Wanneer ben je bekeerd?
Wanneer ben je bekeerd? Voor of na de staat van ellende? Want waarom wordt er in de Catechismus pas bij de verlossing over het ware geloof gesproken?
Het gevaar bestaat dat we de Heidelbergse Catechismus verkeerd lezen. Of dat we een verkeerd beeld hebben van de bekering. De ‘drie stukken’ van de Catechismus staan heel duidelijk in een bepaalde volgorde: ellende, verlossing, dankbaarheid. Zondag 1, vraag 2 legt uit waarom. De Catechismus spreekt hier de Bijbel na. In de hele Bijbel kom je mensen tegen die volgens deze heilige orde door God worden bekeerd. Denk aan Manasse, de bezetene in Gadara, de drieduizend op de Pinksterdag, Paulus, de stokbewaarder (cipier) in Filippi. Maar betekent deze volgorde dat het een soort leerjaren zijn? Eerst een bepaalde periode pure ellende. Als dat is afgesloten, dan volgt de verlossing. En wie verlost is, die komt in het ‘leerjaar’ van de dankbaarheid. Ellende en verlossing komen dan niet meer terug. Dat ligt achter je… Zo vinden we dat niet terug in de Bijbel. De kennis van onszelf, God en Christus hebben zeker een begin, maar geen einde. Het zijn dus ook geen ‘leerjaren’ die elkaar opvolgen. Dat staat ook in de Catechismus zelf, bijvoorbeeld in vraag en antwoord 115. Nog beter kun je het bij Paulus zien, in Gods Woord zelf. Lees bijvoorbeeld Handelingen 9: 1-20 en Romeinen 7: 14-26. Daar zie je dat Paulus’ leven direct verandert als hij in aanraking komt met Jezus: wat wilt Gij, dat ik doen zal?. Maar jaren later is hij zijn ellendige bestaan nog niet te boven: ik ellendig mens… Wie voor het eerst zijn ellende voor God gaat inzien, gelooft dat de Heere goed is en hij tegen deze goede God heeft gezondigd. Zo brengt de Heilige Geest aan de voeten van de Heere Jezus, van Wie het Evangelie zegt: dat een iegelijk die in Hem gelooft, vergeving der zonden ontvangen zal door Zijn Naam (Handelingen 10: 43). Dat geeft een bijzondere vreugde in je hart. Er ligt zelfs al een bijzondere ‘zoetheid’ in de droefheid naar God over de zonde (2 Korinthe 7: 10). En zo blijven Gods kinderen levenslang leerling, levend van genade. Om aan het einde van hun leven met Luther te zeggen: “Wir sind Bettler, das ist wahr!” Ze sterven als arme zondaren, gerechtvaardigd door het geloof in Christus. En bekeerd? Dat zijn ze pas in de hemel, waar ze volmaakt hun Zaligmaker zullen bedoelen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 juni 2012
Daniel | 36 Pagina's