Kinderen in de Bijbel
“De Heere Die leven gaf en leven spaarde, verblijdde ons met de geboorte van een…” Je hebt dit vast wel eens gelezen. Waar dan? Ja precies, op een geboortekaartje! Of in een geboorteadvertentie in de krant.
Geschenk
Als er een kindje geboren wordt, willen de ouders dat graag aan hun familie en kennissen vertellen. Ze sturen dan geboortekaartjes rond. In de tijd van de Bijbel waren die er nog niet. Maar natuurlijk werden er wel vaak kinderen geboren. Kinderen zijn een geschenk van de Heere. Dat was vroeger zo, dat is nu nog zo.
Het was in de tijd van de Bijbel heel belangrijk om kinderen te krijgen. De Heere Jezus was nog niet geboren. En als je dus geen kinderen had, kon Hij ook niet uit jouw geslacht geboren worden. En daar hoopte iedere Jood op.
Jongens en meisjes
Kinderen krijgen was heel belangrijk. Toch lees je niet veel over kinderen in de Bijbel. Wel wordt vaak verteld welke kinderen in een familie geboren werden. Dit is opgeschreven in lange lijsten die geslachtsregisters genoemd worden. In deze lijsten worden bijna altijd alleen de namen van mannen en jongens genoemd.
Betekent dat dat er alleen jongetjes werden geboren en dat meisjes niet belangrijk zijn? Natuurlijk niet. De Heere heeft bij de schepping eerst de man geschapen, daarna de vrouw uit een rib van Adam. De Heere heeft het zo gemaakt dat de vrouw met een moeilijk woord ‘in de man begrepen’ is. Dat betekent dat als alleen de mannen en jongens worden genoemd, ook de meisjes en vrouwen bedoeld worden. Of je een jongen of een meisje bent, maakt voor de Heere geen verschil. Als een jongetje geboren was, werd het na acht dagen besneden. De Heere had dat Zelf ingesteld. De besnijdenis liet zien dat een kind bij het verbond van de Heere met Israël hoorde. Meisjes werden niet besneden, zij waren immers ‘in de man begrepen’.
De Heere dienen
Wat er in de Bijbel wel over kinderen staat, heeft ons veel te zeggen.
Denk maar eens aan Samuël die als kind al in de tempel mocht dienen. Zo jong al, doe jij dat ook? Of aan Johannes de Doper die al in de buik van zijn moeder de Heere kende en aan Mozes in het biezen mandje. Zij werden knechten van God.
In Psalm 139 lezen we dat de Heere zelfs de ongeboren kinderen kent. Denk dus maar niet dat kinderen voor de Heere niet belangrijk zijn. Hij kent ieder kind persoonlijk, ook jou! Dien jij Hem al?
Pak je Bijbel
1. Lees 1 Samuël 1: 5-7 en vers 9-13. a. Waar heeft Hanna verdriet over?
b. Waar gaat Hanna met haar verdriet naar toe?
c. Geeft de Heere altijd waar je om vraagt, denk je?
Kun je voorbeelden in de Bijbel bedenken waar de Heere een gebed verhoort?
2. Lees Genesis 17: 10 en 11. a. Wie moesten er allemaal besneden worden?
b. Waarom moesten mannen en jongens besneden worden?
c. Weet jij wat er in de plaats van de besnijdenis is gekomen en wat dat betekent?
3. Lees Psalm 8: 3 en kanttekening 8 en 9. Wat betekenen kinderen en zuigelingen of baby’s voor God?
4. Denk je dat je als kind al de Heere kunt dienen? Weet je nog voorbeelden uit de Bijbel of misschien uit je omgeving?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 september 2012
Daniel | 32 Pagina's