Armer dan ooit?
Nederland is schatrijk. We hebben niets te klagen als het om de portemonnee gaat. Ook jongeren niet. Maar worden we nu echt gelukkig van een riant salaris, een goedbetaalde bijbaan en mooie spullen? En staat rijkdom een leven met God niet in de weg? Zijn we met onze goed gevulde portemonnee niet armer dan ooit? Vier stellingen.
Een jongere heeft het nu financieel beter dan ooit
Jongeren in Nederland hebben het niet slecht. Sterker nog: we zijn rijker dan ooit. Misschien denk je dat we hard getroffen worden door de economische crisis. We zullen het inderdaad met een paar euro’s per maand minder moeten doen.
Toch zitten we dan nog altijd op het welvaartsniveau van een paar jaar geleden. En toen hadden we het prima, toch?
Eeuwenlang bleef het gemiddelde inkomen van een Nederlander ongeveer gelijk. Men kon net rondkomen. Ongeveer twee derde van het salaris ging op aan eten en drinken.
Na de Tweede Wereldoorlog stegen de lonen snel. Nederlanders zijn rijker dan ooit. Inmiddels besteden we nog maar 15 procent aan voedsel. Wij hebben meer geld tot onze beschikking dan onze ouders, toen ze zo oud waren als wij. En zij hadden het financieel weer beter dan hun ouders.
Met veel geld verdienen is niets mis
Werken en geld verdienen is onze taak, onze roeping. En daar is niets mis mee. En verdien je veel geld, dan is dat prima. Rijkdom is een zegen. Door God gegeven. Je mag genieten van je voorspoed. Je hebt het nodig om in je levensonderhoud te voorzien, om Gods Koninkrijk ermee te dienen, om wat opzij te leggen voor later, om mensen die het slechter hebben een handje te helpen.
De vraag is wel: welke waarde hecht je aan je geld? Is de hoogte van je banksaldo een doel op zich?
Gierigheid is geen deugd! Of smijt je alles maar over de balk en geef je je geld uit zodra je het hebt verdient? Sta je vaak rood staan omdat je zo nodig een hippere telefoon wilde of nog een nieuw stel kleren?
Een paar weken geleden vertelde mijn dochtertje van vier me met trots dat ze al héél veel geld had gespaard en bij de bank gebracht.
Op de vraag of ze dat belangrijk vond, zei ze: “Nee, helemaal niet. Het is belangrijk of je de Heere lief hebt.” Natuurlijk heeft zij nog weinig kaas gegeten van financiën.
Toch leerde ze me een les: geld is handig en nodig, maar uiteindelijk niet het belangrijkst.
Geld maakt gelukkig
Geld maakt niet gelukkig, maar gelukkig is er wel geld, is een vaak gehoorde kreet. Toch valt daar wel wat op af te dingen. Veel economen deden onderzoek naar de verhouding tussen geld en geluk. De conclusie is ongeveer: meer geld maakt gelukkiger tot een bepaald bedrag. Daarboven brengt een extra euro niet meer geluk. Voor mensen die in armoede leven is het duidelijk: extra inkomen betekent meer voedsel, een beter huis, beter sanitair, en dus meer geluk.
Toch is er ook een andere kant.
Rijkdom kan verslavend werken.
We hechten vaak veel waarde aan de hoogte van ons inkomen, of de spullen die we hebben. En zodra we de mooiste auto, de hipste telefoon, het nieuwste boek hebben, willen we alweer iets anders. Alsof we nooit tevreden zijn.
We kennen allemaal de beelden van mensen die in armoede leven en toch gelukkig zijn. Geluk zit hem dus niet alleen in tastbare dingen!
Misschien was de Nederlander vroeger wel gelukkiger dan nu. Iemand in de Middeleeuwen hoefde niet na te denken over zijn volgende vakantiebestemming: wordt het kamperen in Frankrijk of toch een vliegreis naar de Canarische Eilanden. Met de stijging van de welvaart, nemen blijkbaar ook de zorgen toe.
Rijkdom staat het leven met de Heere in de weg
Als de rijke jongeling bij Jezus komt met de vraag: “Goede Meester wat doende zal ik het eeuwige leven beërven?”, vraagt Jezus hem uiteindelijk al zijn spullen te verkopen.
Dan verlaat de jongen Jezus; verdrietig, want hij was erg rijk. Jezus zegt dan tegen de discipelen: Voorwaar zeg ik u, dat een rijke zwaarlijk in het Koninkrijk der hemelen zal ingaan. Rijkdom kan een leven met de Heere dus in de weg staan.
Maar er is meer. Jezus zegt vervolgens tegen zijn jongeren: Maar bij God zijn alle dingen mogelijk. We kennen allemaal de voorbeelden van rijken die dicht bij God leefden: Abraham was rijk, Izak nog rijker; niemand was rijker dan Job; Salomo was schatrijk.
Dat we rijker zijn dan ooit, is een gave van God. Maar we zijn armer dan ooit, als we van ons geld een god maken.
---
De Bijbel over geld
Vergadert u geen schatten op de aarde, waar ze mot en roest verderft.
Want wat zou het de mens baten, zo hij de gehele wereld won, en zijner ziel schade leed?
Zie de helft van mijn goederen, Heere, geef ik aan de armen.
Beveel de rijken dat zij niet hoogmoedig zijn, noch hun hoop stellen op de ongestadigheid des rijkdoms, maar op de levende God, Die ons alle dingen rijkelijk verleent om te genieten.
Die haastig is om rijk te worden, zal niet onschuldig wezen.
Die het geld liefheeft, wordt van het geld niet zat. Dit is ook ijdelheid.
Want God heeft een blijmoedige gever lief.
De zegen des Heeren, die maakt rijk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 mei 2012
Daniel | 36 Pagina's