JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Mary Carey

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Mary Carey

Biddend en schrijvend thuisfront

4 minuten leestijd

Ik vergeet mijn zwakheid, terwijl ik met je aan het converseren ben. Dit schijnt de afstand weg te nemen en jou naderbij te brengen, schrijft Mary Carey. Het is een van de talloze brieven die ze naar haar broer William in India stuurt.

William Carey, in 1761 geboren, is al jong ervan overtuigd dat ook aan heidense volken het Evangelie verkondigd moet worden. Ondanks felle tegenstand vanuit de kerk komt het zover, dat Carey met zijn gezin in 1793 per schip naar India vertrekt om in de buurt van Calcutta het zendingswerk aan te vangen. Als het schip de kust nadert, schrijft de zendeling een brief: “Een groot veld opent zich aan alle zijden. Miljoenen heidenen, die verloren gaan en die in dit leven gekweld worden door bijgeloof, afgoderij en onkunde..."

Brieven
Het is een grote afstand van Northampton naar India. De reis per schip duurt minstens een half jaar. Dat betekent dat ook brieven er zolang over doen om de afstand te overbruggen. Voor Mary is dat echter geen beletsel om elke dag naar haar broer te schrijven. Veel van haar dichtbeschreven velletjes papier zijn bewaard gebleven. In de brieven blikt ze terug in het verleden toen ze als meisje een trouwe metgezel op Williams zwerftochten was. Ze schrijft over haar gezondheid, waar haar broer zo bezorgd"om is. Al jarenlang ligt ze immers op bed. Vierentwintig jaar was ze, toen haar ruggengraat door een ernstige ziekte werd aangetast en ze verlamd raakte. Nu kan ze zelfs niet meer spreken of fluisteren. Gelukkig kan ze wel met haar rechterarm wat bewegen, waardoor ze met griffel of pen haar hart laat spreken, met haar zus Annie - bij wie ze in huis is - ‘converseert’ en haar broer in het verre India ondersteunt en meeleeft in alle zorg en verdriet. Jarenlang vormt ze zo het levende bewijs van een bij de zending nauw betrokken thuisfront.

Meeleven
Hulpbehoevend slijt Mary in grote lijdzaamheid haar dagen. Ondertussen is William, de pionier van de wereldzending, ver weg. In zijn brieven schrijft hij over wat hem en zijn vrouw Dorothy wedervaart. Hun zoontje Peter overlijdt en diepe beproevingen volgen als Dorothy psychisch ziek wordt. Het zendingswerk wordt tegengestaan en bekeerlingen vallen terug in het oude bijgeloof. Maar William verhaalt ook van zegen op het werk dat hij doen mag. Hindoes en Brahmanen worden gedoopt in de Naam van de Drie-enige God en de Bijbel wordt in het Bengaals, Sanskriet en andere belangrijke talen verspreid. Met grote belangstelling volgen de zusters de berichten, terwijl Mary elke bijzonderheid uit het familieleven aan haar broer meedeelt. Meer dan veertig jaar werkt Carey in India en bijna al die tijd duurt de briefwisseling, leven ze met elkaar mee en dragen ze elkaar op aan Gods genadetroon. Het wordt echter minder met de gezondheid van Mary. Een nichtje van haar schrijft in 1828: ‘Het lijden van tante Mary was enkele weken geleden aangrijpend, maar we konden haar toch niet loslaten. We houden allen zo veel van haar. Ze is louter vel over been en zo zwak dat ze nauwelijks in staat is om, terwijl haar bed wordt opgemaakt, door kussens gesteund in haar stoel te zitten. Toch blijft ze steeds dezelfde, zachtmoedige, nederige christin die ze altijd geweest is, een die meer gevoel heeft voor anderen dan voor zichzelf, en altijd vreest dat moeder Anna zichzelf ter wille van haar, iets voor haar eigen genoegen zal ontzeggen.’

Afscheid
Ook de gezondheid van William Carey gaat achteruit. In de laatste jaren van zijn leven is hij herhaaldelijk ziek. Toch mag hij nog meemaken dat de complete Bijbel in het Bengaals van de drukpers rolt. In 1831 schrijft hij aan zijn beminde zusters in Engeland: “De herhaalde attaques die ik heb gehad, namelijk acht of negen binnen de laatste twaalf maanden, hebben me erg verzwakt en waarschuwen me om rekening te houden met de overgang. Deze overgang vrees ik door Gods genade echter niet. Het verzoenend offer, dat door onze Heere aan het kruis is gebracht, is het fundament van mijn hoop op aanneming, vergeving, rechtvaardiging, heiliging en eindeloze heerlijkheid.” Twee jaar later breekt voor de oude pelgrim de laatste dag aan. Op 9 juni 1833 mag hij - zoals hij op zijn grafsteen ingegraveerd wilde hebben - als een ellendige, arme en hulpeloze worm in de handen van Zijn Heere vallen. Meer dan veertig jaar vormde Mary Carey een meelevend en biddend thuisfront. Dragen wij onze zendingswerkers op het hart en in het gebed?


W. van der Zwaag,
William Carey. Pionier van de wereldzending
(Kampen: Kok 2007)
ISBN 9789061405030;
368 blz.; € 28.75.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 2012

Daniel | 36 Pagina's

Mary Carey

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 2012

Daniel | 36 Pagina's