Astrid en Marianne naar Engeland
Vandaag is het eindelijk zover. Astrid en Marianne gaan op vakantie.
Met een ingepakte auto rijden ze de straat uit. Wekenlang hebben ze er naar toe geleefd, en nu gaat het gebeuren. “Engeland, we komen er aan!” roepen de meiden als ze de snelweg opdraaien. Het is nog een eind rijden. Eerst een stuk door België en dan nog een klein stukje door Frankrijk. In Duinkerken zullen ze op de veerboot naar Engeland gaan.
De meiden vinden het reuze spannend. Voor het eerst in hun leven gaan ze met de auto op een boot.
Natuurlijk zijn ze wel eens met een rondvaartboot meegeweest, maar dat telt niet mee. “Weet u eigenlijk de haven wel te vinden, pap? “ vraagt Astrid. “Ik hoop dat alles goed staat aangegeven,” zucht mama, “en hopelijk begrijp ik het dan nog, want het is wél in het Frans.”
Op school hebben de meiden al Engels, dus ze kunnen al een klein beetje mee praten. Maar Frans krijg je pas op de hogere school, dus mama zal het hier nog moeten doen.
Gelukkig staan de borden naar de veerhaven heel duidelijk aangegeven. “Waar zijn die kleine hokjes voor?” vraagt Marianne zich af. “Daar zit de Franse douane in. Zij kijken of je paspoort in orde is, en of je geen verboden spullen meeneemt op de boot,” antwoordt papa. Na een ‘bonjour’, wat volgens mama goeiemiddag betekent, kijkt de norse douaneman snel in de paspoorten en wenkt met zijn hand, ze mogen door.
Nu begint het lange wachten. Ze zijn veel te vroeg. Maar ze staan wel mooi vooraan. Misschien mogen ze wel als eerste de boot op.
Het lijkt wel een file, zo staan de auto’s achter elkaar. De veerboot ligt er al.
Als ze een uurtje in de rij hebben gestaan, komt er een meneer met een geel hesje langslopen. Hij doet een briefje op de voorruit. De auto’s naast hen gaan al rijden en al snel mag de auto van Astrid en Marianne ook de boot op. In het ruim van de veerboot is het best donker en de auto’s moeten strak tegen elkaar geparkeerd worden. “Denken jullie aan je belangrijke spullen?” zegt papa. “Straks kun je die niet meer pakken, de autodekken gaan op slot.” De meiden nemen hun tassen mee, waar ook het fototoestel in zit. Drommen mensen lopen de trap op naar boven. Op het dek kun je de hele haven overzien. Astrid en Marianne gaan op een bankje zitten. “Zie je die mevrouw? Zij is vast Engels, ik kan haar niet verstaan.” Ze komen oren en ogen te kort.
Als de schoorsteen zwarte rook begint uit te braken, komt het kolossale schip in beweging. Na een harde fluittoon, maakt de boot de grote draai, in de richting van de Noordzee. De reis is begonnen.
“Hoe lang moeten we nu varen?” vraagt Marianne. “Ongeveer twee uur,” zegt papa, “maar let maar goed op, je kunt al heel snel in de verte de witte krijtrotsen van Engeland zien.”
Als ze na het koffiedrinken naar buiten komen, zien ze in de verte al een witte streep aan de horizon.
Dat zijn de rotsen bij de plaats Dover. Daar komen we straks aan.
Papa kijkt peinzend voor zich uit.
“Ik hoop wél dat ik er aan denk om links te rijden in Engeland, dat is nog wel even lastig.” Astrid en Marianne hebben er alle vertrouwen in dat hun vader dat kan. Het Engelse avontuur is begonnen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 april 2012
Daniel | 36 Pagina's