaan. In dit artikel wil ik iets schrijven over het werk van dr. Aalders en de vreemdelingschap.
Biografie
Dr. Aalders werd in 1909 geboren. Hij was lid van de Gereformeerde kerken. Later werd hij predikant in de Nederlandse Hervormde kerk. In 1941 promoveerde hij op een proefschrift over Blaise Pascal. De oorlogsjaren hebben een diepe indruk nagelaten in zijn leven. Vanuit de pastorie in Koudum (Friesland) zag hij de Duitsers Nederland binnenvallen. Het was een belangrijk keerpunt in zijn leven. Dr. Aalders heeft verschillende gemeenten gediend. Zijn laatste gemeente was Den Haag. Van 1967 tot 1975 was hij verbonden als lector aan de Katholieke Universiteit in Nijmegen. In 2005 is hij te Bussum gestorven.
Indrukwekkend
Dr. Aalders heeft door woord en geschrift gesproken. Zijn toespraken op bijvoorbeeld de dag van de Stichting Vrienden van Dr. H.F. Kohlbrugge waren indrukwekkend. Ik herinner me nog levendig zijn toespraken in de Markuskerk in Utrecht. Vooral een toespraak over Abraham Kuyper en zijn betekenis staat mij nog levendig voor ogen. Van het neocalvinisme moest hij niet veel hebben. Het was hem te activistisch en te veel gericht op de wereld.
Aalders heeft veel geschreven. Hij richtte zich in de jaren ‘60 van de vorige eeuw bijvoorbeeld tegen de theologie van Karl Barth, die destijds enorm veel invloed had. Zijn boekje De grote ontsporing is een weerlegging van deze theologie. “Nu verstaan wij, waarom Barth, die aanvankelijk door zijn geschriften bij velen de hoop gewekt heeft van een reformatorisch reveil, naderhand door zijn Dogmatiek de gemeente van zich heeft vervreemd. Hij is een taal gaan spreken, die het geloof niet verstaat, niet verstaan kan.” Barth heeft het heil ‘verobjectiveerd’ en ‘veruiterlijkt’. De leer der Reformatie heeft het juist verinnerlijkt. Luthers grote vraag was immers hoe zal ik rechtvaardig verschijnen voor God. De Heere werkt dat door Geest en Woord in het hart. Dat is de taal der Reformatie. Calvijn begint zijn Institutie met Godskennis en zelfkennis.
Getuigenis
In de jaren ‘70 en ‘80 van de vorige eeuw schreef Aalders een aantal belangrijke boeken tegen de tijdgeest. Ook in Ecclesia verschenen artikelen als antwoord op de toenemende secularisatie. Het grote verval van kerk en christendom in ons land heeft Aalders zich erg aangetrokken. Binnen de kerk wilde hij opkomen voor de reformatorische leer. Samen met anderen bracht hij daartoe in oktober 1971 het getuigenis uit. “Het christelijke geloof is in de eerste plaats een persoonlijke zaak van wedergeboorte, geloof en bekering. Zoals ook de zonde allereerst een persoonlijke aangelegenheid is en eerst daarna een collectieve”. Dit ‘getuigenis’ heeft destijds heel wat losgemaakt, zowel in positieve als in negatieve zin. Sommigen hebben dit ‘getuigenis’ hartgrondig bestreden.
Burger van twee werelden
Van de meer dan dertig boeken die dr. Aalders heeft geschreven wil ik een aantal in het bijzonder noemen. Een mooi boek is Schepping of geschiedenis. Dit boek gaat over de betekenis van de christelijke hoop in onze tijd. Een ander boek is Theocratie of ideologie. In dit boek gaat hij in op de plaats van de christenen en de politiek in een seculiere samenleving. In het verlengde van Groen van Prinsterer probeert hij Bijbelse lijnen te trekken voor vandaag. Tot slot wijs ik nog op het boek Burger van twee werelden. In dit boek probeert hij aan te geven hoe christenen in onze tijd gestalte behoren te geven aan hun roeping als burger van twee werelden. Vreemdelingschap is in dit boek een belangrijke gedachte Daarom wil ik op dit boek uit 1972 tenslotte wat dieper ingaan.
