Tweerichtingsverkeer
Wie echt zending wil bedrijven, zal moeten openstaan voor tweerichtingsverkeer. Dat er een beweging is van noord naar zuid, is voor iedereen wel duidelijk. Maar hoe zit dat met het verkeer van zuid naar noord? Denk er maar niet te makkelijk over: tweerichtingsverkeer geeft soms botsingen.
Hebben nieuwe, jonge christenen uit Afrika, Azië of Zuid-Amerika onze gevestigde kerken iets te vertellen? Of is het alleen maar zo dat wij vanuit onze rijk gezegende positie veel voor hen, de blinde heidenen, kunnen betekenen?
De kwestie is al zo oud als de kerk. Dat de eerste christenen vanuit Jeruzalem uitgingen tot aan de einden van de toenmalig bekende wereld, was min of meer vanzelfsprekend. Zo had de Heere Zelf het bepaald. Rijk gezegend als ooggetuigen van Zijn Persoon en werk en geleid door Zijn Geest, trokken de apostelen er met hun helpers op uit.
Maar wat te denken van de invloeden die vanuit de nieuwe christengemeenten in Klein-Azië terugkeerden naar Israël? Die voelden toch een stuk onwenniger. De sporen daarvan zijn duidelijk terug te vinden in de Bijbel. Bijvoorbeeld in Handelingen 15. Het verslag van de besprekingen tijdens het zogeheten Apostelconvent ademt een ongemakkelijke spanning.
Moesten de volgelingen van Christus uit de heidenen zich houden aan oude gewoonten van het Joodse volk, zoals de besnijdenis en het niet eten van bepaalde soorten vlees?
Of moesten de zendende Joodse christenen leren dat sommige zaken weliswaar belangrijk waren, maar niet tot de kern van het christelijk geloofsbelijden, ongeacht tijd of plaats, behoorden?
Een ander voorbeeld is Paulus’ brief aan de Galaten. Stevig neemt de grote heidenapostel stelling tegen het judaïsme in de kerk. Voor de joden een pijnlijke, maar nodige les. De kern van het christelijke geloof is niet een set specifieke leefregels, maar vrijheid in en door Christus. Niet de gemakkelijk te omschrijven werken van de wet, maar de vrucht van de Geest.
Gezonden
Hoe zit het vandaag de dag met dat spannende tweerichtingsverkeer dat hoort bij écht zending bedrijven? Na vijftig jaar ‘ZGG’ zal niemand nog zeggen dat we beter niet aan zending moeten doen. Immers: het zaligmakende geloof is uit het gehoor en het gehoor door het gepredikte Woord. Hoe zullen heidenen horen zonder die hun predikt? En hoe kan er gepredikt worden zonder dat er (uit)gezonden wordt?Maar... wát als er vervolgens ver weg, in totaal andere culturele omstandigheden, nieuwe christenen zijn, die samen jonge christengemeenten vormen? Wát als we merken dat die gemeenten soms andere gewoonten en zienswijzen hebben dan wij? Wát als er op deze jonge gemeenten nog van alles aan te merken valt in zaken die wij in onze gevestigde kerken inmiddels behoorlijk onder de knie hebben (omgang met budgetten, levensstijl)?
Pijnlijk
Zijn we bereid van hen te leren? Zien we daar de noodzaak van? Zouden we goed naar ze kunnen luisteren, om meer te leren van wat nu werkelijk de kern van het dienen van de Heere is? Nee, niet alleen als een leuke, exotische opluistering van de jaarlijkse zendingsdag, maar werkelijk luisteren, écht leren... Het zou ook voor ons weleens een pijnlijk proces kunnen zijn. Ingesleten vormen en gewoonten zouden zomaar eens in een ander licht kunnen komen te staan. Wat overblijft zou weleens schraal kunnen afsteken bij het getuigenis van die jonge christenen. Maar zou dat toch niet naast een pijnlijk, ook een profijtelijk proces kunnen zijn?
proces kunnen zijn?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 2012
Daniel | 36 Pagina's