Beste Diognetus,
Rond het jaar 150 ontving je van een verre voorvader van mij een korte brief over de christenen. Gelukkig heb je dat epistel goed bewaard! Na op diverse plekken in de wereld christenen te hebben ontmoet, wil ik me thans tot je richten met een vervolg. Een soort update, zoals ze dat tegenwoordig noemen.
Ik heb die oude brief er nog eens bijgepakt en me afgevraagd: is er iets nieuws onder de zon? En zoals de Spreukendichter uit dat heilige boek dat de christenen Bijbel noemen al voorspelde, moet ik vaststellen: maar weinig!
Christenen onderscheiden zich nog steeds niet van andere mensen door taal, vaderland of kledij. Nu ja, hier en daar blijkt dat ze zich qua kleding verre houden van ouderwetse of moderne vormen van naaktloperij en ook van de opzichtige modedrang die tegenwoordig vanuit Parijs wordt opgelegd. Maar op mondiaal niveau kun je toch zeggen dat ze zich globaal zo kleden zoals hun omgeving of cultuur gewend is.
Meer nog dan toen mijn verre voorvader je schreef, kom je ze op alle plekken tegen. Temidden van de volkeren waartoe ze behoren prijzen ze hun God, van Peking tot Papua en van Addis Abbeba tot Alaska. Soms maken ze dankbaar gebruik van de vrijheid die hun gerespecteerde overheden hen schenken, op andere plaatsen komen ze in het verborgen bijeen, omdat op ze wordt geloerd. Mede daardoor vergaderen sommigen in kolossale kerkgebouwen, terwijl anderen in krappe achterkamertjes of armoedige hutjes samenkomen.
Verschillen
Er zijn meer verschillen aan te wijzen. Sommigen noemen zich orthodox, anderen evangelisch.
Sommigen charismatisch, anderen gereformeerd. Hier loven ze met handgeklap en tal van instrumenten, ginds wijzen ze zulks af en heffen ze zonder begeleiding gedragen psalmen aan. Maar állen vestigen zij het oog op wat komt, op de hemel, waar zij zeggen dat hun Christus is en vanwaar zij Hem verwachten. Aan wereld en zonde zijn zij gestorven, verklaren zij.
Waaraan je dat kunt zien? Wel, beste Diognetus, ook hier volstaat het oude antwoord. Zij zijn wel in de wereld, maar niet erván. Als vreemdelingen vervullen zij trouw hun plichten, maar zij streven niet naar carrière, geld en roem zoals andere aardbewoners. Tegenstand, verachting, ziekte en dood verdragen zij, zoals zij onrecht en laster vergeven of overgeven aan hun God.
Ze vieren hun eendracht zonder wellust en dienen de wereld met hun gaven. Hun rijken zamelen in voor de armen, waarvoor zij zending bedrijven en scholen stichten tot in verafgelegen streken.
Janboel
Maar, zeg je wellicht, is dan álles hetzelfde gebleven? Nee, mijn beste, dat toch niet. Net als de wereld zelf is ook de christenheid vele malen complexer geworden.
Er zijn er, zeker waar overheden vrijheden schenken, tallozen die zich wel met de christennaam tooien, maar die zich in het bovenstaande niet zullen herkennen. Er is, om een oud beeld van hun Heer te gebruiken, veel kaf onder het koren. Er zijn er die als Romeinse keizers de wereld bestormen en in weelde baden alsof zijzelf goden zijn en hier eeuwig leven hebben. Er zijn er die als Griekse filosofen debatteren, standpunten verdedigen en afwijkende visies fileren. Er zijn er die elkaar als Spartaanse schildknapen de tent uitvechten - enkel om maar de krachten te meten.
Daardoor is de christenheid net als de wereld ook wel een janboel geworden, met allerlei wind van leer, etiketten, stromingen en praktijken.
Maar, beste Diognetus, zag jij daar in jouw tijd al niet de voortekenen van? Tja, toen en nu... Je hebt er wat onderscheidingsvermogen voor nodig, maar dan zie je het toch dat wonderlijke: het ware christendom groeit door, onverhinderd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 maart 2012
Daniel | 36 Pagina's