Hoop
De achtergrond voor dit boek wordt gevormd door de theologie van die dagen. Er was destijds sprake van toenemende secularisatie en van activisme in de kerk. De kerk zou geroepen zijn om de wereld te verbeteren. Het Evangelie werd een soort politiek programma. Hier heeft Aalders zich krachtig tegen verzet. Het Evangelie is Gods goede boodschap van eeuwige redding door Christus bloed. Het gaat in het Evangelie om vergeving en persoonlijk vernieuwing. De drang naar wereldverbetering en grootheid typeert hij als de ‘oude wereld’. Deze wereld vinden we in Genesis 11, de torenbouw van Babel. Het is de wereld van hoogmoed, chaos en opstand tegen God. “Wij moeten met bijbels geloofsrealisme het leven, de cultuur en de geschiedenis blijven zien in het teken van Genesis 10; dus als een zich voortslepend bouwvallig bestaan, dat in wezen geen enkel heilsuitzicht heeft, maar dat als vlees ligt onder de doem van de dood” (pagina 32). In deze oude wereld leven Gods kinderen als gasten en bijwoners ‘onder de hoede van de hoop’. Voor iemand als Calvijn was het hele christelijke leven eigenlijk niets anders dan het leven uit de hoop.In deze oude, verloren wereld openbaart zich het goddelijke Evangelie. Dat is het Evangelie van Christus, de Zaligmaker van zondaren. “In dat Babel, in die geschonden, stervende, ondergaande wereld heeft God in Christus het nieuwe begin, de nieuwe dag van een nieuwe schepping aangekondigd” (pagina 56). In het heilswerk van Christus opent zich een nieuwe wereld. “In de genade van Christus opent zich een nieuwe wereld, een nieuwe werkelijkheid. In het geloof trekken wij een nieuwe schepping binnen”. Deze nieuwe geloofswerkelijkheid schept geen triomfantelijke mensen die de aarde zullen regeren en verbeteren. Elke ‘geestelijke expansiedrift’, die bijvoorbeeld zo kenmerkend was voor iemand als Abraham Kuyper, wordt door Aalders radicaal afgewezen. “Het is al mooi, als zij als discipelen van Christus bewaard blijven in het tumult van de geschiedenis, en in hun armzalige aangevochten bestaan een zwak teken zijn van de toekomst des Heeren” (pagina 99).
De prediking van het Evangelie is in dit verband geen oproep dat activisme maar “persoonlijke toereiking van de genade.” Prediking is het indachtig maken van het heilswerk van Christus voor verloren mensen. Dat is de nieuwe wereld die in het Evangelie doorbreekt in de chaos van de geschiedenis.
Reveil
Gods gemeente staat in de spanning van deze twee werelden. Daarbij is het innerlijk werk van Gods Geest onmisbaar. “Het wezenlijke van Zijn werk speelt zich af in de verborgenheid, in de diepte, in de innerlijkheid.” Van deze oude wereld heeft Gods gemeente niets te verwachten. “De enige mogelijkheid, die ons blijft, is dat wij het van Hem (Gods Geest, WV) verwachten.” Het is verontrustend dat het innerlijk leven in de gemeente Gods zo spaarzaam is geworden. “Dat er zo weinig sterfbedden meer zijn, waar de hemels vertroosting de droefheid van het afscheid overstemt.” De vraag klemt hoe christenen zich in de seculiere samenleving moeten opstellen. Elke pretentie moet worden prijsgegeven. “Wij hoeven de wereld niet meer te heiligen… Maar één werk wordt van ons gevraagd: het geloof!” De gemeente Gods is een ‘zwakke gesmade minderheidsgroep’. Het christen-zijn is een weg van de vreemdeling en de gast op deze aarde. “Christenzijn is het gaan van een weg zonder werelds uitzicht.” Aalders hoopt op een waarlijk christelijk reveil in Europa. Tenslotte besluit hij zijn boek met een taxatie voor de toekomst. De oude structuren zijn weggevallen. Christen zijn ‘zwalkers op zee’ geworden. Het christelijke Europa is voorbij. Dat dringt te meer om te varen op het kompas van de hoop, om uit te zien naar het Jeruzalem dat boven is (Galaten 4: 26). De vreemdelingschap richt zich op de stad die fundamenten heeft. Daar zijn de pelgrims thuis. Dat is de hoop in een hopeloze wereld. Dat is het uitzien voor de kerk in de eenentwintigste eeuw.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 oktober 2012
Daniel | 36 Pagina's