Geloofsallergie
Het is in Nederland bepaald niet gemakkelijk om voor je geloof uit te komen. In de Tweede Kamer is mening politicus van mening dat zulke zaken alleen leuk zijn voor privé. Ook in de samenleving zetten velen de stekels op als je vertelt wat je gelooft. Prima hoor, maar val me daar niet mee lastig. Wat heb ik daar mee te maken?
De vraag mag gesteld hoe een land, dat ooit zo tolerant was, nu zo extreem gevoelig is geworden voor alles wat te maken heeft met het geloof in een persoonlijke God.
Christenen zijn, als ik het goed zie, ongemerkt steeds meer op hun woorden gaan letten. Spreken ze onderling over wat hun drijft, dan dempen ze hun stemvolume.
Richten ze zich tot niet-gelovende medeburgers, dan wegen ze hun woorden op een goudschaaltje.
Een open Bijbel in trein of bus wordt als ongemakkelijk of aanstootgevend ervaren. Bidden voor het eten in een restaurant gebeurt zo zacht en onopgemerkt mogelijk - je mocht eens iemand op z’n zenuwen of lachspieren werken.
Evangeliseren is bijna koorddansen met woorden geworden. Iedere iets te ongenuanceerde uitspraak kan immers leiden tot onmiddellijke beëindiging van het even waardevolle als schaarse gesprek.
Vooral wie na een periode in een ver buitenland terugkeert in de Nederlandse samenleving, valt het op hoezeer christenen er in hun schulp zijn gekropen. Waar ooit een christelijke meerderheid de toon zette en het parlement bijkans theologische debatten voerde, is iedere verwijzing naar de Bijbel nu bij voorbaat verdacht. Elders in de wereld is die kramp er veel minder.
Je zou kunnen zeggen dat God Zich er (nog) niet uit de straten heeft laten verbannen.
Vingerwijzen
Herken je het beeld? Laten we ons dan ook eens afvragen wie er verantwoordelijk is voor die geloofsallergie. Globaal zijn daar drie antwoorden op te geven, die alledrie niet voldoen. Natuurlijk heeft Satan de schuld - maar ach, die krijgt overal de schuld van! Uiteraard is het ook te wijten aan de allergischen zelf. Ten slotte kunnen we wijzen naar slappe christenen, die liever Gods Woord verzachten dan iemand ook maar enigszins te kwetsen.
Maar, heb ik geleerd, wie met de wijsvinger naar een ander wijst, wijst tegelijk met zijn middelvinger, ringvinger en pink naar zichzelf.
Zouden wijzelf er geen schuld aan hebben dat mensen zo allergisch reageren op alles wat met geloof te maken heeft? Zou het de kerk als geheel niet mede debet zijn aan haar slechte reputatie? En zou het niet het allerbeste zijn juist dié diagnose nader te onderzoeken?
Uitstralen
De afgelopen weken heb ik geprobeerd goed te luisteren naar wat mensen met een geloofsallergie zelf aangeven. Wat ik herhaaldelijk hoorde, was dit. “Jullie staan altijd met je oordeel klaar!” “Jullie denken dat je de waarheid in pacht hebt!” “Jullie voelen je beter dan mensen die niet geloven!”
Verschrikkelijk! Als dát is wat we uitstralen, hebben we echt een probleem. Het is namelijk zo onbijbels als maar kan.
Natuurlijk begrijp ik ook wel dat mensen om allerlei redenen een verwrongen beeld kunnen hebben van wat christenzijn inhoudt. Dan toch maar beter in de schulp? Nee, dat niet. Maar laten we wel iedere dag weer (een poging doen tot) inen uitleven waar het in het christelijk geloof om gaat. Wat dat dan is?
Een dominee zei het vroeger altijd zo: “Ootmoed, ootmoed en nog eens ootmoed”.
Egoïsme
Voor alle duidelijkheid: dat is dus nederigheid. Geen oren, maar voeten wassen. Niet over zonde praten alsof het een verzamelbegrip is voor alles wat wereldse mensen fout doen. Nee, zonde is egoïsme - zelfbedoeling. Daaraan lijden nette, degelijke kerkmensen even hard als drugsverslaafde veelplegers uit de Bijlmer. Dan hebben we dus hetzelfde nodig. En is er meteen een basis voor liefdevol gesprek.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 2012
Daniel | 36 Pagina's